Betekenis van het woord going in het Nederlands

Wat betekent going in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

going

US /ˈɡoʊ.ɪŋ/
UK /ˈɡəʊ.ɪŋ/

Werkwoord

gaand, rijdend

present participle of go

Voorbeeld:
She is going to the store.
Ze is naar de winkel aan het gaan.
The car is going very fast.
De auto rijdt erg snel.

Bijvoeglijk Naamwoord

1.

werkend, draaiend

functioning or operating

Voorbeeld:
The engine is still going strong.
De motor is nog steeds sterk aan het draaien.
We need to keep the business going.
We moeten de zaak draaiende houden.
2.

gaan, zullen

about to do something (used with 'to')

Voorbeeld:
I'm going to start a new project.
Ik ga een nieuw project starten.
It's going to rain soon.
Het gaat zo regenen.

Zelfstandig Naamwoord

gaan, conditie van de weg

the condition of the ground or path for walking or riding

Voorbeeld:
The going was tough after the heavy rain.
Het gaan was zwaar na de hevige regen.
How's the going on the mountain trail?
Hoe is het gaan op het bergpad?