Avatar of Vocabulary Set C1 - Planten en Vegetatie

Vocabulaireverzameling C1 - Planten en Vegetatie in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'C1 - Planten en Vegetatie' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

bark

/bɑːrk/

(noun) geblaf, schors;

(verb) blaffen, ontschorsen

Voorbeeld:

The dog's loud bark startled the cat.
Het luide geblaf van de hond deed de kat schrikken.

blossom

/ˈblɑː.səm/

(noun) bloesem, bloem;

(verb) bloeien, uitkomen, ontluiken

Voorbeeld:

The apple trees are covered in beautiful pink blossom.
De appelbomen zijn bedekt met prachtige roze bloesem.

bulb

/bʌlb/

(noun) bol, gloeilamp, lamp

Voorbeeld:

Plant the tulip bulb in the fall for spring blooms.
Plant de tulpenbol in de herfst voor lentebloemen.

cane

/keɪn/

(noun) stok, wandelstok, riet;

(verb) slaan met een stok, geselen

Voorbeeld:

The old man walked with a cane.
De oude man liep met een stok.

crown

/kraʊn/

(noun) kroon, Kroon, monarchie;

(verb) kronen, bekronen, toppen

Voorbeeld:

The queen wore a magnificent crown during the ceremony.
De koningin droeg een prachtige kroon tijdens de ceremonie.

cutting

/ˈkʌt̬.ɪŋ/

(noun) snijden, knippen, stekje;

(adjective) scherp, bijtend

Voorbeeld:

The cutting of the ribbon marked the opening of the new building.
Het knippen van het lint markeerde de opening van het nieuwe gebouw.

petal

/ˈpet̬.əl/

(noun) bloemblad, bloemblaadje

Voorbeeld:

The rose had soft, velvety petals.
De roos had zachte, fluweelachtige bloemblaadjes.

timber

/ˈtɪm.bɚ/

(noun) hout, timmerhout, houtbomen;

(exclamation) hout, boom valt

Voorbeeld:

The house was constructed from high-quality timber.
Het huis werd gebouwd van hoogwaardig hout.

genus

/ˈdʒiː.nəs/

(noun) geslacht, soort, type

Voorbeeld:

The genus Homo includes modern humans and several extinct species.
Het geslacht Homo omvat moderne mensen en verschillende uitgestorven soorten.

algae

/ˈæl.dʒiː/

(noun) alg, algen

Voorbeeld:

The pond was covered with green algae.
De vijver was bedekt met groene algen.

seaweed

/ˈsiː.wiːd/

(noun) zeewier, algen

Voorbeeld:

The beach was covered with green seaweed after the storm.
Het strand was na de storm bedekt met groen zeewier.

fungus

/ˈfʌŋ.ɡəs/

(noun) schimmel, zwam

Voorbeeld:

Mushrooms are a type of fungus.
Paddenstoelen zijn een soort schimmel.

maple

/ˈmeɪ.pəl/

(noun) esdoorn

Voorbeeld:

The maple leaves turned brilliant red in autumn.
De esdoornbladeren werden schitterend rood in de herfst.

needle

/ˈniː.dəl/

(noun) naald, wijzer, dennennaald;

(verb) prikkelen, plagen

Voorbeeld:

She threaded the needle with blue yarn.
Ze reeg de blauwe draad door de naald.

lush

/lʌʃ/

(adjective) weelderig, overvloedig, luxueus;

(noun) drankorgel, alcoholist

Voorbeeld:

The rainforest was filled with lush vegetation.
Het regenwoud was gevuld met weelderige vegetatie.

pod

/pɑːd/

(noun) peul, capsule, houder;

(verb) doppen, schillen

Voorbeeld:

She shelled the peas from their pods.
Ze dopte de erwten uit hun peulen.

vegetation

/ˌvedʒ.əˈteɪ.ʃən/

(noun) vegetatie, plantengroei

Voorbeeld:

The desert has sparse vegetation.
De woestijn heeft schaarse vegetatie.

window box

/ˈwɪn.doʊ ˌbɑːks/

(noun) bloembak, vensterbankbak

Voorbeeld:

She filled the window box with colorful petunias.
Ze vulde de bloembak met kleurrijke petunia's.

pollinate

/ˈpɑː.lə.neɪt/

(verb) bestuiven

Voorbeeld:

Bees pollinate flowers as they collect nectar.
Bijen bestuiven bloemen terwijl ze nectar verzamelen.

pollination

/ˌpɑː.ləˈneɪ.ʃən/

(noun) bestuiving

Voorbeeld:

Bees are essential for the pollination of many crops.
Bijen zijn essentieel voor de bestuiving van veel gewassen.

shoot

/ʃuːt/

(verb) schieten, neerschieten, snellen;

(noun) schot, scheut, spruit;

(exclamation) verdorie, zeg op

Voorbeeld:

The police officer had to shoot the armed suspect.
De politieagent moest de gewapende verdachte neerschieten.

reed

/riːd/

(noun) riet

Voorbeeld:

The birds nested among the tall reeds by the river.
De vogels nestelden tussen het hoge riet bij de rivier.

dahlia

/ˈdeɪl.jə/

(noun) dahlia

Voorbeeld:

The garden was filled with vibrant dahlias.
De tuin was gevuld met levendige dahlia's.

dogwood

/ˈdɑːɡ.wʊd/

(noun) kornoelje

Voorbeeld:

The dogwood trees are blooming beautifully this spring.
De kornoeljebomen bloeien prachtig deze lente.

honeysuckle

/ˈhʌn.iˌsʌk.əl/

(noun) kamperfoelie

Voorbeeld:

The sweet scent of honeysuckle filled the evening air.
De zoete geur van kamperfoelie vulde de avondlucht.

iris

/ˈaɪ.rɪs/

(noun) iris, lis

Voorbeeld:

Her blue iris sparkled in the sunlight.
Haar blauwe iris schitterde in het zonlicht.

magnolia

/mæɡˈnoʊ.li.ə/

(noun) magnolia, magnoliaboom

Voorbeeld:

The fragrant magnolia blossoms filled the air with a sweet scent.
De geurige magnoliabloesems vulden de lucht met een zoete geur.

mimosa

/mɪˈmoʊ.sə/

(noun) mimosa, mimosaboom

Voorbeeld:

We ordered mimosas for brunch.
We bestelden mimosa's voor de brunch.

myrtle

/ˈmɝː.t̬əl/

(noun) mirte

Voorbeeld:

The garden was filled with the sweet scent of myrtle.
De tuin was gevuld met de zoete geur van mirte.

quince

/kwɪns/

(noun) kweepeer

Voorbeeld:

She made a delicious quince jelly from the fruit in her garden.
Ze maakte een heerlijke kweepeergelei van het fruit uit haar tuin.

snowdrop

/ˈsnoʊ.drɑːp/

(noun) sneeuwklokje

Voorbeeld:

The first snowdrops are a welcome sign of spring.
De eerste sneeuwklokjes zijn een welkome teken van de lente.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland