Vocabulaireverzameling 900 punten in Dag 24 - Eerste dag na promotie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '900 punten' in 'Dag 24 - Eerste dag na promotie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) duiken, storten, dalen;
(noun) daling, duik
Voorbeeld:
(noun) saluut, groet;
(verb) salueren, groeten
Voorbeeld:
(noun) plan, regeling, complot;
(verb) complotteren, beramen
Voorbeeld:
(adverb) hartelijk, vriendelijk
Voorbeeld:
(adjective) delicaat, fragiel, breekbaar
Voorbeeld:
(noun) aanduiding, benaming, titel
Voorbeeld:
(noun) intentie, bedoeling, doel;
(adjective) vastbesloten, geconcentreerd, oplettend
Voorbeeld:
(adjective) onomkeerbaar, onherroepelijk
Voorbeeld:
(adjective) langdurig, aanhoudend
Voorbeeld:
(idiom) zich verliezen in, opgaan in
Voorbeeld:
(adjective) eeuwigdurend, voortdurend, onophoudelijk
Voorbeeld:
(adjective) tolerant, verdraagzaam, bestendig
Voorbeeld:
(verb) degraderen, vernederen, afbreken
Voorbeeld:
(verb) degraderen, terugzetten
Voorbeeld:
(verb) inzetten, ontplooien, gebruiken
Voorbeeld:
(noun) waardigheidsbekleder
Voorbeeld:
(verb) desoriënteren, verwarren, van de wijs brengen
Voorbeeld:
(phrase) buitengewone prestatie, bijzonder huzarenstukje
Voorbeeld:
(verb) foerageren, zoeken naar voedsel;
(noun) voer, foerage
Voorbeeld:
(adverb) gratis, kosteloos;
(adjective) gratis, kosteloos
Voorbeeld:
(noun) horde, hindernis, probleem;
(verb) overspringen, overwinnen, doorstaan
Voorbeeld:
(noun) onmetelijkheid, enormiteit
Voorbeeld:
(phrase) in strijd met, ondanks
Voorbeeld:
(idiom) binnen handbereik, in iemands macht
Voorbeeld:
(adjective) zittend, huidig;
(noun) zittende, ambtsdrager
Voorbeeld:
(adjective) divers, allerlei, gemengd
Voorbeeld:
(verb) herstellen, weer in functie nemen, opnieuw invoeren
Voorbeeld:
(verb) beschadigen, schrapen, schuifelen;
(noun) schaafplek, kras
Voorbeeld:
(noun) reepje, flard, spoor;
(verb) versnipperen, verscheuren
Voorbeeld:
(noun) onderdoorgang, viaduct
Voorbeeld:
(verb) ontspannen, tot rust komen, afwikkelen
Voorbeeld:
(adjective) optimistisch, opgewekt;
(noun) opmaat, onbeklemtoonde tel
Voorbeeld: