Avatar of Vocabulary Set Basis 2

Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 8 - Marketingstrategie (2): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 8 - Marketingstrategie (2)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

celebration

/ˌsel.əˈbreɪ.ʃən/

(noun) viering, feest, plechtigheid

Voorbeeld:

The town held a grand celebration for its anniversary.
De stad hield een groots feest voor haar jubileum.

curious

/ˈkjʊr.i.əs/

(adjective) nieuwsgierig, benieuwd, merkwaardig

Voorbeeld:

The child was curious about how the toy worked.
Het kind was nieuwsgierig naar hoe het speelgoed werkte.

drop by

/drɑp baɪ/

(phrasal verb) langskomen, binnenvallen

Voorbeeld:

Feel free to drop by anytime you're in the neighborhood.
Voel je vrij om langs te komen wanneer je in de buurt bent.

first step

/fɜːrst step/

(noun) eerste stap

Voorbeeld:

Admitting you have a problem is the first step toward recovery.
Toegeven dat je een probleem hebt is de eerste stap naar herstel.

for now

/fɔːr naʊ/

(phrase) voorlopig, voor nu

Voorbeeld:

We don't need any more help for now.
We hebben voorlopig geen hulp meer nodig.

gather

/ˈɡæð.ɚ/

(verb) verzamelen, bijeenkomen, opmaken;

(noun) plooi, ruche

Voorbeeld:

A crowd began to gather outside the building.
Een menigte begon zich buiten het gebouw te verzamelen.

get together

/ɡet təˈɡeð.ər/

(phrasal verb) afspreken, samenkomen, bij elkaar komen

Voorbeeld:

Let's get together for coffee next week.
Laten we volgende week afspreken voor koffie.

hole

/hoʊl/

(noun) gat, hol, moeilijke situatie;

(verb) doorboren, gaten maken

Voorbeeld:

There's a small hole in my sock.
Er zit een klein gat in mijn sok.

in total

/ɪn ˈtoʊ.t̬əl/

(phrase) in totaal, alles bij elkaar

Voorbeeld:

There were twenty people in total at the meeting.
Er waren in totaal twintig mensen op de vergadering.

in use

/ɪn juːs/

(phrase) in gebruik

Voorbeeld:

I'm sorry, but this computer is currently in use.
Het spijt me, maar deze computer is momenteel in gebruik.

practical

/ˈpræk.tɪ.kəl/

(adjective) praktisch, bruikbaar, nuchter

Voorbeeld:

He has a lot of practical experience in engineering.
Hij heeft veel praktische ervaring in engineering.

shovel

/ˈʃʌv.əl/

(noun) schop, schep;

(verb) scheppen, schuiven

Voorbeeld:

He used a shovel to clear the snow from the driveway.
Hij gebruikte een schop om de sneeuw van de oprit te ruimen.

show

/ʃoʊ/

(verb) tonen, laten zien, presenteren;

(noun) show, voorstelling, vertoning

Voorbeeld:

He likes to show off his new car.
Hij pronkt graag met zijn nieuwe auto.

space

/speɪs/

(noun) ruimte, plek, heelal;

(verb) verspreiden, uit elkaar plaatsen

Voorbeeld:

There's not enough space for all these books.
Er is niet genoeg ruimte voor al deze boeken.

advertise

/ˈæd.vɚ.taɪz/

(verb) adverteren, reclame maken, bekendmaken

Voorbeeld:

We need to advertise our new product more effectively.
We moeten ons nieuwe product effectiever adverteren.

belief

/bɪˈliːf/

(noun) geloof, overtuiging, principe

Voorbeeld:

His belief in God is unwavering.
Zijn geloof in God is onwankelbaar.

belong to

/bɪˈlɔŋ tə/

(phrasal verb) toebehoren aan, eigendom zijn van, behoren tot

Voorbeeld:

This book belongs to me.
Dit boek behoort mij toe.

be open for business

/bi ˈoʊpən fɔr ˈbɪznɪs/

(idiom) open voor zaken, klaar om te beginnen

Voorbeeld:

The new restaurant will be open for business next month.
Het nieuwe restaurant zal volgende maand open zijn voor zaken.

best-selling author

/ˌbestˈsel.ɪŋ ˈɔː.θɚ/

(noun) bestsellerauteur

Voorbeeld:

She became a best-selling author after her first novel was published.
Ze werd een bestsellerauteur nadat haar eerste roman werd gepubliceerd.

consumer

/kənˈsuː.mɚ/

(noun) consument, consument (biologie)

Voorbeeld:

The new policy aims to protect consumers from unfair practices.
Het nieuwe beleid is gericht op het beschermen van consumenten tegen oneerlijke praktijken.

entry fee

/ˈɛn.tri fiː/

(noun) toegangsprijs, inschrijfgeld

Voorbeeld:

The museum has a small entry fee.
Het museum heeft een kleine toegangsprijs.

experiment

/ɪkˈsper.ə.mənt/

(noun) experiment, proef, uitprobeersel;

(verb) experimenteren, uitproberen

Voorbeeld:

The scientists conducted an experiment to test their new theory.
De wetenschappers voerden een experiment uit om hun nieuwe theorie te testen.

findings

/ˈfaɪn.dɪŋz/

(plural noun) bevindingen, resultaten

Voorbeeld:

The committee published its findings on the causes of the accident.
De commissie publiceerde haar bevindingen over de oorzaken van het ongeluk.

full

/fʊl/

(adjective) vol, volledig, totaal;

(adverb) vol, precies

Voorbeeld:

The basket is full of apples.
De mand is vol met appels.

obviously

/ˈɑːb.vi.əs.li/

(adverb) uiteraard, duidelijk

Voorbeeld:

Obviously, we need to find a solution quickly.
Uiteraard moeten we snel een oplossing vinden.

photographer

/fəˈtɑː.ɡrə.fɚ/

(noun) fotograaf

Voorbeeld:

The wedding photographer captured beautiful moments.
De bruiloftsfotograaf legde prachtige momenten vast.

primarily

/praɪˈmer.əl.i/

(adverb) voornamelijk, hoofdzakelijk

Voorbeeld:

The economy is primarily based on tourism.
De economie is voornamelijk gebaseerd op toerisme.

sales target

/seɪlz ˈtɑːr.ɡɪt/

(noun) verkoopdoelstelling, verkoopdoel

Voorbeeld:

The team worked hard to reach their monthly sales target.
Het team werkte hard om hun maandelijkse verkoopdoelstelling te halen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland