Vocabulaireverzameling Zekerheid 1 in Zekerheid en Twijfel: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Zekerheid 1' in 'Zekerheid en Twijfel' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) verzekeren, garanderen
Voorbeeld:
(adjective) verzekerd, gegarandeerd, zelfverzekerd
Voorbeeld:
(idiom) binnen, zeker
Voorbeeld:
(verb) geloven, geloven in
Voorbeeld:
(phrasal verb) geloven in, vertrouwen op
Voorbeeld:
(noun) weddenschap;
(verb) wedden, zeker zijn, vertrouwen hebben
Voorbeeld:
(phrase) buiten kijf, zeker
Voorbeeld:
(verb) springen, hossen, begrenzen;
(adjective) begrensd, omsloten, op weg;
(noun) sprong, hup, grens
Voorbeeld:
(noun) drijfvermogen, opwaartse kracht, opgewektheid
Voorbeeld:
(adjective) drijvend, zwevend, opgewekt
Voorbeeld:
(modal verb) kunnen, mogelijk zijn, mogen;
(noun) blik, blikje;
(verb) inblikken, conserveren
Voorbeeld:
(noun) gietijzer;
(adjective) ijzersterk, oersterk
Voorbeeld:
(adjective) categorisch, absoluut, ingedeeld
Voorbeeld:
(noun) certificaat, bewijs
Voorbeeld:
(adjective) zeker, vaststaand, bepaald
Voorbeeld:
(noun) zekerheid, vastberadenheid, vaststaand feit
Voorbeeld:
(noun) zekerheid, overtuiging
Voorbeeld:
(verb) controleren, nakijken, stoppen;
(noun) controle, stop, ruit
Voorbeeld:
(phrasal verb) controleren, nakijken
Voorbeeld:
(phrasal verb) nakijken, controleren
Voorbeeld:
(phrasal verb) doorlezen, controleren
Voorbeeld:
(phrasal verb) controleren, nakijken
Voorbeeld:
(noun) garantie, waarborg, zekerheid;
(verb) garanderen, waarborgen, zekerstellen
Voorbeeld: