Vocabulaireverzameling Top 326 - 350 Nouns in 500 meest voorkomende Engelse zelfstandige naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 326 - 350 Nouns' in '500 meest voorkomende Engelse zelfstandige naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) item, artikel, stuk
Voorbeeld:
(noun) succes, welslagen, succesnummer
Voorbeeld:
(noun) zus, zuster, collega
Voorbeeld:
(noun) broer, broeder, kameraad
Voorbeeld:
(noun) motor, machine, locomotief
Voorbeeld:
(noun) kenmerk, eigenschap, reportage;
(verb) kenmerken, bevatten, een prominente rol spelen
Voorbeeld:
(noun) bal, dansfeest;
(verb) ballen, opballen
Voorbeeld:
(noun) doel, streven, vastberadenheid;
(verb) van plan zijn, beogen
Voorbeeld:
(noun) been, poot, etappe;
(verb) lopen, rennen
Voorbeeld:
(noun) droom, aspiratie, ideaal;
(verb) dromen, aspireren
Voorbeeld:
(noun) stijl, mode, manier;
(verb) stylen, vormgeven, ontwerpen
Voorbeeld:
(noun) detail, onderdeel;
(verb) gedetailleerd beschrijven, specificeren
Voorbeeld:
(noun) blindheid, onwetendheid
Voorbeeld:
(noun) samenleving, maatschappij, vereniging
Voorbeeld:
(verb) nodig hebben, moeten;
(noun) behoefte, noodzaak
Voorbeeld:
(noun) voorraad, goederen, aandeel;
(verb) voorraad hebben, op voorraad houden;
(adjective) op voorraad, beschikbaar
Voorbeeld:
(noun) tijd, poos;
(conjunction) terwijl, gedurende, hoewel;
(verb) verdoen, doorbrengen
Voorbeeld:
(noun) functie, doel, bijeenkomst;
(verb) functioneren, werken
Voorbeeld:
(noun) praktijk, toepassing, gewoonte;
(verb) oefenen, trainen, uitoefenen
Voorbeeld:
(noun) weg, straat, koers
Voorbeeld:
(noun) hitte, warmte, hartstocht;
(verb) verwarmen, opwarmen
Voorbeeld:
(noun) ijs, ijsje, sorbet;
(verb) bevriezen, koelen, glazuren
Voorbeeld:
(noun) maaltijd, eten
Voorbeeld:
(noun) gehoor, hoorzitting, verhoor
Voorbeeld:
(noun) zicht, gezichtsvermogen, visie
Voorbeeld: