Vocabulaireverzameling A0 - Dier in A0 - Woordenschat voor beginners: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A0 - Dier' in 'A0 - Woordenschat voor beginners' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) koe;
(verb) intimideren, afschrikken
Voorbeeld:
(noun) kip, lafaard, bangebroek;
(verb) terugtrekken, laf zijn;
(adjective) laf, bang
Voorbeeld:
(noun) tijger, felle persoon, formidabele persoon
Voorbeeld:
(noun) vogel, meid, vrouw;
(verb) de middelvinger opsteken
Voorbeeld:
(noun) paard, bok, steun;
(verb) van paarden voorzien, met paarden trekken
Voorbeeld:
(noun) slang, verrader;
(verb) kronkelen, slingeren, sluipen
Voorbeeld:
(noun) hond, rotzak, smeerlap;
(verb) achtervolgen, volgen
Voorbeeld:
(noun) kat, gast, kerel;
(verb) hijsen, optrekken
Voorbeeld:
(noun) muis;
(verb) muizen, met de muis bewegen
Voorbeeld:
(noun) schaap, volger, meeloper
Voorbeeld:
(noun) eend;
(verb) duiken, ontwijken
Voorbeeld:
(noun) aap, ondeugd, kwajongen;
(verb) prutsen, rommelen
Voorbeeld:
(noun) hagedis
Voorbeeld:
(noun) geit, GOAT, Grootste Aller Tijden
Voorbeeld:
(noun) dier, beest, barbaar;
(adjective) dierlijk
Voorbeeld:
(noun) giraffe
Voorbeeld:
(noun) olifant
Voorbeeld:
(noun) spin, spinnenmoersleutel
Voorbeeld: