Vocabulaireverzameling Mislukking en Armoede in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Mislukking en Armoede' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) mislukt, onvruchtbaar, afgebroken
Voorbeeld:
(adjective) niet welvarend, onvoorspoedig
Voorbeeld:
(adjective) noodlottig, ongelukkig
Voorbeeld:
(verb) verknoeid, verprutst;
(adjective) verknoeid, verprutst
Voorbeeld:
(adjective) vruchteloos, tevergeefs, nutteloos
Voorbeeld:
(adjective) berooid, arm, berooid van
Voorbeeld:
(adjective) zeer arm, behoeftig, gierig
Voorbeeld:
(adjective) van de hand in de mond, krap bij kas
Voorbeeld:
(adjective) behoeftig, arm;
(noun) behoeftige, arme
Voorbeeld:
(adjective) arm, onvermogend
Voorbeeld:
(adjective) onderdrukt, vertrapt
Voorbeeld:
(verb) averechts werken, verkeerd uitpakken, terugslaan;
(noun) terugslag, ontploffing
Voorbeeld:
(adjective) bedelaarsachtig, armzalig, mager;
(adverb) bedelaarsachtig, armzalig
Voorbeeld:
(noun) blunder, fout;
(verb) blunderen, struikelen
Voorbeeld:
(verb) verknoeien, verprutsen;
(noun) blunder, fout
Voorbeeld:
(verb) sissen, bruisen, op niets uitlopen;
(noun) gesis, mislukking
Voorbeeld:
(verb) kwijnen, wegkwijnen, verslappen
Voorbeeld:
(verb) vouwen, opvouwen, failliet gaan;
(noun) vouw, kudde, groep
Voorbeeld:
(verb) onderpresteren, minder goed presteren
Voorbeeld:
(verb) opgeven, afstaan
Voorbeeld:
(verb) rommelen, laten vallen, prutsen;
(noun) fout, blunder
Voorbeeld:
(verb) weigeren, niet afgaan, mislukken;
(noun) weiger, mislukking, flop
Voorbeeld: