Vocabulaireverzameling Inclusie en karakterisering in SAT-woordenschat voor wiskunde en logica: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Inclusie en karakterisering' in 'SAT-woordenschat voor wiskunde en logica' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) omvatten, omsluiten, bevatten
Voorbeeld:
(verb) bestaan uit, omvatten, bevatten
Voorbeeld:
(verb) bevatten, inhouden, bedwingen
Voorbeeld:
(verb) bestaan uit, zich samenstellen uit, liggen in
Voorbeeld:
(noun) haven, toevluchtsoord, schuilplaats;
(verb) koesteren, herbergen, onderdak bieden aan
Voorbeeld:
(noun) kenmerk, eigenschap, reportage;
(verb) kenmerken, bevatten, een prominente rol spelen
Voorbeeld:
(verb) vormen, uitmaken, oprichten
Voorbeeld:
(noun) huis, gebouw;
(verb) huisvesten, onderbrengen
Voorbeeld:
(verb) opnemen, integreren, omvatten
Voorbeeld:
(verb) met zich meebrengen, inhouden, vereisen
Voorbeeld:
(verb) overlappen, gemeenschappelijk hebben;
(noun) overlap
Voorbeeld:
(noun) onderdeel, component, element;
(adjective) component, onderdeel
Voorbeeld:
(noun) samenstelling, opbouw, compositie
Voorbeeld:
(noun) make-up, cosmetica, samenstelling
Voorbeeld:
(adjective) inclusief, omvattend, integrerend
Voorbeeld:
(adjective) inherent, aangeboren, wezenlijk
Voorbeeld:
(adjective) afzonderlijk, discreet
Voorbeeld:
(adverb) willekeurig, lukraak
Voorbeeld:
(adverb) thematisch
Voorbeeld:
(adverb) abnormaal, afwijkend
Voorbeeld:
(noun) catalogus;
(verb) catalogiseren, lijsten
Voorbeeld:
(verb) classificeren, indelen, geheimhouden
Voorbeeld:
(verb) categoriseren, indelen
Voorbeeld:
(verb) associëren, verbinden, zich aansluiten bij;
(noun) partner, collega;
(adjective) geassocieerd, adjunct
Voorbeeld:
(verb) sorteren, indelen
Voorbeeld:
(verb) vertegenwoordigen, symboliseren, optreden voor
Voorbeeld:
(verb) symboliseren, voorstellen
Voorbeeld:
(verb) illustreren, een voorbeeld zijn van, toelichten
Voorbeeld:
(verb) belichamen, uitdrukken, vertegenwoordigen
Voorbeeld:
(verb) belichamen, verpersoonlijken
Voorbeeld:
(plural noun) criteria, maatstaven
Voorbeeld:
(adjective) ideaal, perfect, imaginair;
(noun) ideaal, voorbeeld
Voorbeeld:
(noun) parameter, variabele, grens
Voorbeeld:
(noun) basislijn, uitgangspunt, achterlijn
Voorbeeld:
(noun) eigenschap, kenmerk;
(verb) toeschrijven aan, wijten aan
Voorbeeld:
(noun) eigenschap, kenmerk
Voorbeeld:
(noun) kenmerk, eigenschap;
(adjective) kenmerkend, typisch
Voorbeeld:
(noun) eigendom, bezit, pand
Voorbeeld:
(noun) uitzondering
Voorbeeld:
(noun) verhouding, ratio
Voorbeeld:
(noun) verwijzing, referentie, naslagwerk;
(verb) verwijzen naar, refereren aan
Voorbeeld:
(adjective) formuleachtig, clichématig
Voorbeeld:
(adjective) willekeurig, oordeelloos
Voorbeeld: