Vocabulaireverzameling Succes en betrouwbaarheid in Essentiële SAT-woordenschat voor het examen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Succes en betrouwbaarheid' in 'Essentiële SAT-woordenschat voor het examen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) overwinnen, overkomen, overmand worden door;
(adjective) overmand, uitgeput
Voorbeeld:
(verb) beconcurreren, overtreffen
Voorbeeld:
(verb) omzeilen, ontwijken, omheen gaan
Voorbeeld:
(verb) overstijgen, te boven gaan, boven iets uitstijgen
Voorbeeld:
(verb) overtreffen, overschrijden
Voorbeeld:
(verb) oplossen, verhelpen, besluiten;
(noun) vastberadenheid, besluit
Voorbeeld:
(verb) veroveren, onderwerpen, overwinnen
Voorbeeld:
(verb) bedwingen, onderwerpen, temmen
Voorbeeld:
(verb) onderdrukken, neerslaan, bedwingen
Voorbeeld:
(verb) binnendringen, inbreuk maken op, overtreden
Voorbeeld:
(verb) inhalen, voorbijgaan, overtreffen
Voorbeeld:
(verb) zegevieren, overwinnen, heersen
Voorbeeld:
(verb) bereiken, verkrijgen, halen
Voorbeeld:
(verb) bereiken, behalen, volbrengen
Voorbeeld:
(verb) verkrijgen, krijgen, gelden
Voorbeeld:
(verb) verwerven, verkrijgen, aanschaffen
Voorbeeld:
(adjective) stevig, veilig, vast;
(verb) bevestigen, vastzetten, verzekeren
Voorbeeld:
(verb) profiteren, benutten, met een hoofdletter schrijven
Voorbeeld:
(noun) vooruitgang, opmars, voorschot;
(verb) vooruitgaan, vorderen, voorschieten;
(adjective) vooraf, voorlopig
Voorbeeld:
(verb) floreren, gedijen, zwaaien;
(noun) zwaai, gebaar, fanfare
Voorbeeld:
(verb) overtreffen, overstijgen
Voorbeeld:
(verb) uitgroeien, ontgroeien, overheen groeien
Voorbeeld:
(verb) groeien, bloeien, ontluiken
Voorbeeld:
(verb) overleven, langer leven dan
Voorbeeld:
(verb) gedijen, floreren, bloeien
Voorbeeld:
(noun) prestatie, verwezenlijking, voltooiing
Voorbeeld:
(noun) vervulling, realisatie, uitvoering
Voorbeeld:
(noun) beheersing, meesterschap, heerschappij
Voorbeeld:
(noun) erkenning, herkenning
Voorbeeld:
(noun) welvaart, voorspoed
Voorbeeld:
(noun) triomf, overwinning, succes;
(verb) triomferen, zegevieren, winnen
Voorbeeld:
(noun) onderscheiding, eerbetoon, lof
Voorbeeld:
(noun) zenit, hoogtepunt
Voorbeeld:
(adjective) gunstig, veelbelovend
Voorbeeld:
(adjective) zeker, onfeilbaar, succesvol
Voorbeeld:
(adjective) doeltreffend, effectief
Voorbeeld:
(verb) valideren, bevestigen, erkennen
Voorbeeld:
(verb) bevestigen, vaststellen, versterken
Voorbeeld:
(verb) authentiseren, echtheid bevestigen
Voorbeeld:
(noun) geloofwaardigheid
Voorbeeld:
(noun) certificering, erkenning, certificaat
Voorbeeld:
(noun) nauwkeurigheid, precisie
Voorbeeld:
(noun) waarschijnlijkheid, verisimilitude
Voorbeeld:
(adjective) gerenommeerd, betrouwbaar
Voorbeeld:
(adjective) gezaghebbend, betrouwbaar, autoritair
Voorbeeld:
(adjective) echt, authentiek, oprecht
Voorbeeld:
(adjective) uitgebreid, alomvattend
Voorbeeld:
(adjective) betrouwbaar, degelijk
Voorbeeld: