Avatar of Vocabulary Set Advies geven 3

Vocabulaireverzameling Advies geven 3 in Beslissing: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Advies geven 3' in 'Beslissing' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

opinion

/əˈpɪn.jən/

(noun) mening, standpunt, publieke opinie

Voorbeeld:

What's your opinion on the new policy?
Wat is jouw mening over het nieuwe beleid?

oracle

/ˈɔːr.ə.kəl/

(noun) orakel, profetie, waarzegger;

(trademark) Oracle, softwarebedrijf Oracle

Voorbeeld:

The king sought an oracle from the gods before going to war.
De koning zocht een orakel van de goden voordat hij ten strijde trok.

ought to

/ˈɔːt tə/

(modal verb) zou moeten, behoort te

Voorbeeld:

You ought to apologize for your behavior.
Je zou je moeten verontschuldigen voor je gedrag.

pointer

/ˈpɔɪn.t̬ɚ/

(noun) aanwijsstok, pointer, tip

Voorbeeld:

The teacher used a pointer to highlight the important parts of the diagram.
De leraar gebruikte een aanwijsstok om de belangrijke delen van het diagram te markeren.

preach

/priːtʃ/

(verb) preken, prediken, verkondigen

Voorbeeld:

The pastor will preach about forgiveness this Sunday.
De pastor zal deze zondag over vergeving preken.

preachy

/ˈpriː.tʃi/

(adjective) moraliserend, prekerig

Voorbeeld:

His tone became very preachy when he started talking about ethics.
Zijn toon werd erg moraliserend toen hij over ethiek begon te praten.

proffer

/ˈprɑː.fɚ/

(verb) aanbieden, voorstellen;

(noun) aanbod, voorstel

Voorbeeld:

He proffered his hand in greeting.
Hij bood zijn hand aan als begroeting.

recommend

/ˌrek.əˈmend/

(verb) aanbevelen, adviseren

Voorbeeld:

I can highly recommend this book.
Ik kan dit boek ten zeerste aanbevelen.

recommendation

/ˌrek.ə.menˈdeɪ.ʃən/

(noun) aanbeveling, advies, referentie

Voorbeeld:

The committee made several recommendations for policy changes.
De commissie deed verschillende aanbevelingen voor beleidswijzigingen.

rule

/ruːl/

(noun) regel, voorschrift, heerschappij;

(verb) regeren, heersen, beheersen

Voorbeeld:

The first rule of the club is to always be on time.
De eerste regel van de club is om altijd op tijd te zijn.

saw

/sɑː/

(noun) gezegde, spreuk, zaag;

(verb) zagen;

(past tense) zag

Voorbeeld:

As the old saw goes, 'Look before you leap.'
Zoals het oude gezegde luidt: 'Bezint eer ge begint.'

sermon

/ˈsɝː.mən/

(noun) preek, sermon, tirade

Voorbeeld:

The pastor delivered a powerful sermon on forgiveness.
De pastor hield een krachtige preek over vergeving.

sermonize

/ˈsɝː.mə.naɪz/

(verb) preken, moraliseren

Voorbeeld:

He tends to sermonize about the importance of hard work.
Hij heeft de neiging om te preken over het belang van hard werken.

shall

/ʃæl/

(modal verb) zullen

Voorbeeld:

We shall overcome.
We zullen overwinnen.

should

/ʃʊd/

(modal verb) zou moeten, dienen, waarschijnlijk

Voorbeeld:

You should apologize for your behavior.
Je zou je moeten verontschuldigen voor je gedrag.

steer

/stɪr/

(verb) sturen, leiden;

(noun) os, stier

Voorbeeld:

He managed to steer the car around the corner.
Hij slaagde erin de auto de hoek om te sturen.

tip

/tɪp/

(noun) fooi, tip, advies;

(verb) fooi geven, omkiepen, kantelen

Voorbeeld:

He left a generous tip for the waiter.
Hij liet een royale fooi achter voor de ober.

turn to

/tɜːrn tə/

(phrasal verb) zich wenden tot, teruggrijpen op, overgaan op

Voorbeeld:

When she faced difficulties, she always turned to her family for support.
Toen ze moeilijkheden ondervond, wendde ze zich altijd tot haar familie voor steun.

urge

/ɝːdʒ/

(noun) drang, impuls, behoefte;

(verb) aansporen, aandringen, dringen

Voorbeeld:

He felt a sudden urge to travel.
Hij voelde een plotselinge drang om te reizen.

want

/wɑːnt/

(verb) willen, behoeven, ontbreken;

(noun) gebrek, behoefte

Voorbeeld:

I want a new car.
Ik wil een nieuwe auto.

warn

/wɔːrn/

(verb) waarschuwen, voorlichten, adviseren

Voorbeeld:

We tried to warn them about the approaching storm.
We probeerden hen te waarschuwen voor de naderende storm.

worth

/wɝːθ/

(noun) waarde, verdienste, prijs;

(adjective) waard

Voorbeeld:

The painting has great artistic worth.
Het schilderij heeft grote artistieke waarde.

would

/wʊd/

(modal verb) zou

Voorbeeld:

He said he would be here by noon.
Hij zei dat hij er zou zijn tegen de middag.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland