Avatar of Vocabulary Set Haarkleuren

Vocabulaireverzameling Haarkleuren in Uiterlijk: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Haarkleuren' in 'Uiterlijk' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

raven

/ˈreɪ.vən/

(noun) raaf;

(adjective) zwart, gitzwart;

(verb) verslinden, gulzig eten

Voorbeeld:

A lone raven soared majestically over the mountain peak.
Een eenzame raaf zweefde majestueus over de bergtop.

red

/red/

(adjective) rood, blozend;

(noun) rood, de kleur rood

Voorbeeld:

The stop sign was bright red.
Het stopbord was fel rood.

redheaded

/ˈred.hed.ɪd/

(adjective) roodharig

Voorbeeld:

My cousin is a beautiful redheaded girl.
Mijn nichtje is een mooi roodharig meisje.

ash blonde

/æʃ blɑːnd/

(adjective) asblond;

(noun) asblonde, persoon met asblond haar

Voorbeeld:

She dyed her hair ash blonde for a cooler look.
Ze verfde haar haar asblond voor een koelere look.

auburn

/ˈɑː.bɚn/

(adjective) roodbruin, kastanjebruin

Voorbeeld:

She had beautiful auburn hair that shimmered in the sunlight.
Ze had prachtig roodbruin haar dat glinsterde in het zonlicht.

blond

/blɑːnd/

(adjective) blond;

(noun) blondine, blondje

Voorbeeld:

She has beautiful blond hair.
Ze heeft prachtig blond haar.

brunette

/bruˈnet/

(noun) brunette, donkerharige vrouw;

(adjective) bruinharig, donkerbruin

Voorbeeld:

The beautiful brunette walked into the room.
De mooie brunette liep de kamer binnen.

carroty

/ˈkær.ə.ti/

(adjective) wortelkleurig, oranjerood

Voorbeeld:

She had long, carroty hair that shone in the sun.
Ze had lang, wortelkleurig haar dat glansde in de zon.

dark

/dɑːrk/

(adjective) donker, sinister;

(noun) donker, duisternis

Voorbeeld:

It's getting dark outside.
Het wordt donker buiten.

flaxen

/ˈflæk.sən/

(adjective) vlasblond, linnenkleurig

Voorbeeld:

She had long, flowing flaxen hair.
Ze had lang, golvend vlasblond haar.

ginger

/ˈdʒɪn.dʒɚ/

(noun) gember, roodbruin, oranjebruin;

(adjective) rood, roodbruin

Voorbeeld:

Add a slice of fresh ginger to your tea for a warming effect.
Voeg een schijfje verse gember toe aan je thee voor een verwarmend effect.

gingery

/ˈdʒɪn.dʒɚ.i/

(adjective) gemberachtig, met gembersmaak, roodachtig

Voorbeeld:

The soup had a delightful gingery aroma.
De soep had een heerlijk gemberachtig aroma.

gray

/ɡreɪ/

(adjective) grijs, saai, somber;

(verb) vergrijzen, grijs worden;

(noun) grijs

Voorbeeld:

The sky was a dull gray before the storm.
De lucht was dof grijs voor de storm.

grizzled

/ˈɡrɪz.əld/

(adjective) grijs, grijzend, grijzig

Voorbeeld:

The old man had a long, grizzled beard.
De oude man had een lange, grijze baard.

mousy

/ˈmaʊ.si/

(adjective) muisachtig, timide, saai

Voorbeeld:

She had quiet, mousy hair that blended into the background.
Ze had stil, muisachtig haar dat opging in de achtergrond.

pepper-and-salt

/ˌpep.ər.ənˈsɔːlt/

(noun) peper-en-zout, gevlekt;

(adjective) peper-en-zout, grijsgemêleerd

Voorbeeld:

He wore a suit made of pepper-and-salt tweed.
Hij droeg een pak van peper-en-zout tweed.

platinum blonde

/ˌplæt.ɪ.nəm ˈblɑːnd/

(adjective) platinablond

Voorbeeld:

She decided to dye her hair platinum blonde for a bold new look.
Ze besloot haar haar platinablond te verven voor een gedurfde nieuwe look.

fair-haired

/ˈfer.herd/

(adjective) lichtblond, blond, lieveling

Voorbeeld:

The fair-haired child stood out in the crowd.
Het lichtblonde kind viel op in de menigte.

gray-haired

/ˈɡreɪ.herd/

(adjective) grijsgehaard, met grijs haar

Voorbeeld:

The wise, gray-haired man shared his stories.
De wijze, grijsgehaarde man deelde zijn verhalen.

sandy

/ˈsæn.dɪ/

(adjective) zanderig, zandkleurig

Voorbeeld:

The children loved playing on the sandy beach.
De kinderen speelden graag op het zandstrand.

strawberry blonde

/ˈstrɔː.ber.i ˌblɑːnd/

(adjective) aardbeiblond;

(noun) aardbeiblond (persoon)

Voorbeeld:

She has beautiful strawberry blonde hair.
Ze heeft prachtig aardbeiblond haar.

hoary

/ˈhɔːr.i/

(adjective) grijsharig, oud, bejaard

Voorbeeld:

The hoary old man sat by the fireplace, telling stories of his youth.
De grijsharige oude man zat bij de open haard en vertelde verhalen over zijn jeugd.

colored

/ˈkʌl.ɚd/

(adjective) gekleurd, van kleur;

(past participle) gekleurd, geverfd

Voorbeeld:

The children used colored pencils to draw.
De kinderen gebruikten gekleurde potloden om te tekenen.

fair

/fer/

(adjective) eerlijk, rechtvaardig, licht;

(noun) kermis, beurs;

(verb) verlichten, ophelderen;

(adverb) eerlijk, rechtvaardig

Voorbeeld:

The teacher was always fair to all her students.
De lerares was altijd eerlijk tegen al haar studenten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland