Vocabulaireverzameling A2 - Werkgelegenheid en Banen 1 in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Werkgelegenheid en Banen 1' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) piloot, loods, pilotaflevering;
(verb) besturen, loodsen;
(adjective) pilot, proef
Voorbeeld:
(noun) baas, chef, leider;
(verb) commanderen, de baas spelen
Voorbeeld:
(noun) bedrijf, zaak, onderneming
Voorbeeld:
(noun) zakenman
Voorbeeld:
(noun) zakenvrouw
Voorbeeld:
(noun) expert, deskundige;
(adjective) deskundig, bekwaam
Voorbeeld:
(noun) manager, leidinggevende, zaakwaarnemer
Voorbeeld:
(noun) assistent, hulp;
(adjective) assisterend, helpende
Voorbeeld:
(noun) receptionist, receptioniste
Voorbeeld:
(noun) detective, rechercheur;
(adjective) detecterend, opsporend
Voorbeeld:
(noun) model, maquette, mannequin;
(verb) modelleren, poseren, vormen
Voorbeeld:
(verb) koken, bereiden;
(noun) kok, chef-kok
Voorbeeld:
(noun) apotheker
Voorbeeld:
(noun) journalist
Voorbeeld:
(noun) schrijver, auteur
Voorbeeld:
(noun) zanger, zangeres
Voorbeeld:
(noun) professor, hoogleraar
Voorbeeld:
(noun) onderzoeker
Voorbeeld:
(noun) kapper, kapster
Voorbeeld:
(noun) ontwerper;
(adjective) designer, merk
Voorbeeld:
(noun) schoonmaker, poetser, reiniger;
(adjective) schoner
Voorbeeld:
(noun) schilder, kunstschilder, verver
Voorbeeld:
(noun) instructeur, docent
Voorbeeld:
(noun) werk, werkgelegenheid, tewerkstelling
Voorbeeld:
(noun) afdeling, departement, warenhuis
Voorbeeld:
(noun) betaling, afrekening, bedrag
Voorbeeld:
(noun) verschuiving, verandering, dienst;
(verb) verschuiven, verplaatsen, schakelen
Voorbeeld:
(noun) bonus, premie, extraatje
Voorbeeld:
(verb) employeren, in dienst nemen, gebruiken
Voorbeeld:
(verb) met pensioen gaan, aftreden, zich terugtrekken
Voorbeeld:
(adjective) succesvol, geslaagd
Voorbeeld:
(noun) bedrijf, onderneming, gezelschap
Voorbeeld: