Avatar of Vocabulary Set Succes en betrouwbaarheid

Vocabulaireverzameling Succes en betrouwbaarheid in Essentiële SAT-woordenschat voor het examen: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Succes en betrouwbaarheid' in 'Essentiële SAT-woordenschat voor het examen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

overcome

/ˌoʊ.vɚˈkʌm/

(verb) overwinnen, overkomen, overmand worden door;

(adjective) overmand, uitgeput

Voorbeeld:

She managed to overcome her fear of public speaking.
Ze slaagde erin haar angst voor spreken in het openbaar te overwinnen.

outcompete

/ˌaʊt.kəmˈpiːt/

(verb) beconcurreren, overtreffen

Voorbeeld:

Small local shops are often outcompeted by large supermarkets.
Kleine lokale winkels worden vaak beconcurreerd door grote supermarkten.

circumvent

/ˌsɝː.kəmˈvent/

(verb) omzeilen, ontwijken, omheen gaan

Voorbeeld:

He tried to circumvent the rules by finding a loophole.
Hij probeerde de regels te omzeilen door een maas in de wet te vinden.

transcend

/trænˈsend/

(verb) overstijgen, te boven gaan, boven iets uitstijgen

Voorbeeld:

The artist's work transcends cultural boundaries.
Het werk van de kunstenaar overstijgt culturele grenzen.

exceed

/ɪkˈsiːd/

(verb) overtreffen, overschrijden

Voorbeeld:

The cost must not exceed $100.
De kosten mogen niet meer dan $100 bedragen.

resolve

/rɪˈzɑːlv/

(verb) oplossen, verhelpen, besluiten;

(noun) vastberadenheid, besluit

Voorbeeld:

We need to resolve this issue quickly.
We moeten dit probleem snel oplossen.

conquer

/ˈkɑːŋ.kɚ/

(verb) veroveren, onderwerpen, overwinnen

Voorbeeld:

The Roman Empire sought to conquer new territories.
Het Romeinse Rijk probeerde nieuwe gebieden te veroveren.

subdue

/səbˈduː/

(verb) bedwingen, onderwerpen, temmen

Voorbeeld:

The police managed to subdue the angry crowd.
De politie slaagde erin de boze menigte te bedwingen.

suppress

/səˈpres/

(verb) onderdrukken, neerslaan, bedwingen

Voorbeeld:

The government moved quickly to suppress the rebellion.
De regering handelde snel om de opstand te onderdrukken.

encroach

/ɪnˈkroʊtʃ/

(verb) binnendringen, inbreuk maken op, overtreden

Voorbeeld:

The new building encroaches on the park's green space.
Het nieuwe gebouw dringt door in de groene ruimte van het park.

overtake

/ˌoʊ.vɚˈteɪk/

(verb) inhalen, voorbijgaan, overtreffen

Voorbeeld:

The car quickly overtook the truck on the highway.
De auto haalde de vrachtwagen snel in op de snelweg.

prevail

/prɪˈveɪl/

(verb) zegevieren, overwinnen, heersen

Voorbeeld:

Justice will prevail in the end.
Gerechtigheid zal uiteindelijk zegevieren.

attain

/əˈteɪn/

(verb) bereiken, verkrijgen, halen

Voorbeeld:

He worked hard to attain his goals.
Hij werkte hard om zijn doelen te bereiken.

achieve

/əˈtʃiːv/

(verb) bereiken, behalen, volbrengen

Voorbeeld:

She worked hard to achieve her goals.
Ze werkte hard om haar doelen te bereiken.

obtain

/əbˈteɪn/

(verb) verkrijgen, krijgen, gelden

Voorbeeld:

He managed to obtain a copy of the report.
Het is hem gelukt om een kopie van het rapport te verkrijgen.

acquire

/əˈkwaɪɚ/

(verb) verwerven, verkrijgen, aanschaffen

Voorbeeld:

The company decided to acquire a smaller competitor.
Het bedrijf besloot een kleinere concurrent te overnemen.

secure

/səˈkjʊr/

(adjective) stevig, veilig, vast;

(verb) bevestigen, vastzetten, verzekeren

Voorbeeld:

Make sure the ladder is secure before you climb it.
Zorg ervoor dat de ladder stevig staat voordat je erop klimt.

capitalize

/ˈkæp.ə.t̬əl.aɪz/

(verb) profiteren, benutten, met een hoofdletter schrijven

Voorbeeld:

The company failed to capitalize on the new market trend.
Het bedrijf slaagde er niet in om te profiteren van de nieuwe markttrend.

advance

/ədˈvæns/

(noun) vooruitgang, opmars, voorschot;

(verb) vooruitgaan, vorderen, voorschieten;

(adjective) vooraf, voorlopig

Voorbeeld:

The army made a rapid advance towards the enemy lines.
Het leger maakte een snelle opmars richting de vijandelijke linies.

flourish

/ˈflɝː.ɪʃ/

(verb) floreren, gedijen, zwaaien;

(noun) zwaai, gebaar, fanfare

Voorbeeld:

The plants flourish in warm, humid climates.
De planten gedijen goed in warme, vochtige klimaten.

surpass

/sɚˈpæs/

(verb) overtreffen, overstijgen

Voorbeeld:

The company's profits are expected to surpass last year's record.
De winst van het bedrijf zal naar verwachting het record van vorig jaar overtreffen.

outgrow

/ˌaʊtˈɡroʊ/

(verb) uitgroeien, ontgroeien, overheen groeien

Voorbeeld:

My son has outgrown all his clothes.
Mijn zoon is uit zijn kleren gegroeid.

burgeon

/ˈbɝː.dʒən/

(verb) groeien, bloeien, ontluiken

Voorbeeld:

The company's profits began to burgeon after the new marketing campaign.
De winst van het bedrijf begon snel te groeien na de nieuwe marketingcampagne.

outlive

/ˌaʊtˈlɪv/

(verb) overleven, langer leven dan

Voorbeeld:

She outlived her husband by twenty years.
Ze overleefde haar man met twintig jaar.

thrive

/θraɪv/

(verb) gedijen, floreren, bloeien

Voorbeeld:

The plants thrive in warm, sunny climates.
De planten gedijen goed in warme, zonnige klimaten.

accomplishment

/əˈkɑːm.plɪʃ.mənt/

(noun) prestatie, verwezenlijking, voltooiing

Voorbeeld:

Graduating from college was a great accomplishment for her.
Afstuderen was een grote prestatie voor haar.

fulfillment

/fʊlˈfɪl.mənt/

(noun) vervulling, realisatie, uitvoering

Voorbeeld:

The fulfillment of her lifelong dream brought her immense joy.
De vervulling van haar levenslange droom bracht haar immense vreugde.

mastery

/ˈmæs.tɚ.i/

(noun) beheersing, meesterschap, heerschappij

Voorbeeld:

Her mastery of several languages is impressive.
Haar beheersing van verschillende talen is indrukwekkend.

recognition

/ˌrek.əɡˈnɪʃ.ən/

(noun) erkenning, herkenning

Voorbeeld:

He received a medal in recognition of his bravery.
Hij ontving een medaille als erkenning van zijn moed.

prosperity

/prɑːˈsper.ə.t̬i/

(noun) welvaart, voorspoed

Voorbeeld:

The country is enjoying a period of economic prosperity.
Het land geniet van een periode van economische welvaart.

triumph

/ˈtraɪ.əmf/

(noun) triomf, overwinning, succes;

(verb) triomferen, zegevieren, winnen

Voorbeeld:

The team celebrated their hard-fought triumph in the championship.
Het team vierde hun zwaarbevochten overwinning in het kampioenschap.

accolade

/ˈæk.ə.leɪd/

(noun) onderscheiding, eerbetoon, lof

Voorbeeld:

The film received numerous accolades, including an Oscar.
De film ontving talloze onderscheidingen, waaronder een Oscar.

zenith

/ˈziː.nɪθ/

(noun) zenit, hoogtepunt

Voorbeeld:

The Roman Empire reached its zenith in the 2nd century AD.
Het Romeinse Rijk bereikte zijn hoogtepunt in de 2e eeuw na Christus.

auspicious

/ɑːˈspɪʃ.əs/

(adjective) gunstig, veelbelovend

Voorbeeld:

The start of the new year was an auspicious time for new beginnings.
De start van het nieuwe jaar was een gunstige tijd voor nieuwe beginnen.

sure-fire

/ˈʃʊr.faɪr/

(adjective) zeker, onfeilbaar, succesvol

Voorbeeld:

Investing in that company is a sure-fire way to make money.
Investeren in dat bedrijf is een zekere manier om geld te verdienen.

effectual

/əˈfek.tʃu.əl/

(adjective) doeltreffend, effectief

Voorbeeld:

The new law proved to be an effectual deterrent against crime.
De nieuwe wet bleek een doeltreffend afschrikmiddel tegen misdaad te zijn.

validate

/ˈvæl.ə.deɪt/

(verb) valideren, bevestigen, erkennen

Voorbeeld:

The data needs to be validated before it can be used.
De gegevens moeten worden gevalideerd voordat ze kunnen worden gebruikt.

confirm

/kənˈfɝːm/

(verb) bevestigen, vaststellen, versterken

Voorbeeld:

Please confirm your attendance by Friday.
Gelieve uw aanwezigheid voor vrijdag te bevestigen.

authenticate

/ɑːˈθen.t̬ə.keɪt/

(verb) authentiseren, echtheid bevestigen

Voorbeeld:

Experts were called in to authenticate the ancient manuscript.
Experts werden ingeschakeld om het oude manuscript te authentiseren.

credibility

/ˌkred.əˈbɪl.ə.t̬i/

(noun) geloofwaardigheid

Voorbeeld:

The scandal severely damaged his political credibility.
Het schandaal beschadigde zijn politieke geloofwaardigheid ernstig.

certification

/ˌsɜ˞ː.t̬ə.fɪˈkeɪ.ʃən/

(noun) certificering, erkenning, certificaat

Voorbeeld:

The company received certification for its quality management system.
Het bedrijf ontving certificering voor zijn kwaliteitsmanagementsysteem.

accuracy

/ˈæk.jɚ.ə.si/

(noun) nauwkeurigheid, precisie

Voorbeeld:

The report was praised for its accuracy.
Het rapport werd geprezen om zijn nauwkeurigheid.

verisimilitude

/ˌver.ə.səˈmɪl.ə.tuːd/

(noun) waarschijnlijkheid, verisimilitude

Voorbeeld:

The novel's verisimilitude is enhanced by the author's use of real historical documents.
De waarschijnlijkheid van de roman wordt vergroot door het gebruik van echte historische documenten door de auteur.

reputable

/ˈrep.jə.t̬ə.bəl/

(adjective) gerenommeerd, betrouwbaar

Voorbeeld:

She works for a highly reputable law firm.
Ze werkt voor een zeer gerenommeerd advocatenkantoor.

authoritative

/əˈθɔːr.ə.t̬ə.t̬ɪv/

(adjective) gezaghebbend, betrouwbaar, autoritair

Voorbeeld:

The report provides an authoritative account of the events.
Het rapport geeft een gezaghebbend verslag van de gebeurtenissen.

genuine

/ˈdʒen.ju.ɪn/

(adjective) echt, authentiek, oprecht

Voorbeeld:

Is this a genuine leather bag?
Is dit een echte leren tas?

comprehensive

/ˌkɑːm.prəˈhen.sɪv/

(adjective) uitgebreid, alomvattend

Voorbeeld:

The report provides a comprehensive overview of the market.
Het rapport geeft een uitgebreid overzicht van de markt.

dependable

/dɪˈpen.də.bəl/

(adjective) betrouwbaar, degelijk

Voorbeeld:

She is a very dependable employee.
Zij is een zeer betrouwbare werknemer.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland