Vocabulaireverzameling C1 - Geen tijd meer! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Geen tijd meer!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(abbreviation) n.Chr., na Christus
Voorbeeld:
(abbreviation) v.Chr., voor Christus
Voorbeeld:
(abbreviation) n.Chr., na Christus
Voorbeeld:
(adverb) van tevoren, vooraf
Voorbeeld:
(adjective) aanstaand, komend, naderend
Voorbeeld:
(adverb) chronologisch
Voorbeeld:
(adverb) voor onbepaalde tijd, onbeperkt, vaag
Voorbeeld:
(noun) datum, afspraakje, date;
(verb) dateren, daten, uitgaan met
Voorbeeld:
(phrase) voorlopig, voor nu
Voorbeeld:
(idiom) af en toe, nu en dan
Voorbeeld:
(phrase) te zijner tijd, uiteindelijk, op het juiste moment
Voorbeeld:
(adjective) jaar, jaarlijks
Voorbeeld:
(adjective) onmiddellijk, direct, instant;
(noun) moment, ogenblik
Voorbeeld:
(verb) spellen, betekenen, voorspellen;
(noun) spreuk, betovering, periode
Voorbeeld:
(noun) hoofdstuk, afdeling, tak
Voorbeeld:
(noun) schemering, schemer
Voorbeeld:
(noun) eeuwigheid, lange tijd
Voorbeeld:
(noun) midzomer, zomerzonnewende, hoogzomer
Voorbeeld:
(noun) midwinter, hartje winter
Voorbeeld:
(noun) zonnewende
Voorbeeld:
(noun) kwart, vierde deel, kwartje;
(verb) kwartieren, huisvesten
Voorbeeld:
(noun) schrikkeljaar
Voorbeeld:
(verb) afwisselen, alterneren, wisselen;
(adjective) afwisselend, om de andere, alternatief;
(noun) vervanger, plaatsvervanger
Voorbeeld:
(adjective) voortdurend, aanhoudend, herhaaldelijk
Voorbeeld:
(adjective) opeenvolgend, achtereenvolgend
Voorbeeld:
(adjective) opeenvolgend, achtereenvolgend
Voorbeeld:
(adjective) eeuwig, onsterfelijk, constant
Voorbeeld:
(adjective) uiteindelijk, eventueel
Voorbeeld:
(adjective) aanstaand, dreigend
Voorbeeld:
(adjective) lang, langdurig
Voorbeeld:
(adjective) langdurig, oud
Voorbeeld:
(adjective) langdurig, jarenlang
Voorbeeld:
(adjective) af en toe, incidenteel, sporadisch
Voorbeeld:
(adjective) toekomstig, potentieel, vooruitziend
Voorbeeld:
(adjective) gelijktijdig, simultaan
Voorbeeld:
(adjective) laatste, tweede, latere
Voorbeeld:
(adjective) nachtelijk, dagelijks 's nachts;
(adverb) elke avond, 's nachts
Voorbeeld:
(adjective) jaarlijks, elk jaar;
(adverb) jaarlijks, elk jaar
Voorbeeld:
(adjective) het hele jaar door, jaarrond;
(adverb) het hele jaar door, jaarrond
Voorbeeld:
(noun) verlenging, uitbreiding, aanbouw
Voorbeeld:
(phrase) de klok rond, dag en nacht
Voorbeeld: