Avatar of Vocabulary Set Betekenis

Vocabulaireverzameling Betekenis in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Betekenis' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

significant

/sɪɡˈnɪf.ə.kənt/

(adjective) significant, belangrijk, aanzienlijk

Voorbeeld:

There was a significant increase in sales this quarter.
Er was een aanzienlijke stijging van de verkoop dit kwartaal.

crucial

/ˈkruː.ʃəl/

(adjective) cruciaal, essentieel, doorslaggevend

Voorbeeld:

It is crucial that we act immediately.
Het is cruciaal dat we onmiddellijk handelen.

vital

/ˈvaɪ.t̬əl/

(adjective) vitaal, essentieel, cruciaal

Voorbeeld:

It is vital that you keep accurate records.
Het is van vitaal belang dat u nauwkeurige gegevens bijhoudt.

essential

/ɪˈsen.ʃəl/

(adjective) essentieel, noodzakelijk, wezenlijk;

(noun) essentiële zaken, benodigdheden

Voorbeeld:

Water is essential for life.
Water is essentieel voor het leven.

main

/meɪn/

(adjective) belangrijkste, hoofd;

(noun) hoofdleiding, hoofdkabel

Voorbeeld:

The main reason for his success is hard work.
De belangrijkste reden voor zijn succes is hard werken.

fundamental

/ˌfʌn.dəˈmen.t̬əl/

(adjective) fundamenteel, essentieel;

(noun) grondbeginselen, basisprincipes

Voorbeeld:

The fundamental principles of physics.
De fundamentele principes van de natuurkunde.

serious

/ˈsɪr.i.əs/

(adjective) serieus, ernstig, zwaar

Voorbeeld:

This is a serious matter that requires our full attention.
Dit is een serieuze zaak die onze volledige aandacht vereist.

meaningful

/ˈmiː.nɪŋ.fəl/

(adjective) betekenisvol, zinvol, belangrijk

Voorbeeld:

She found a meaningful career in social work.
Ze vond een betekenisvolle carrière in het sociaal werk.

important

/ɪmˈpɔːr.tənt/

(adjective) belangrijk, essentieel, cruciaal

Voorbeeld:

It's important to eat a healthy breakfast.
Het is belangrijk om een gezond ontbijt te eten.

primary

/ˈpraɪ.mer.i/

(adjective) primair, hoofd-, oorspronkelijk;

(noun) voorverkiezing, primaire verkiezing

Voorbeeld:

The primary goal is to reduce costs.
Het primaire doel is om kosten te verlagen.

central

/ˈsen.trəl/

(adjective) centraal, midden, essentieel

Voorbeeld:

The park is in the central part of the city.
Het park ligt in het centrale deel van de stad.

necessary

/ˈnes.ə.ser.i/

(adjective) noodzakelijk, essentieel, vereist;

(noun) het noodzakelijke, het nodige

Voorbeeld:

It is necessary to obtain a visa before traveling to that country.
Het is noodzakelijk om een visum te verkrijgen voordat u naar dat land reist.

prominent

/ˈprɑː.mə.nənt/

(adjective) prominent, opvallend, belangrijk

Voorbeeld:

The church tower was a prominent landmark in the village.
De kerktoren was een prominent herkenningspunt in het dorp.

highlight

/ˈhaɪ.laɪt/

(verb) benadrukken, markeren, accentueren;

(noun) hoogtepunt, topmoment

Voorbeeld:

The report highlights the need for better education.
Het rapport benadrukt de noodzaak van beter onderwijs.

underline

/ˌʌn.dɚˈlaɪn/

(verb) onderstrepen, benadrukken;

(noun) onderstreping

Voorbeeld:

Please underline the key terms in the document.
Gelieve de sleuteltermen in het document te onderstrepen.

emphasize

/ˈem.fə.saɪz/

(verb) benadrukken, accentueren

Voorbeeld:

The report emphasized the need for better education.
Het rapport benadrukte de noodzaak van beter onderwijs.

stress

/stres/

(noun) stress, spanning, klemtoon;

(verb) benadrukken, beklemtonen, stressen

Voorbeeld:

She's been under a lot of stress lately.
Ze heeft de laatste tijd veel stress gehad.

trivial

/ˈtrɪv.i.əl/

(adjective) triviaal, onbelangrijk, onbeduidend

Voorbeeld:

The problem was so trivial that it wasn't worth discussing.
Het probleem was zo triviaal dat het niet de moeite waard was om te bespreken.

inessential

/ˌɪn.ɪˈsen.ʃəl/

(adjective) niet-essentieel, overbodig;

(noun) bijzaak, onbelangrijkheid

Voorbeeld:

The government decided to cut funding for inessential services.
De regering besloot te bezuinigen op niet-essentiële diensten.

non-essential

/ˌnɑːn.ɪˈsen.ʃəl/

(adjective) niet-essentieel, niet noodzakelijk

Voorbeeld:

During the lockdown, only non-essential businesses were closed.
Tijdens de lockdown waren alleen niet-essentiële bedrijven gesloten.

insignificant

/ˌɪn.sɪɡˈnɪf.ə.kənt/

(adjective) onbeduidend, onbelangrijk, gering

Voorbeeld:

The difference in price was insignificant.
Het prijsverschil was onbeduidend.

minor

/ˈmaɪ.nɚ/

(adjective) klein, gering, onbelangrijk;

(noun) minderjarige

Voorbeeld:

It's only a minor problem.
Het is maar een klein probleem.

unremarkable

/ˌʌn.rɪˈmɑːr.kə.bəl/

(adjective) onopvallend, gewoon, onbeduidend

Voorbeeld:

The building was quite unremarkable, blending in with its surroundings.
Het gebouw was vrij onopvallend en ging op in de omgeving.

unimportant

/ˌʌn.ɪmˈpɔːr.t̬ənt/

(adjective) onbelangrijk, onbeduidend

Voorbeeld:

The details of the meeting were unimportant.
De details van de vergadering waren onbelangrijk.

secondary

/ˈsek.ən.der.i/

(adjective) secundair, ondergeschikt, middelbaar

Voorbeeld:

The primary goal is to finish the project; everything else is secondary.
Het primaire doel is het project af te maken; al het andere is secundair.

non-serious

/ˌnɑːnˈsɪr.i.əs/

(adjective) niet-ernstig, luchtig

Voorbeeld:

The doctor said it was a non-serious injury.
De dokter zei dat het een niet-ernstige verwonding was.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland