Avatar of Vocabulary Set A2 - Letter I

Vocabulaireverzameling A2 - Letter I in Oxford 3000 - A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Letter I' in 'Oxford 3000 - A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

ideal

/aɪˈdiː.əl/

(adjective) ideaal, perfect, imaginair;

(noun) ideaal, voorbeeld

Voorbeeld:

This is the ideal place for a picnic.
Dit is de ideale plek voor een picknick.

identify

/aɪˈden.t̬ə.faɪ/

(verb) identificeren, herkennen, associëren

Voorbeeld:

Can you identify the person who stole your bag?
Kun je de persoon identificeren die je tas heeft gestolen?

ill

/ɪl/

(adjective) ziek, ongesteld, schadelijk;

(adverb) slecht, verkeerd, nauwelijks;

(noun) kwaad, ongeluk, ellende

Voorbeeld:

She felt ill after eating the spoiled food.
Ze voelde zich ziek na het eten van het bedorven voedsel.

illness

/ˈɪl.nəs/

(noun) ziekte, aandoening

Voorbeeld:

She is recovering from a long illness.
Ze herstelt van een lange ziekte.

image

/ˈɪm.ɪdʒ/

(noun) afbeelding, beeld, imago;

(verb) voorstellen, verbeelden

Voorbeeld:

The artist captured her likeness in a beautiful image.
De kunstenaar legde haar gelijkenis vast in een prachtige afbeelding.

immediately

/ɪˈmiː.di.ət.li/

(adverb) onmiddellijk, direct, meteen

Voorbeeld:

Please respond immediately.
Gelieve onmiddellijk te reageren.

impossible

/ɪmˈpɑː.sə.bəl/

(adjective) onmogelijk, onhandelbaar

Voorbeeld:

It's impossible to finish this work in one day.
Het is onmogelijk om dit werk in één dag af te maken.

included

/ɪnˈkluː.dɪd/

(adjective) inbegrepen, opgenomen;

(past participle) omvatten, opnemen;

(past tense) omvatte, bevatte

Voorbeeld:

The price of the meal is included in the bill.
De prijs van de maaltijd is inbegrepen in de rekening.

including

/ɪnˈkluː.dɪŋ/

(preposition) inclusief, met inbegrip van

Voorbeeld:

The price is $50, including tax.
De prijs is $50, inclusief belasting.

increase

/ɪnˈkriːs/

(verb) toenemen, vergroten, stijgen;

(noun) toename, stijging, verhoging

Voorbeeld:

The population of the city continues to increase.
De bevolking van de stad blijft toenemen.

incredible

/ɪnˈkred.ə.bəl/

(adjective) ongelooflijk, onwaarschijnlijk, geweldig

Voorbeeld:

The story he told was absolutely incredible.
Het verhaal dat hij vertelde was absoluut ongelooflijk.

independent

/ˌɪn.dɪˈpen.dənt/

(adjective) onafhankelijk, zelfstandig, afzonderlijk;

(noun) onafhankelijke, zelfstandige

Voorbeeld:

The country gained its independent status in 1960.
Het land verwierf zijn onafhankelijke status in 1960.

individual

/ˌɪn.dəˈvɪdʒ.u.əl/

(noun) individu, persoon;

(adjective) individueel, afzonderlijk, uniek

Voorbeeld:

Every individual has the right to express their opinion.
Elk individu heeft het recht om zijn mening te uiten.

industry

/ˈɪn.də.stri/

(noun) industrie, nijverheid, vlijt

Voorbeeld:

The automotive industry is a major employer in the region.
De auto-industrie is een belangrijke werkgever in de regio.

informal

/ɪnˈfɔːr.məl/

(adjective) informeel, casual, vrijblijvend

Voorbeeld:

The meeting had an informal atmosphere.
De vergadering had een informele sfeer.

injury

/ˈɪn.dʒər.i/

(noun) blessure, verwonding, schade

Voorbeeld:

He sustained a serious leg injury in the accident.
Hij liep een ernstige beenblessure op bij het ongeluk.

insect

/ˈɪn.sekt/

(noun) insect

Voorbeeld:

A bee is a type of insect.
Een bij is een soort insect.

inside

/ˈɪn.saɪd/

(noun) binnenkant, interieur;

(adverb) binnen, binnenin;

(adjective) binnenste, intern;

(preposition) binnenin, in

Voorbeeld:

The inside of the box was empty.
De binnenkant van de doos was leeg.

instead

/ɪnˈsted/

(adverb) in plaats daarvan, in de plaats

Voorbeeld:

I don't want coffee; I'll have tea instead.
Ik wil geen koffie; ik neem thee in plaats daarvan.

instruction

/ɪnˈstrʌk.ʃən/

(noun) instructie, aanwijzing, onderwijs

Voorbeeld:

Follow the instructions carefully.
Volg de instructies zorgvuldig op.

instructor

/ɪnˈstrʌk.tɚ/

(noun) instructeur, docent

Voorbeeld:

The yoga instructor demonstrated the pose.
De yoga-instructeur demonstreerde de houding.

instrument

/ˈɪn.strə.mənt/

(noun) instrument, gereedschap, muziekinstrument;

(verb) instrumenteren, uitrusten met instrumenten

Voorbeeld:

The surgeon used a specialized instrument to perform the delicate operation.
De chirurg gebruikte een gespecialiseerd instrument om de delicate operatie uit te voeren.

intelligent

/ɪnˈtel.ə.dʒənt/

(adjective) intelligent, slim

Voorbeeld:

She is a very intelligent student.
Zij is een zeer intelligente student.

international

/ˌɪn.t̬ɚˈnæʃ.ən.əl/

(adjective) internationaal;

(noun) interland, internationale wedstrijd

Voorbeeld:

The United Nations is an international organization.
De Verenigde Naties is een internationale organisatie.

introduction

/ˌɪn.trəˈdʌk.ʃən/

(noun) introductie, inleiding, voorwoord

Voorbeeld:

The introduction of new technology revolutionized the industry.
De introductie van nieuwe technologie bracht een revolutie teweeg in de industrie.

invent

/ɪnˈvent/

(verb) uitvinden, bedenken, verzinnen

Voorbeeld:

Alexander Graham Bell invented the telephone.
Alexander Graham Bell vond de telefoon uit.

invention

/ɪnˈven.ʃən/

(noun) uitvinding, innovatie, verzinsel

Voorbeeld:

The invention of the printing press revolutionized communication.
De uitvinding van de drukpers bracht een revolutie teweeg in de communicatie.

invitation

/ˌɪn.vəˈteɪ.ʃən/

(noun) uitnodiging, uitnodigen

Voorbeeld:

She sent out invitations for her birthday party.
Ze stuurde uitnodigingen voor haar verjaardagsfeestje.

invite

/ɪnˈvaɪt/

(verb) uitnodigen, aantrekken;

(noun) uitnodiging

Voorbeeld:

We'd like to invite you to our wedding.
We willen je graag uitnodigen voor onze bruiloft.

involve

/ɪnˈvɑːlv/

(verb) betrekken, omvatten, inhouden

Voorbeeld:

The new project will involve a lot of research.
Het nieuwe project zal veel onderzoek omvatten.

item

/ˈaɪ.t̬əm/

(noun) item, artikel, stuk

Voorbeeld:

Please check each item on the list.
Controleer elk item op de lijst.

itself

/ɪtˈself/

(pronoun) zichzelf, zelf

Voorbeeld:

The cat groomed itself.
De kat verzorgde zichzelf.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland