Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 6 - Vrije dag: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 6 - Vrije dag' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) pretpark, attractiepark
Voorbeeld:
(noun) oude geschiedenis;
(idiom) oud nieuws, verleden tijd
Voorbeeld:
(noun) artefact, voorwerp, verstoring
Voorbeeld:
(noun) auditorium, aula, zaal
Voorbeeld:
(idiom) volgeboekt, vol
Voorbeeld:
(noun) kassa, kaartverkoop, kassucces
Voorbeeld:
(adjective) opgewekt, vrolijk, blij
Voorbeeld:
(noun) koor
Voorbeeld:
(verb) vermaken, onderhouden, overwegen
Voorbeeld:
(noun) bloemstuk, bloemenarrangement
Voorbeeld:
(noun) bloembed, bloemenperk
Voorbeeld:
(phrase) naar de film gaan, naar de bioscoop gaan
Voorbeeld:
(noun) grip, houvast, greep;
(verb) grijpen, vastpakken, aangrijpen
Voorbeeld:
(phrase) een wedstrijd houden, racen
Voorbeeld:
(phrase) over straat joggen
Voorbeeld:
(noun) muziekinstrument
Voorbeeld:
(noun) roeispaan, roeiriem;
(verb) roeien
Voorbeeld:
(noun) olieverfschilderij, olieverf
Voorbeeld:
(adjective) buiten, openlucht
Voorbeeld:
(noun) peddel, batje;
(verb) peddelen, poedelen, waden
Voorbeeld:
(noun) première, eerste vertoning;
(verb) in première gaan, voor het eerst vertonen
Voorbeeld:
(phrase) bladeren harken, bladeren bijeenharken
Voorbeeld:
(noun) recreatieve activiteit, vrijetijdsbesteding
Voorbeeld:
(adjective) juist, correct, rechts;
(adverb) rechts, meteen, direct;
(noun) recht, rechten, rechts;
(verb) rechtop zetten, corrigeren;
(interjection) oké, toch
Voorbeeld:
(noun) speelduur, looptijd, racetime
Voorbeeld:
(phrase) varen met een boot, zeilen
Voorbeeld:
(phrasal verb) naar beneden glijden, afglijden
Voorbeeld:
(verb) spetteren, plonsen, prominent plaatsen;
(noun) plons, spat, vlek
Voorbeeld:
(noun) sporttoernooi
Voorbeeld:
(noun) stadion
Voorbeeld:
(phrasal verb) opblijven, overeind blijven, blijven staan
Voorbeeld:
(verb) slenteren, wandelen;
(noun) wandeling, slentertocht
Voorbeeld:
(phrase) een pauze nemen, uitrusten
Voorbeeld:
(idiom) uitlaten, meenemen voor een wandeling
Voorbeeld:
(phrase) een foto maken
Voorbeeld:
(phrase) een wandeling maken, wandelen, ophoepelen
Voorbeeld:
(idiom) veel plezier scheppen in, genieten van
Voorbeeld:
(phrase) een foto bijwerken, een foto retoucheren
Voorbeeld:
(noun) vakantiepakket, pakketreis
Voorbeeld:
(phrase) wachten op een plekje, wachten op een tafel
Voorbeeld:
(idiom) in de rij staan, wachten in de rij
Voorbeeld:
(phrase) planten water geven, planten besproeien
Voorbeeld:
(verb) amuseren, vermaken, bezig houden
Voorbeeld:
(adjective) artistiek, kunstzinnig, kunst-
Voorbeeld:
(verb) doneren, schenken
Voorbeeld:
(conjunction) hoewel, zelfs al
Voorbeeld:
(verb) tentoonstellen, exposeren, vertonen;
(noun) exponaat, tentoonstelling
Voorbeeld:
(noun) uitgang, uitrit, vertrek;
(verb) verlaten, uitgaan
Voorbeeld:
(phrase) gratis toegang
Voorbeeld:
(idiom) doe alsof je thuis bent, maak het jezelf gemakkelijk
Voorbeeld:
(adjective) gemeentelijk, stedelijk
Voorbeeld:
(determiner) verschillende, enkele;
(pronoun) verschillende, enkele
Voorbeeld:
(noun) usher, plaatsaanwijzer;
(verb) leiden, begeleiden, inluiden
Voorbeeld:
(phrase) een wedstrijd winnen, een competitie winnen
Voorbeeld:
(collocation) toelating tot, toegang tot
Voorbeeld:
(noun) deelnemer, kandidaat
Voorbeeld:
(noun) genoegen, vreugde, verrukking;
(verb) verrukken, verblijden, genoegen doen
Voorbeeld:
(idiom) zijn haar doen, haar haar doen
Voorbeeld:
(adjective) aangenaam, plezierig
Voorbeeld:
(noun) groepstarief, groepsprijs
Voorbeeld:
(phrasal verb) gaan naar, koers zetten naar, afstevenen op
Voorbeeld:
(phrase) buiten gebruik, defect, door elkaar
Voorbeeld:
(noun) periodiek, tijdschrift;
(adjective) periodiek, regelmatig
Voorbeeld:
(noun) sportveld, speelveld, gelijk speelveld
Voorbeeld:
(phrasal verb) zich aanmelden voor, zich inschrijven voor
Voorbeeld:
(phrasal verb) opdagen, verschijnen, overtreffen
Voorbeeld:
(phrase) een rondleiding nemen, een tour maken
Voorbeeld: