Avatar of Vocabulary Set Cultuur en gebruiken

Vocabulaireverzameling Cultuur en gebruiken in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Cultuur en gebruiken' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

culture

/ˈkʌl.tʃɚ/

(noun) cultuur, kweek;

(verb) kweken, cultiveren

Voorbeeld:

Japanese culture is rich in tradition.
De Japanse cultuur is rijk aan traditie.

holiday

/ˈhɑː.lə.deɪ/

(noun) vakantie, feestdag;

(verb) vakantie vieren, op vakantie gaan

Voorbeeld:

We're going on holiday to Spain next month.
We gaan volgende maand op vakantie naar Spanje.

story

/ˈstɔːr.i/

(noun) verhaal, sprookje, verslag

Voorbeeld:

She told us a fascinating story about her travels.
Ze vertelde ons een fascinerend verhaal over haar reizen.

fashion

/ˈfæʃ.ən/

(noun) mode, stijl, manier;

(verb) vormen, maken

Voorbeeld:

She always dresses in the latest fashion.
Ze kleedt zich altijd volgens de laatste mode.

value

/ˈvæl.juː/

(noun) waarde, belang, prijs;

(verb) waarderen, schatten, op prijs stellen

Voorbeeld:

The true value of friendship cannot be measured.
De ware waarde van vriendschap kan niet worden gemeten.

symbol

/ˈsɪm.bəl/

(noun) symbool, teken

Voorbeeld:

The dove is a symbol of peace.
De duif is een symbool van vrede.

gesture

/ˈdʒes.tʃɚ/

(noun) gebaar, teken;

(verb) gebaren, wijzen

Voorbeeld:

He made a rude gesture with his hand.
Hij maakte een onbeleefd gebaar met zijn hand.

greeting

/ˈɡriː.t̬ɪŋ/

(noun) groet, begroeting, wens

Voorbeeld:

She gave a warm greeting to all her guests.
Ze gaf een warme groet aan al haar gasten.

farewell

/ˌferˈwel/

(exclamation) vaarwel, tot ziens;

(noun) vaarwel, afscheid;

(adjective) afscheids-, laatste

Voorbeeld:

Farewell, my friend, until we meet again.
Vaarwel, mijn vriend, tot we elkaar weer ontmoeten.

language

/ˈlæŋ.ɡwɪdʒ/

(noun) taal, taalgebruik, stijl

Voorbeeld:

English is a widely spoken language.
Engels is een veelgesproken taal.

clothing

/ˈkloʊ.ðɪŋ/

(noun) kleding, kledij

Voorbeeld:

She bought new clothing for her trip.
Ze kocht nieuwe kleding voor haar reis.

custom

/ˈkʌs.təm/

(noun) gewoonte, gebruik;

(adjective) op maat gemaakt, maatwerk

Voorbeeld:

It is a local custom to greet visitors with a cup of tea.
Het is een lokale gewoonte om bezoekers met een kopje thee te begroeten.

tradition

/trəˈdɪʃ.ən/

(noun) traditie, gebruik, overlevering

Voorbeeld:

It's a family tradition to have turkey on Christmas Day.
Het is een familietraditie om kalkoen te eten op eerste kerstdag.

ceremony

/ˈser.ə.moʊ.ni/

(noun) ceremonie, plechtigheid, formaliteit

Voorbeeld:

The wedding ceremony was beautiful.
De huwelijksceremonie was prachtig.

funeral

/ˈfjuː.nɚ.əl/

(noun) begrafenis, uitvaart

Voorbeeld:

The family held a private funeral for their loved one.
De familie hield een besloten begrafenis voor hun geliefde.

courtesy

/ˈkɝː.t̬ə.si/

(noun) hoffelijkheid, beleefdheid, service

Voorbeeld:

He treated everyone with great courtesy.
Hij behandelde iedereen met grote hoffelijkheid.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland