Avatar of Vocabulary Set Zekerheid 1

Vocabulaireverzameling Zekerheid 1 in Zekerheid en Twijfel: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Zekerheid 1' in 'Zekerheid en Twijfel' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

assure

/əˈʃʊr/

(verb) verzekeren, garanderen

Voorbeeld:

I assure you that everything will be fine.
Ik verzeker je dat alles goed komt.

assured

/əˈʃʊrd/

(adjective) verzekerd, gegarandeerd, zelfverzekerd

Voorbeeld:

Victory was assured after the final goal.
De overwinning was verzekerd na het laatste doelpunt.

in the bag

/ɪn ðə bæg/

(idiom) binnen, zeker

Voorbeeld:

Our victory is in the bag.
Onze overwinning is binnen.

believe

/bɪˈliːv/

(verb) geloven, geloven in

Voorbeeld:

I believe that he is telling the truth.
Ik geloof dat hij de waarheid spreekt.

believe in

/bɪˈliːv ɪn/

(phrasal verb) geloven in, vertrouwen op

Voorbeeld:

Do you believe in ghosts?
Geloof je in geesten?

bet

/bet/

(noun) weddenschap;

(verb) wedden, zeker zijn, vertrouwen hebben

Voorbeeld:

He placed a large bet on the horse race.
Hij plaatste een grote weddenschap op de paardenrace.

beyond doubt

/bɪˈjɑːnd daʊt/

(phrase) buiten kijf, zeker

Voorbeeld:

Her loyalty to the company is beyond doubt.
Haar loyaliteit aan het bedrijf staat buiten kijf.

bound

/baʊnd/

(verb) springen, hossen, begrenzen;

(adjective) begrensd, omsloten, op weg;

(noun) sprong, hup, grens

Voorbeeld:

The deer bounded through the meadow.
Het hert sprong door de weide.

buoyancy

/ˈbɔɪ.ən.si/

(noun) drijfvermogen, opwaartse kracht, opgewektheid

Voorbeeld:

The boat's excellent buoyancy kept it afloat even in rough seas.
Het uitstekende drijfvermogen van de boot hield hem zelfs in ruwe zeeën drijvend.

buoyant

/ˈbɔɪ.ənt/

(adjective) drijvend, zwevend, opgewekt

Voorbeeld:

The cork is buoyant and floats on water.
De kurk is drijvend en drijft op water.

can

/kæn/

(modal verb) kunnen, mogelijk zijn, mogen;

(noun) blik, blikje;

(verb) inblikken, conserveren

Voorbeeld:

I can swim.
Ik kan zwemmen.

cast-iron

/ˌkæstˈaɪərn/

(noun) gietijzer;

(adjective) ijzersterk, oersterk

Voorbeeld:

The old stove was made of heavy cast-iron.
De oude kachel was gemaakt van zwaar gietijzer.

categorical

/ˌkæt̬.əˈɡɔːr.ɪ.kəl/

(adjective) categorisch, absoluut, ingedeeld

Voorbeeld:

He made a categorical denial of the accusations.
Hij ontkende de beschuldigingen categorisch.

cert

/sɝːt/

(noun) certificaat, bewijs

Voorbeeld:

He finally got his driving cert after many attempts.
Hij kreeg eindelijk zijn rijbewijs certificaat na vele pogingen.

certain

/ˈsɝː.tən/

(adjective) zeker, vaststaand, bepaald

Voorbeeld:

It's certain that he will win the election.
Het is zeker dat hij de verkiezingen zal winnen.

certainty

/ˈsɝː.tən.ti/

(noun) zekerheid, vastberadenheid, vaststaand feit

Voorbeeld:

He spoke with absolute certainty about his plans.
Hij sprak met absolute zekerheid over zijn plannen.

certitude

/ˈsɝː.t̬ə.tuːd/

(noun) zekerheid, overtuiging

Voorbeeld:

He spoke with certitude about his beliefs.
Hij sprak met zekerheid over zijn overtuigingen.

check

/tʃek/

(verb) controleren, nakijken, stoppen;

(noun) controle, stop, ruit

Voorbeeld:

Please check your answers carefully.
Controleer uw antwoorden zorgvuldig.

check on

/tʃek ɑːn/

(phrasal verb) controleren, nakijken

Voorbeeld:

Can you check on the kids before you go to bed?
Kun je de kinderen controleren voordat je naar bed gaat?

check over

/tʃek ˈoʊvər/

(phrasal verb) nakijken, controleren

Voorbeeld:

Please check over the report before you submit it.
Gelieve het rapport na te kijken voordat u het indient.

check through

/tʃek θruː/

(phrasal verb) doorlezen, controleren

Voorbeeld:

Please check through the report for any errors before submitting it.
Gelieve het rapport zorgvuldig te controleren op fouten voordat u het indient.

check up on

/tʃek ʌp ɑn/

(phrasal verb) controleren, nakijken

Voorbeeld:

I need to check up on the kids to make sure they're doing their homework.
Ik moet de kinderen controleren om er zeker van te zijn dat ze hun huiswerk maken.

guarantee

/ˌɡer.ənˈtiː/

(noun) garantie, waarborg, zekerheid;

(verb) garanderen, waarborgen, zekerstellen

Voorbeeld:

The television comes with a two-year guarantee.
De televisie wordt geleverd met twee jaar garantie.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland