Vocabulaireverzameling A2 - Meting in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Meting' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) meting, maat, afmeting
Voorbeeld:
(verb) meten, opmeten, bedragen;
(noun) maatstaf, meetmethode, maatregel
Voorbeeld:
(noun) kwaliteit, eigenschap, kenmerk;
(adjective) kwaliteits-, uitstekend
Voorbeeld:
(noun) hoeveelheid, aantal, gespecificeerde hoeveelheid
Voorbeeld:
(verb) toenemen, vergroten, stijgen;
(noun) toename, stijging, verhoging
Voorbeeld:
(verb) verminderen, afnemen;
(noun) afname, daling
Voorbeeld:
(noun) eenheid, individu, maatstaf
Voorbeeld:
(noun) mate, graad, diploma
Voorbeeld:
(noun) meter, teller, metrum;
(verb) meten, tellen
Voorbeeld:
(noun) centimeter
Voorbeeld:
(noun) millimeter
Voorbeeld:
(noun) kilometer
Voorbeeld:
(noun) gram
Voorbeeld:
(noun) kilogram
Voorbeeld:
(noun) ton, metrische ton, veel
Voorbeeld:
(noun) kilo, kilogram, kilometer
Voorbeeld:
(noun) milligram
Voorbeeld:
(noun) liter
Voorbeeld:
(noun) milliliter
Voorbeeld:
(noun) voet, lengtemaat, onderkant;
(verb) lopen, te voet gaan, betalen
Voorbeeld:
(noun) mijl, lange weg, extra inspanning
Voorbeeld:
(noun) pond, pond sterling, dierenasiel;
(verb) bonken, slaan, bonzen
Voorbeeld:
(noun) breedte
Voorbeeld:
(noun) diepte, intensiteit, complexiteit
Voorbeeld:
(noun) lengte, duur, tijdsduur
Voorbeeld:
(noun) gewicht, last, belang;
(verb) verzwaren, belasten
Voorbeeld:
(noun) grootte, maat;
(verb) aanpassen, op maat maken
Voorbeeld:
(adjective) groot, omvangrijk, breed;
(adverb) grootschalig, op grote schaal
Voorbeeld:
(noun) medium, middel, helderziende;
(adjective) medium, gemiddeld
Voorbeeld:
(adjective) lang, langdurig;
(adverb) lang;
(verb) verlangen, smachten
Voorbeeld:
(adjective) dun, mager, slank;
(verb) verdunnen, uitdunnen;
(adverb) dun
Voorbeeld:
(adjective) breed, wijd, uitgebreid;
(adverb) wijd, helemaal
Voorbeeld:
(adjective) smal, beperkt, eng;
(verb) versmallen, beperken
Voorbeeld:
(adjective) dik, dicht, compact;
(adverb) dicht, dik
Voorbeeld:
(noun) yard, tuin, erf
Voorbeeld:
(noun) hoeveelheid, bedrag;
(verb) bedragen, neerkomen op
Voorbeeld: