Vocabulaireverzameling Verschijning in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Verschijning' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) acne, jeugdpuistjes
Voorbeeld:
(noun) moedervlek
Voorbeeld:
(noun) eelt, eeltplek;
(verb) eelt vormen, verharden
Voorbeeld:
(noun) kuiltje, deuk, kuil;
(verb) kuiltjes vormen, deuken
Voorbeeld:
(noun) moedervlek, mol, spion
Voorbeeld:
(noun) albino
Voorbeeld:
(noun) Adonis, knappe jongeman
Voorbeeld:
(noun) brunette, donkerharige vrouw;
(adjective) bruinharig, donkerbruin
Voorbeeld:
(adjective) ongekamd, verwaarloosd, slordig
Voorbeeld:
(adjective) soepel, lenig, aanpasbaar
Voorbeeld:
(adjective) gedrongen, stevig gebouwd
Voorbeeld:
(adjective) kaal wordend, kalend;
(noun) kaal worden, kaalheid
Voorbeeld:
(adjective) dromerig, zweverig, mijmerend
Voorbeeld:
(adjective) ouderwets, onmodieus, verouderd
Voorbeeld:
(adjective) bruto, totaal, grof;
(noun) gros, 144 stuks;
(verb) opbrengen, bruto verdienen
Voorbeeld:
(adjective) loom, traag, lusteloos
Voorbeeld:
(adjective) sappig, heerlijk, weelderig
Voorbeeld:
(adjective) fotogeniek
Voorbeeld:
(adjective) punky, punkachtig
Voorbeeld:
(adjective) betoverend, prachtig
Voorbeeld:
(adjective) fijn, delicaat, sierlijk
Voorbeeld:
(adjective) ruig, onverzorgd
Voorbeeld:
(adjective) geschoren;
(past participle) geschoren, geschaafd
Voorbeeld:
(verb) knippen, snoeien, trimmen;
(noun) bies, sierrand, versiering;
(adjective) netjes, verzorgd, strak
Voorbeeld:
(noun) kapsel, haardracht
Voorbeeld:
(noun) broodje, bol, knot
Voorbeeld:
(noun) knal, slag, klap;
(verb) slaan, botsen;
(adverb) precies, recht
Voorbeeld:
(noun) vlecht;
(verb) vlechten
Voorbeeld:
(adjective) kroezig, pluizig
Voorbeeld:
(noun) grijns, zelfgenoegzame glimlach;
(verb) grijnzen, zelfgenoegzaam glimlachen
Voorbeeld:
(noun) grijns, spot;
(verb) grijnzen, spotten
Voorbeeld:
(verb) knijpen, scheel kijken;
(noun) oogopslag, scheelzien, scheelstand
Voorbeeld: