Vocabulaireverzameling A2 - Letter I in Oxford 3000 - A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Letter I' in 'Oxford 3000 - A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) ideaal, perfect, imaginair;
(noun) ideaal, voorbeeld
Voorbeeld:
(verb) identificeren, herkennen, associëren
Voorbeeld:
(adjective) ziek, ongesteld, schadelijk;
(adverb) slecht, verkeerd, nauwelijks;
(noun) kwaad, ongeluk, ellende
Voorbeeld:
(noun) ziekte, aandoening
Voorbeeld:
(noun) afbeelding, beeld, imago;
(verb) voorstellen, verbeelden
Voorbeeld:
(adverb) onmiddellijk, direct, meteen
Voorbeeld:
(adjective) onmogelijk, onhandelbaar
Voorbeeld:
(adjective) inbegrepen, opgenomen;
(past participle) omvatten, opnemen;
(past tense) omvatte, bevatte
Voorbeeld:
(preposition) inclusief, met inbegrip van
Voorbeeld:
(verb) toenemen, vergroten, stijgen;
(noun) toename, stijging, verhoging
Voorbeeld:
(adjective) ongelooflijk, onwaarschijnlijk, geweldig
Voorbeeld:
(adjective) onafhankelijk, zelfstandig, afzonderlijk;
(noun) onafhankelijke, zelfstandige
Voorbeeld:
(noun) individu, persoon;
(adjective) individueel, afzonderlijk, uniek
Voorbeeld:
(noun) industrie, nijverheid, vlijt
Voorbeeld:
(adjective) informeel, casual, vrijblijvend
Voorbeeld:
(noun) blessure, verwonding, schade
Voorbeeld:
(noun) binnenkant, interieur;
(adverb) binnen, binnenin;
(adjective) binnenste, intern;
(preposition) binnenin, in
Voorbeeld:
(adverb) in plaats daarvan, in de plaats
Voorbeeld:
(noun) instructie, aanwijzing, onderwijs
Voorbeeld:
(noun) instructeur, docent
Voorbeeld:
(noun) instrument, gereedschap, muziekinstrument;
(verb) instrumenteren, uitrusten met instrumenten
Voorbeeld:
(adjective) intelligent, slim
Voorbeeld:
(adjective) internationaal;
(noun) interland, internationale wedstrijd
Voorbeeld:
(noun) introductie, inleiding, voorwoord
Voorbeeld:
(verb) uitvinden, bedenken, verzinnen
Voorbeeld:
(noun) uitvinding, innovatie, verzinsel
Voorbeeld:
(noun) uitnodiging, uitnodigen
Voorbeeld:
(verb) uitnodigen, aantrekken;
(noun) uitnodiging
Voorbeeld:
(verb) betrekken, omvatten, inhouden
Voorbeeld:
(noun) item, artikel, stuk
Voorbeeld:
(pronoun) zichzelf, zelf
Voorbeeld: