Avatar of Vocabulary Set Eenheid 7: Televisie

Vocabulaireverzameling Eenheid 7: Televisie in Groep 6: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 7: Televisie' in 'Groep 6' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

program

/ˈproʊ.ɡræm/

(noun) programma, schema, uitzending;

(verb) programmeren, instellen, plannen

Voorbeeld:

I wrote a simple program to calculate my expenses.
Ik schreef een eenvoudig programma om mijn uitgaven te berekenen.

talent show

/ˈtæl.ənt ˌʃoʊ/

(noun) talentenjacht, talentshow

Voorbeeld:

She won the school talent show with her amazing singing.
Ze won de school talentenjacht met haar geweldige zang.

cartoon

/kɑːrˈtuːn/

(noun) tekenfilm, cartoon, spotprent

Voorbeeld:

My kids love watching Saturday morning cartoons.
Mijn kinderen kijken graag naar zaterdagochtend tekenfilms.

comedy

/ˈkɑː.mə.di/

(noun) komedie, humor, grappig stuk

Voorbeeld:

The stand-up comedy show was hilarious.
De stand-up comedy show was hilarisch.

game show

/ˈɡeɪm ˌʃoʊ/

(noun) spelshow, quizprogramma

Voorbeeld:

My grandmother loves watching game shows every afternoon.
Mijn grootmoeder kijkt elke middag graag naar spelshows.

channel

/ˈtʃæn.əl/

(noun) kanaal, waterweg, richting;

(verb) kanaliseren, leiden, uitdrukken

Voorbeeld:

What channel is the news on?
Op welk kanaal is het nieuws?

clip

/klɪp/

(noun) clip, klem, speld;

(verb) knippen, scheren, clippen

Voorbeeld:

She used a paper clip to hold the documents together.
Ze gebruikte een paperclip om de documenten bij elkaar te houden.

educate

/ˈedʒ.ə.keɪt/

(verb) onderwijzen, opleiden

Voorbeeld:

It is important to educate children about healthy eating.
Het is belangrijk om kinderen te onderwijzen over gezond eten.

guide

/ɡaɪd/

(noun) gids, handleiding;

(verb) leiden, begeleiden, sturen

Voorbeeld:

Our tour guide was very knowledgeable about the city's history.
Onze reisgids was zeer goed geïnformeerd over de geschiedenis van de stad.

weather forecast

/ˈweð.ər ˌfɔːr.kæst/

(noun) weersvoorspelling, weerbericht

Voorbeeld:

The weather forecast predicts rain for tomorrow.
De weersvoorspelling voorspelt regen voor morgen.

news

/nuːz/

(noun) nieuws, journaal

Voorbeeld:

I heard the news on the radio this morning.
Ik hoorde het nieuws vanmorgen op de radio.

remote

/rɪˈmoʊt/

(adjective) afgelegen, ver, gering;

(noun) afstandsbediening

Voorbeeld:

The village is located in a remote area.
Het dorp ligt in een afgelegen gebied.

character

/ˈker.ək.tɚ/

(noun) karakter, aard, personage

Voorbeeld:

He has a strong character.
Hij heeft een sterk karakter.

mouse

/maʊs/

(noun) muis;

(verb) muizen, met de muis bewegen

Voorbeeld:

A tiny mouse scurried across the floor.
Een kleine muis schoot over de vloer.

funny

/ˈfʌn.i/

(adjective) grappig, humoristisch, vreemd

Voorbeeld:

He told a really funny joke.
Hij vertelde een echt grappige grap.

popular

/ˈpɑː.pjə.lɚ/

(adjective) populair, geliefd, volks-

Voorbeeld:

This song is very popular right now.
Dit liedje is nu erg populair.

cute

/kjuːt/

(adjective) schattig, lief, aantrekkelijk

Voorbeeld:

The puppy was so cute with its big eyes.
De puppy was zo schattig met zijn grote ogen.

live

/lɪv/

(verb) leven, wonen, verblijven;

(adjective) live, rechtstreeks, levend;

(adverb) live, rechtstreeks

Voorbeeld:

She hopes to live a long and happy life.
Ze hoopt een lang en gelukkig leven te leven.

boring

/ˈbɔː.rɪŋ/

(adjective) saai, vervelend

Voorbeeld:

The lecture was so boring that I almost fell asleep.
De lezing was zo saai dat ik bijna in slaap viel.

clever

/ˈklev.ɚ/

(adjective) slim, knap, handig

Voorbeeld:

She's a very clever student and always gets good grades.
Ze is een heel slimme student en haalt altijd goede cijfers.

enjoy

/ɪnˈdʒɔɪ/

(verb) genieten van, beschikken over

Voorbeeld:

I really enjoy spending time with my family.
Ik geniet echt van tijd doorbrengen met mijn familie.

colorful

/ˈkʌl.ɚ.fəl/

(adjective) kleurrijk, bont, levendig

Voorbeeld:

The parrot has beautiful colorful feathers.
De papegaai heeft prachtige kleurrijke veren.

compete in

/kəmˈpiːt ɪn/

(phrasal verb) meedoen aan, deelnemen aan

Voorbeeld:

She will compete in the swimming championship next month.
Ze zal volgende maand meedoen aan het zwemkampioenschap.

intelligent

/ɪnˈtel.ə.dʒənt/

(adjective) intelligent, slim

Voorbeeld:

She is a very intelligent student.
Zij is een zeer intelligente student.

dolphin

/ˈdɑːl.fɪn/

(noun) dolfijn

Voorbeeld:

We saw a pod of dolphins swimming alongside our boat.
We zagen een groep dolfijnen naast onze boot zwemmen.

natural

/ˈnætʃ.ɚ.əl/

(adjective) natuurlijk, normaal, vanzelfsprekend;

(noun) natuurlijk talent, geboren talent

Voorbeeld:

The Grand Canyon is a stunning natural wonder.
De Grand Canyon is een adembenemend natuurlijk wonder.

viewer

/ˈvjuː.ɚ/

(noun) kijker, toeschouwer

Voorbeeld:

The art exhibition attracted many viewers.
De kunsttentoonstelling trok veel kijkers.

MC

/ˌemˈsiː/

(noun) MC, presentator;

(verb) presenteren, hosten;

(abbreviation) Master of Ceremonies

Voorbeeld:

The MC kept the crowd entertained throughout the concert.
De MC hield het publiek de hele concert lang bezig.

weatherman

/ˈweð.ɚ.mæn/

(noun) weerman

Voorbeeld:

The weatherman predicted heavy rain for tomorrow.
De weerman voorspelde zware regen voor morgen.

newscaster

/ˈnuːzˌkæs.tɚ/

(noun) nieuwslezer, nieuwslezeres

Voorbeeld:

The newscaster reported on the latest political developments.
De nieuwslezer deed verslag van de laatste politieke ontwikkelingen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland