Avatar of Vocabulary Set Bijwoorden van frequentie

Vocabulaireverzameling Bijwoorden van frequentie in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Bijwoorden van frequentie' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

always

/ˈɑːl.weɪz/

(adverb) altijd, voor altijd, voortdurend

Voorbeeld:

She always arrives on time.
Ze komt altijd op tijd aan.

never

/ˈnev.ɚ/

(adverb) nooit, geenszins

Voorbeeld:

I have never been to Paris.
Ik ben nooit in Parijs geweest.

often

/ˈɑːf.ən/

(adverb) vaak, dikwijls

Voorbeeld:

She often visits her grandparents.
Ze bezoekt haar grootouders vaak.

sometimes

/ˈsʌm.taɪmz/

(adverb) soms, af en toe

Voorbeeld:

Sometimes I like to read a book before bed.
Soms lees ik graag een boek voor het slapengaan.

rarely

/ˈrer.li/

(adverb) zelden, nauwelijks

Voorbeeld:

She rarely goes out on weekdays.
Ze gaat zelden uit op weekdagen.

frequently

/ˈfriː.kwənt.li/

(adverb) frequent, vaak

Voorbeeld:

She frequently visits her grandparents.
Ze bezoekt haar grootouders frequent.

occasionally

/əˈkeɪ.ʒən.əl.i/

(adverb) af en toe, incidenteel

Voorbeeld:

We occasionally go out for dinner on weekends.
We gaan af en toe uit eten in het weekend.

seldom

/ˈsel.dəm/

(adverb) zelden

Voorbeeld:

She seldom goes out on weekdays.
Ze gaat zelden uit op weekdagen.

regularly

/ˈreɡ.jə.lər.li/

(adverb) regelmatig, vaak, gelijkmatig

Voorbeeld:

She exercises regularly to stay healthy.
Ze sport regelmatig om gezond te blijven.

constantly

/ˈkɑːn.stənt.li/

(adverb) voortdurend, constant

Voorbeeld:

The weather here is constantly changing.
Het weer hier verandert voortdurend.

continuously

/kənˈtɪn.ju.əs.li/

(adverb) voortdurend, ononderbroken

Voorbeeld:

The rain fell continuously for three days.
De regen viel voortdurend drie dagen lang.

ever

/ˈev.ɚ/

(adverb) ooit, altijd, in vredesnaam

Voorbeeld:

Have you ever been to Paris?
Ben je ooit in Parijs geweest?

repeatedly

/rɪˈpiː.t̬ɪd.li/

(adverb) herhaaldelijk, steeds weer

Voorbeeld:

He repeatedly tried to call her, but she didn't answer.
Hij probeerde haar herhaaldelijk te bellen, maar ze nam niet op.

usually

/ˈjuː.ʒu.ə.li/

(adverb) meestal, gewoonlijk

Voorbeeld:

I usually wake up at 7 AM.
Ik word meestal om 7 uur 's ochtends wakker.

infrequently

/ɪnˈfriː.kwənt.li/

(adverb) zelden, onregelmatig

Voorbeeld:

The buses run infrequently on Sundays.
De bussen rijden onregelmatig op zondag.

habitually

/həˈbɪtʃ.ə.li/

(adverb) gewoonlijk, nauwgezet

Voorbeeld:

He is habitually late for meetings.
Hij is gewoonlijk te laat voor vergaderingen.

continually

/kənˈtɪn.ju.ə.li/

(adverb) voortdurend, herhaaldelijk, onophoudelijk

Voorbeeld:

He is continually interrupting me.
Hij onderbreekt me voortdurend.

once

/wʌns/

(adverb) eens, één keer, vroeger;

(conjunction) zodra, wanneer

Voorbeeld:

I only met him once.
Ik heb hem maar één keer ontmoet.

daily

/ˈdeɪ.li/

(adjective) dagelijks;

(adverb) dagelijks, elke dag;

(noun) dagblad, dagelijkse krant

Voorbeeld:

She reads the daily newspaper.
Ze leest de dagelijkse krant.

weekly

/ˈwiː.kli/

(adjective) wekelijks;

(adverb) wekelijks;

(noun) weekblad

Voorbeeld:

The newspaper is published weekly.
De krant wordt wekelijks gepubliceerd.

from time to time

/frʌm taɪm tə taɪm/

(idiom) af en toe, nu en dan

Voorbeeld:

We meet for coffee from time to time.
We ontmoeten elkaar af en toe voor koffie.

yearly

/ˈjɪr.li/

(adjective) jaarlijks, elk jaar;

(adverb) jaarlijks, elk jaar

Voorbeeld:

The company holds a yearly meeting for all employees.
Het bedrijf houdt een jaarlijkse vergadering voor alle werknemers.

monthly

/ˈmʌn.θli/

(adjective) maandelijks;

(adverb) maandelijks;

(noun) maandblad, maandelijkse publicatie

Voorbeeld:

The company holds monthly meetings.
Het bedrijf houdt maandelijkse vergaderingen.

twice

/twaɪs/

(adverb) tweemaal, twee keer

Voorbeeld:

I've been to Paris twice.
Ik ben twee keer in Parijs geweest.

every once in a while

/ˈev.ri wʌns ɪn ə waɪl/

(idiom) af en toe, zo nu en dan

Voorbeeld:

We still see each other every once in a while.
We zien elkaar nog steeds af en toe.

now and again

/naʊ ənd əˈɡen/

(idiom) af en toe, nu en dan

Voorbeeld:

I like to visit my old friends now and again.
Ik bezoek mijn oude vrienden graag af en toe.

hourly

/ˈaʊr.li/

(adjective) uurlijks, per uur;

(adverb) uurlijks, elk uur

Voorbeeld:

The bus runs on an hourly schedule.
De bus rijdt volgens een uurrooster.

off and on

/ɔf ænd ɑn/

(adverb) af en toe, met onderbrekingen

Voorbeeld:

It rained off and on all day.
Het regende de hele dag af en toe.

nonstop

/ˌnɑːnˈstɑːp/

(adverb) non-stop, ononderbroken;

(adjective) non-stop, ononderbroken

Voorbeeld:

The train traveled nonstop for five hours.
De trein reed vijf uur non-stop.

mostly

/ˈmoʊst.li/

(adverb) meestal, voornamelijk, grotendeels

Voorbeeld:

The audience was mostly young people.
Het publiek bestond voornamelijk uit jonge mensen.

now and then

/naʊ ənd ðen/

(phrase) af en toe, nu en dan

Voorbeeld:

We still meet up for coffee now and then.
We ontmoeten elkaar af en toe nog steeds voor koffie.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland