Vocabulaireverzameling Mensen in podiumkunsten in Podiumkunsten: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Mensen in podiumkunsten' in 'Podiumkunsten' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) go-go danser, go-go danseres
Voorbeeld:
(noun) corps de ballet, balletgezelschap
Voorbeeld:
(noun) solist
Voorbeeld:
(noun) choreograaf
Voorbeeld:
(noun) danser, danseres
Voorbeeld:
(noun) achtergronddanseres, achtergronddanser
Voorbeeld:
(noun) beller, roeper, uitroeper
Voorbeeld:
(noun) exotische danseres, stripteasedanseres
Voorbeeld:
(noun) showgirl, revuedanseres
Voorbeeld:
(noun) ballerina
Voorbeeld:
(noun) ensemble, groep, outfit
Voorbeeld:
(noun) prima ballerina, eerste ballerina
Voorbeeld:
(noun) stripper, stripteaseuse, afbijtmiddel
Voorbeeld:
(noun) cheerleader, aanmoediger, supporter
Voorbeeld:
(noun) barker, uitroeper, blaffer
Voorbeeld:
(noun) clown, kluns, domoor;
(verb) de clown uithangen, grappen maken
Voorbeeld:
(noun) slangenmens, contorsionist
Voorbeeld:
(noun) jongleur, multitasker
Voorbeeld:
(noun) circusdirecteur, spreekstalmeester
Voorbeeld:
(noun) vuurspuwer, vuurvreter, enthousiasteling
Voorbeeld:
(noun) ontsnappingskunstenaar
Voorbeeld:
(noun) slangenbezweerder
Voorbeeld:
(noun) sterke man, krachtpatser, dictator
Voorbeeld:
(noun) nar, grappenmaker, schertser
Voorbeeld:
(noun) goochelaar, illusionist, magiër
Voorbeeld:
(noun) komiek, cabaretier
Voorbeeld:
(noun) buikspreker
Voorbeeld:
(noun) artiest, uitvoerder, performer
Voorbeeld:
(noun) kunstenaar, artieste, artiest
Voorbeeld:
(noun) impresario, organisator, producent
Voorbeeld:
(noun) poppenspeler, manipulator
Voorbeeld:
(noun) mime, pantomime, pantomimespeler;
(verb) mimen, pantomimen
Voorbeeld:
(noun) hoofdact, headliner, kop
Voorbeeld:
(noun) draaiorgelspeler, draaiorgelman
Voorbeeld:
(noun) gemaskerde feestvierder, mummer
Voorbeeld:
(noun) minstreel, bard, minstreel (in minstrel shows)
Voorbeeld:
(verb) nabootsen, imiteren, lijken op;
(noun) nabootser, imitator, nabootsing;
(adjective) nabootsend, imiterend
Voorbeeld:
(noun) imitator, nabootser, bedrieger
Voorbeeld:
(noun) illusionist, goochelaar
Voorbeeld:
(noun) harlekijn;
(adjective) harlekijn, veelkleurig
Voorbeeld:
(noun) dwaas, idioot, nar;
(verb) voor de gek houden, misleiden
Voorbeeld:
(noun) evenwichtskunstenaar, koorddanser
Voorbeeld:
(noun) goochelaar, illusionist, bezweerder
Voorbeeld:
(noun) artiest, uitvoerder
Voorbeeld:
(noun) acrobaat
Voorbeeld:
(noun) glas, drinkglas, acrobaat
Voorbeeld:
(noun) koorddanser, acrobaat
Voorbeeld:
(noun) raconteur, verhalenverteller
Voorbeeld:
(noun) prima donna, eerste zangeres, veeleisend persoon
Voorbeeld: