Vocabulaireverzameling A2 - Tegengestelde Bijvoeglijke Naamwoorden 1 in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Tegengestelde Bijvoeglijke Naamwoorden 1' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) intelligent, slim
Voorbeeld:
(adjective) onintelligent, dom
Voorbeeld:
(adjective) aangenaam, prettig, vriendelijk
Voorbeeld:
(adjective) onaangenaam, vervelend
Voorbeeld:
(adjective) voorzichtig, zorgvuldig, grondig
Voorbeeld:
(adjective) onvoorzichtig, onachtzaam, nalatig
Voorbeeld:
(adjective) beleefd, hoffelijk
Voorbeeld:
(adjective) onbeleefd, onbeschoft
Voorbeeld:
(adjective) vriendelijk, aardig, onschadelijk
Voorbeeld:
(adjective) onvriendelijk, vijandig, afstandelijk
Voorbeeld:
(adjective) gebruikelijk, gewoon, normaal
Voorbeeld:
(adjective) ongewoon, ongebruikelijk
Voorbeeld:
(adjective) gelukkig, mazzel
Voorbeeld:
(adjective) ongelukkig
Voorbeeld:
(adjective) compleet, volledig, totaal;
(verb) voltooien, afmaken
Voorbeeld:
(adjective) onvolledig, onaf
Voorbeeld:
(adjective) gezond, heilzaam, flink
Voorbeeld:
(adjective) ongezond, ziekelijk
Voorbeeld:
(adjective) correct, juist;
(verb) corrigeren, verbeteren
Voorbeeld:
(adjective) incorrect, fout
Voorbeeld:
(adjective) populair, geliefd, volks-
Voorbeeld:
(adjective) onpopulair
Voorbeeld:
(adjective) veilig, beveiligd, onschadelijk;
(noun) kluis, brandkast
Voorbeeld:
(adjective) onveilig, gevaarlijk
Voorbeeld:
(adverb) goed, ruim;
(adjective) goed, gezond;
(interjection) nou, wel;
(noun) put, bron;
(verb) opwellen, stromen
Voorbeeld:
(adjective) onwel, ziek
Voorbeeld:
(adjective) belangrijk, essentieel, cruciaal
Voorbeeld:
(adjective) onbelangrijk, onbeduidend
Voorbeeld:
(adjective) mogelijk, haalbaar, potentieel
Voorbeeld:
(adjective) onmogelijk, onhandelbaar
Voorbeeld:
(adjective) formeel, officieel, gestructureerd
Voorbeeld:
(adjective) informeel, casual, vrijblijvend
Voorbeeld:
(adjective) ander, andere;
(pronoun) ander, andere
Voorbeeld:
Do you have any other questions?
(adjective) hetzelfde, gelijk;
(pronoun) hetzelfde;
(adverb) hetzelfde, op dezelfde manier
Voorbeeld: