Betekenis van het woord leash in het Nederlands
Wat betekent leash in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
leash
US /liːʃ/
UK /liːʃ/
Zelfstandig Naamwoord
lijn, hondenriem
a strap or cord for restraining and controlling a dog or other animal
Voorbeeld:
•
He put the leash on his dog before going for a walk.
Hij deed de lijn om zijn hond voordat hij ging wandelen.
•
Keep your dog on a leash in the park.
Houd je hond aan de lijn in het park.
Werkwoord
aanlijnen
to put a leash on (a dog or other animal)
Voorbeeld:
•
Please leash your dog before entering the building.
Gelieve uw hond aan te lijnen voordat u het gebouw binnengaat.
•
She had to leash the energetic puppy to prevent it from running off.
Ze moest de energieke puppy aan de lijn doen om te voorkomen dat hij wegliep.