Vocabulaireverzameling C1 - Planten en Vegetatie in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Planten en Vegetatie' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) geblaf, schors;
(verb) blaffen, ontschorsen
Voorbeeld:
(noun) bloesem, bloem;
(verb) bloeien, uitkomen, ontluiken
Voorbeeld:
(noun) bol, gloeilamp, lamp
Voorbeeld:
(noun) stok, wandelstok, riet;
(verb) slaan met een stok, geselen
Voorbeeld:
(noun) kroon, Kroon, monarchie;
(verb) kronen, bekronen, toppen
Voorbeeld:
(noun) snijden, knippen, stekje;
(adjective) scherp, bijtend
Voorbeeld:
(noun) bloemblad, bloemblaadje
Voorbeeld:
(noun) hout, timmerhout, houtbomen;
(exclamation) hout, boom valt
Voorbeeld:
(noun) geslacht, soort, type
Voorbeeld:
(noun) alg, algen
Voorbeeld:
(noun) zeewier, algen
Voorbeeld:
(noun) schimmel, zwam
Voorbeeld:
(noun) esdoorn
Voorbeeld:
(noun) naald, wijzer, dennennaald;
(verb) prikkelen, plagen
Voorbeeld:
(adjective) weelderig, overvloedig, luxueus;
(noun) drankorgel, alcoholist
Voorbeeld:
(noun) peul, capsule, houder;
(verb) doppen, schillen
Voorbeeld:
(noun) vegetatie, plantengroei
Voorbeeld:
(noun) bloembak, vensterbankbak
Voorbeeld:
(verb) bestuiven
Voorbeeld:
(noun) bestuiving
Voorbeeld:
(verb) schieten, neerschieten, snellen;
(noun) schot, scheut, spruit;
(exclamation) verdorie, zeg op
Voorbeeld:
(noun) riet
Voorbeeld:
(noun) dahlia
Voorbeeld:
(noun) kornoelje
Voorbeeld:
(noun) kamperfoelie
Voorbeeld:
(noun) iris, lis
Voorbeeld:
(noun) magnolia, magnoliaboom
Voorbeeld:
(noun) mimosa, mimosaboom
Voorbeeld:
(noun) mirte
Voorbeeld:
(noun) kweepeer
Voorbeeld:
(noun) sneeuwklokje
Voorbeeld: