Vocabulaireverzameling 900 punten in Dag 5 - Geheime wapens: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '900 punten' in 'Dag 5 - Geheime wapens' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) scherpzinnig, astute, slim
Voorbeeld:
(phrasal verb) meenemen, meebrengen
Voorbeeld:
(noun) vak, compartiment, afdeling
Voorbeeld:
(phrasal verb) plaatsmaken voor, wijken voor, bezwijken
Voorbeeld:
(verb) overwerken, overbelasten;
(noun) overwerk, overbelasting
Voorbeeld:
(phrasal verb) neerleggen, neerzetten, neerhalen
Voorbeeld:
(phrase) de oplossing bereiken, tot een oplossing komen
Voorbeeld:
(verb) opladen, herladen, energie opdoen
Voorbeeld:
(noun) schildersjas, overgooier;
(verb) smokken, plooien
Voorbeeld:
(noun) toegankelijkheid, bereikbaarheid, begrijpelijkheid
Voorbeeld:
(noun) coördinator, regelaar
Voorbeeld:
(adjective) gebruikelijk, gewoonlijk, traditioneel
Voorbeeld:
(verb) verstoren, onderbreken, ontwrichten
Voorbeeld:
(verb) verheffen, optillen, bevorderen
Voorbeeld:
(noun) formaliteit, plechtigheid
Voorbeeld:
(noun) beperking, dwang, beteugeling
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitloggen, afmelden
Voorbeeld:
(adjective) onmiskenbaar, onbetwistbaar
Voorbeeld:
(noun) schending, overtreding, ontwijding
Voorbeeld:
(verb) verergeren, verslechteren, irriteren
Voorbeeld:
(noun) onvoorziene omstandigheid, contingentie, mogelijkheid
Voorbeeld:
(idiom) de grens trekken bij, weigeren
Voorbeeld:
(phrasal verb) opstellen, opmaken, stoppen
Voorbeeld:
(verb) evacueren, ontruimen, legen
Voorbeeld:
(phrase) ter herdenking van
Voorbeeld:
(phrase) op proeftijd, onder toezicht, in de proefperiode
Voorbeeld:
(verb) overschatten;
(noun) overschatting
Voorbeeld:
(noun) privilege, voorrecht;
(verb) bevoorrechten, een voorrecht verlenen
Voorbeeld:
(verb) herstructureren, reorganiseren
Voorbeeld:
(phrase) A van B scheiden, A van B afzonderen
Voorbeeld:
(noun) trekker, ontspanner, trigger;
(verb) activeren, veroorzaken, uitlokken
Voorbeeld:
(phrase) op je hoede zijn voor, voorzichtig zijn met
Voorbeeld: