Vocabulaireverzameling Eenheid 11: Veranderende rollen in de samenleving in Graad 9: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 11: Veranderende rollen in de samenleving' in 'Graad 9' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) voordelig, gunstig, nuttig
Voorbeeld:
(noun) aanvraag, sollicitatie, toepassing
Voorbeeld:
(noun) aanwezigheid, opkomst, opkomstcijfer
Voorbeeld:
(noun) kostwinner
Voorbeeld:
(noun) last, vracht, verantwoordelijkheid;
(verb) belasten, bezwaren
Voorbeeld:
(adverb) bijgevolg, daardoor, zodoende
Voorbeeld:
(noun) inhoud, gehalte;
(adjective) tevreden, voldaan;
(verb) tevredenstellen, voldoen
Voorbeeld:
(verb) bedekken, afdekken, behandelen;
(noun) deksel, omslag, cover
Voorbeeld:
(adverb) drastisch, ingrijpend, sterk
Voorbeeld:
(verb) evalueren, beoordelen, schatten
Voorbeeld:
(adverb) extern, aan de buitenkant, van buitenaf
Voorbeeld:
(verb) vergemakkelijken, bevorderen
Voorbeeld:
(noun) facilitator, begeleider
Voorbeeld:
(adjective) financieel
Voorbeeld:
(noun) forum, platform, marktplein
Voorbeeld:
(adjective) praktisch, hands-on
Voorbeeld:
(adjective) onmogelijk, onhandelbaar
Voorbeeld:
(noun) internationalisering
Voorbeeld:
(noun) beroepsbevolking, arbeidskrachten
Voorbeeld:
(verb) verlaten, vertrekken, laten;
(noun) verlof, vrij, toestemming
Voorbeeld:
(verb) deelnemen, participeren
Voorbeeld:
(verb) stromen, gieten, schenken;
(noun) stroom, regenval
Voorbeeld:
(noun) spoorweg, spoorlijn, spoorwegen
Voorbeeld:
(noun) het echte leven, de realiteit;
(adjective) echt, waargebeurd
Voorbeeld:
(adjective) responsief, reagerend
Voorbeeld:
(noun) rol, functie
Voorbeeld:
(noun) sector, gebied, cirkelsector
Voorbeeld:
(noun) voetzool, zool, tong;
(adjective) enig, alleen;
(verb) verzolen
Voorbeeld:
(noun) kleermaker;
(verb) aanpassen, op maat maken
Voorbeeld:
(adjective) virtueel, feitelijk
Voorbeeld:
(noun) zicht, gezichtsvermogen, visie
Voorbeeld:
(noun) getuige, bewijs, getuigenis;
(verb) getuige zijn van, zien, getuigen van
Voorbeeld: