Betekenis van het woord jab in het Nederlands
Wat betekent jab in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
jab
US /dʒæb/
UK /dʒæb/
Zelfstandig Naamwoord
1.
2.
prik, injectie, vaccinatie
an injection, especially a vaccination
Voorbeeld:
•
I need to get my flu jab before winter.
Ik moet mijn griepprik krijgen voor de winter.
•
The nurse gave him a quick jab in the arm.
De verpleegster gaf hem een snelle prik in de arm.
Synoniem:
Werkwoord
prikken, steken, stoten
to poke or thrust something quickly or sharply
Voorbeeld:
•
He jabbed his finger into the soft dough.
Hij stak zijn vinger in het zachte deeg.
•
The boxer jabbed his opponent with a left hook.
De bokser stootte zijn tegenstander met een linkerhoek.