Vocabulaireverzameling Accessoires in Kleding en Mode: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Accessoires' in 'Kleding en Mode' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) ascot, plastron
Voorbeeld:
(noun) badge, insigne;
(verb) voorzien van een badge, markeren met een badge
Voorbeeld:
(noun) bandana, zakdoek
Voorbeeld:
(noun) riem, gordel, band;
(verb) gordelen, vastmaken, luid zingen
Voorbeeld:
(noun) schuifspeldje, haarspeld
Voorbeeld:
(noun) vlinderdas, strikje
Voorbeeld:
(noun) cravat, halsdoek
Voorbeeld:
(noun) veren boa, boa van veren
Voorbeeld:
(noun) bril, glas
Voorbeeld:
(noun) handschoen;
(verb) handschoenen aantrekken
Voorbeeld:
(noun) bril, veiligheidsbril;
(verb) staren, grote ogen opzetten
Voorbeeld:
(noun) stropdas, das
Voorbeeld:
(noun) hoedband
Voorbeeld:
(noun) hoedenspeld
Voorbeeld:
(noun) lint, band, strook
Voorbeeld:
(noun) want, wanten
Voorbeeld:
(noun) sjaal;
(verb) schrokken, opschrokken
Voorbeeld:
(noun) sjaal, omslagdoek
Voorbeeld:
(noun) sluier, dekmantel;
(verb) sluieren, verhullen
Voorbeeld:
(noun) haarnetje, snood, coltrui
Voorbeeld:
(noun) bril, schouwspel, vertoning
Voorbeeld:
(plural noun) zonnebril
Voorbeeld:
(noun) jarretelgordel, jarretellegordel
Voorbeeld:
(noun) jarretel, kousenband
Voorbeeld:
(noun) parfum, reukwater;
(verb) parfumeren, geuren
Voorbeeld:
(noun) paraplu, zonnescherm, overkoepelende organisatie
Voorbeeld:
(plural noun) oorwarmers, gehoorbeschermers
Voorbeeld:
(noun) tatoeage;
(verb) tatoeëren
Voorbeeld:
(noun) bretels, jarretel
Voorbeeld:
(noun) jarretelgordel
Voorbeeld:
(noun) zweetband
Voorbeeld:
(noun) das, stropdas, gelijkspel;
(verb) binden, vastmaken, gelijkspelen
Voorbeeld:
(verb) kijken, observeren, opletten;
(noun) horloge, wacht, bewaking
Voorbeeld:
(noun) polsband, polsbandje
Voorbeeld:
(noun) tas, zak, ding;
(verb) inpakken, verpakken, bemachtigen
Voorbeeld:
(noun) sjerp, band, raamkozijn;
(verb) voorzien van kozijn, inlijsten
Voorbeeld:
(noun) armband, band
Voorbeeld:
(noun) cummerbund, buikband
Voorbeeld:
(noun) mof, blunder, fout;
(verb) verknoeien, verprutsen
Voorbeeld:
(noun) pashmina, kasjmierwol
Voorbeeld:
(noun) vest, gilet, onderhemd;
(verb) toekennen, overgaan op
Voorbeeld: