Vocabulaireverzameling C1 - Wat een karakter! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Wat een karakter!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) opschepper, bluffer, grootspreker
Voorbeeld:
(adjective) cynisch
Voorbeeld:
(noun) mafkees, gek;
(adjective) maf, gek
Voorbeeld:
(adjective) naïef, onnozel
Voorbeeld:
(adjective) gebrekkig, defect, onvolmaakt
Voorbeeld:
(adjective) vijandig, onvriendelijk, vijandelijk
Voorbeeld:
(adjective) adellijk, nobel, edel;
(noun) edelman, edelvrouw
Voorbeeld:
(adjective) obsessief, dwangmatig
Voorbeeld:
(adjective) volhardend, aanhoudend, hardnekkig
Voorbeeld:
(adjective) opdringerig, assertief, agressief
Voorbeeld:
(adjective) kwaadaardig, boosaardig, malicieus
Voorbeeld:
(adjective) rebellieus, opstandig
Voorbeeld:
(adjective) verbitterd, wrokkig, gekwetst
Voorbeeld:
(adjective) geheimzinnig, terughoudend
Voorbeeld:
(adjective) egocentrisch, zelfgericht
Voorbeeld:
(adjective) oppervlakkig, vluchtig, frivool
Voorbeeld:
(adjective) achterdochtig, wantrouwig, verdacht
Voorbeeld:
(adjective) verlegen, bang, schuchter
Voorbeeld:
(adjective) ijdel, nutteloos, tevergeefs
Voorbeeld:
(adjective) schurkachtig, boosaardig, misdadig
Voorbeeld:
(adjective) kundig, deskundig, goed geïnformeerd
Voorbeeld:
(adjective) open-minded, onbevooroordeeld
Voorbeeld:
(adjective) volwassen, rijp;
(verb) rijpen, volwassen worden, vervallen
Voorbeeld:
(adjective) eenvoudig, gewoon, duidelijk;
(noun) vlakte, vlaktes;
(adverb) duidelijk, eenvoudig
Voorbeeld:
(adjective) principieel, integer
Voorbeeld:
(adjective) prominent, opvallend, belangrijk
Voorbeeld:
(adjective) rationeel, logisch, redelijk;
(noun) rationaal getal
Voorbeeld:
(adjective) gerelateerd, verbindbaar, herkenbaar
Voorbeeld:
(adjective) gerenommeerd, vermaard
Voorbeeld:
(adjective) toegewijd, devoot, bestemd
Voorbeeld:
(adjective) nederig, bescheiden, eenvoudig;
(verb) vernederen, nederig maken
Voorbeeld:
(adjective) zelfgemotiveerd
Voorbeeld:
(adjective) eenvoudig, simpel, direct
Voorbeeld:
(adjective) tactvol, discreet, gevoelig
Voorbeeld:
(adjective) attent, bedachtzaam, nadenkend
Voorbeeld:
(adjective) tolerant, verdraagzaam, bestendig
Voorbeeld:
(adjective) betrouwbaar, vertrouwd
Voorbeeld:
(adjective) waarheidsgetrouw, eerlijk
Voorbeeld:
(adjective) wreed, gemeen, boosaardig
Voorbeeld:
(adjective) teruggetrokken, introvert, ingetrokken;
(past participle) teruggetrokken, opgenomen
Voorbeeld:
(adjective) roekeloos, onbezonnen
Voorbeeld: