Vocabulaireverzameling Ziekenhuis in Veelvoorkomende woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Ziekenhuis' in 'Veelvoorkomende woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) radioloog
Voorbeeld:
(noun) spoedeisende hulp, eerste hulp
Voorbeeld:
(noun) verloskundige, obstetricus
Voorbeeld:
(noun) operatiekamer
Voorbeeld:
(noun) naald, wijzer, dennennaald;
(verb) prikkelen, plagen
Voorbeeld:
(noun) laboratorium, lab
Voorbeeld:
(noun) apotheek, farmacie, apothekerskunst
Voorbeeld:
(noun) ziekenhuisbed
Voorbeeld:
(noun) oproepknop, belknop
Voorbeeld:
(noun) dokter, arts, doctor;
(verb) vervalsen, manipuleren, repareren
Voorbeeld:
(noun) verpleegkundige, verpleger, verpleegster;
(verb) verplegen, verzorgen, voeden
Voorbeeld:
(noun) brancard, ziekenhuisbed op wielen
Voorbeeld:
(noun) wachtkamer
Voorbeeld:
(noun) chirurg
Voorbeeld:
(noun) vroedvrouw, verloskundige
Voorbeeld:
(noun) injectie, prik, inbreng
Voorbeeld:
(noun) calcium
Voorbeeld:
(noun) ziekenhuis
Voorbeeld:
(noun) kruk, steun, hulpmiddel;
(verb) met krukken lopen, ondersteunen met krukken
Voorbeeld:
(noun) rolstoel
Voorbeeld:
(noun) paramedicus, ambulanceverpleegkundige
Voorbeeld:
(noun) brancard
Voorbeeld:
(verb) haasten, spoeden, versnellen;
(noun) stroom, haast, spits;
(adjective) gehaast, overhaast
Voorbeeld:
(verb) behandelen, verwerken, traktatie geven;
(noun) traktatie, verwennerij, rondje
Voorbeeld:
(noun) staat, conditie, voorwaarde;
(verb) conditioneren, trainen
Voorbeeld:
(noun) herstel, genezing, terugvordering
Voorbeeld:
(verb) lijden, ondergaan, lijden aan
Voorbeeld:
(verb) verslechteren, achteruitgaan
Voorbeeld:
(noun) coma
Voorbeeld:
(noun) verkoudheid
Voorbeeld: