Avatar of Vocabulary Set Politiek en wetgeving

Vocabulaireverzameling Politiek en wetgeving in SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Politiek en wetgeving' in 'SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

policy

/ˈpɑː.lə.si/

(noun) beleid, richtlijn, polis

Voorbeeld:

The company has a strict policy against harassment.
Het bedrijf heeft een strikt beleid tegen intimidatie.

referendum

/ˌref.əˈren.dəm/

(noun) referendum, volksraadpleging

Voorbeeld:

The country held a referendum on joining the European Union.
Het land hield een referendum over toetreding tot de Europese Unie.

treaty

/ˈtriː.t̬i/

(noun) verdrag, overeenkomst

Voorbeeld:

The two nations signed a peace treaty.
De twee naties ondertekenden een vredesverdrag.

amendment

/əˈmend.mənt/

(noun) amendement, wijziging

Voorbeeld:

They proposed an amendment to the bill.
Ze stelden een amendement op het wetsvoorstel voor.

constitution

/ˌkɑːn.stəˈtuː.ʃən/

(noun) grondwet, constitutie, samenstelling

Voorbeeld:

The country adopted a new constitution after the revolution.
Het land nam een nieuwe grondwet aan na de revolutie.

tenure

/ˈten.jɚ/

(noun) ambtstermijn, dienstverband, vaste aanstelling

Voorbeeld:

During his tenure as CEO, the company's profits tripled.
Tijdens zijn ambtstermijn als CEO verdrievoudigde de winst van het bedrijf.

inauguration

/ɪˌnɑː.ɡjəˈreɪ.ʃən/

(noun) inauguratie, opening, ingebruikname

Voorbeeld:

The inauguration of the new high-speed rail line will revolutionize travel.
De inauguratie van de nieuwe hogesnelheidslijn zal reizen revolutioneren.

reign

/reɪn/

(noun) regering, regeerperiode, heerschappij;

(verb) regeren, heersen, domineren

Voorbeeld:

Queen Victoria's reign lasted for 63 years.
De regering van koningin Victoria duurde 63 jaar.

chamber

/ˈtʃeɪm.bɚ/

(noun) zaal, kamer, privékamer;

(verb) laden, in de kamer brengen

Voorbeeld:

The city council meets in the main chamber.
De gemeenteraad vergadert in de hoofdzaal.

congress

/ˈkɑːŋ.ɡres/

(noun) congres, vergadering, Congres

Voorbeeld:

The medical congress will be held in Paris next month.
Het medische congres wordt volgende maand in Parijs gehouden.

confederacy

/kənˈfed.ɚ.ə.si/

(noun) confederatie, bondgenootschap, de Confederatie

Voorbeeld:

The tribes formed a confederacy to defend their territory.
De stammen vormden een confederatie om hun grondgebied te verdedigen.

prime minister

/ˈpraɪm ˈmɪn.ɪ.stər/

(noun) premier

Voorbeeld:

The prime minister announced new policies to address climate change.
De premier kondigde nieuw beleid aan om klimaatverandering aan te pakken.

democrat

/ˈdem.ə.kræt/

(noun) democraat, Democraat

Voorbeeld:

He is a strong democrat who believes in the power of the people.
Hij is een sterke democraat die gelooft in de kracht van het volk.

liberal

/ˈlɪb.ər.əl/

(adjective) liberaal, open-minded, gul;

(noun) liberaal

Voorbeeld:

She has very liberal views on education.
Ze heeft zeer liberale opvattingen over onderwijs.

republican

/rəˈpʌb.lɪ.kən/

(noun) republikein, Republikein (partij);

(adjective) republikeins, Republikeins (partij)

Voorbeeld:

Many republicans believe in limited government intervention.
Veel republikeinen geloven in beperkte overheidsinterventie.

conservative

/kənˈsɝː.və.t̬ɪv/

(noun) conservatief;

(adjective) conservatief

Voorbeeld:

My grandfather is a staunch conservative.
Mijn grootvader is een overtuigde conservatief.

communist

/ˈkɑː.m.jə.nɪst/

(noun) communist;

(adjective) communistisch

Voorbeeld:

He was accused of being a communist during the Cold War.
Hij werd beschuldigd een communist te zijn tijdens de Koude Oorlog.

turn out

/tɜːrn aʊt/

(phrasal verb) uitpakken, blijken, opdagen

Voorbeeld:

The party turned out to be a great success.
Het feest bleek een groot succes te zijn.

democracy

/dɪˈmɑː.krə.si/

(noun) democratie, democratische staat

Voorbeeld:

The country transitioned to a democracy after decades of authoritarian rule.
Het land maakte de overgang naar een democratie na decennia van autoritair bewind.

colony

/ˈkɑː.lə.ni/

(noun) kolonie, groep

Voorbeeld:

India was once a British colony.
India was ooit een Britse kolonie.

realm

/relm/

(noun) rijk, koninkrijk, gebied

Voorbeeld:

The king ruled over a vast realm.
De koning regeerde over een uitgestrekt rijk.

party

/ˈpɑːr.t̬i/

(noun) feest, partij, groep;

(verb) feesten, partij vieren

Voorbeeld:

We're having a birthday party for my sister.
We geven een verjaardagsfeestje voor mijn zus.

pact

/pækt/

(noun) pact, verbond

Voorbeeld:

The two countries signed a peace pact.
De twee landen ondertekenden een vredespact.

proposition

/ˌprɑː.pəˈzɪʃ.ən/

(noun) stelling, propositie, bewering;

(verb) voorstellen, aanbieden

Voorbeeld:

The scientist presented a new proposition about the origin of the universe.
De wetenschapper presenteerde een nieuwe stelling over het ontstaan van het universum.

summit

/ˈsʌm.ɪt/

(noun) top, bergtop, topconferentie;

(verb) de top bereiken, beklimmen

Voorbeeld:

They reached the summit of Mount Everest.
Ze bereikten de top van de Mount Everest.

propaganda

/ˌprɑː.pəˈɡæn.də/

(noun) propaganda

Voorbeeld:

The government used state-controlled media to spread its propaganda.
De regering gebruikte staatsgecontroleerde media om haar propaganda te verspreiden.

statute

/ˈstætʃ.uːt/

(noun) statuut, wet, reglement

Voorbeeld:

The new statute aims to protect consumer rights.
Het nieuwe statuut is gericht op de bescherming van consumentenrechten.

nomination

/ˌnɑː.məˈneɪ.ʃən/

(noun) nominatie, voordracht

Voorbeeld:

Her nomination for the award was widely expected.
Haar nominatie voor de prijs werd algemeen verwacht.

secession

/sɪsˈeʃ.ən/

(noun) afscheiding, secessie

Voorbeeld:

The southern states declared their secession from the Union.
De zuidelijke staten verklaarden hun afscheiding van de Unie.

the Commonwealth

/ˈkɑː.mən.welθ/

(noun) het Gemenebest

Voorbeeld:

Many countries in the Commonwealth participate in the Commonwealth Games.
Veel landen in het Gemenebest nemen deel aan de Commonwealth Games.

principality

/ˌprɪn.səˈpæl.ə.t̬i/

(noun) prinsdom

Voorbeeld:

Monaco is a small principality on the French Riviera.
Monaco is een klein prinsdom aan de Franse Rivièra.

manifesto

/ˌmæn.əˈfes.toʊ/

(noun) manifest, verklaring

Voorbeeld:

The party published its election manifesto outlining its plans for the economy.
De partij publiceerde haar verkiezingsmanifest waarin haar plannen voor de economie werden uiteengezet.

mandate

/ˈmæn.deɪt/

(noun) mandaat, opdracht;

(verb) mandaat geven, opdragen

Voorbeeld:

The government received a clear mandate from the people.
De regering ontving een duidelijk mandaat van het volk.

delegation

/ˌdel.əˈɡeɪ.ʃən/

(noun) delegatie, afvaardiging, overdracht

Voorbeeld:

The official delegation arrived at the conference.
De officiële delegatie arriveerde op de conferentie.

homeland

/ˈhoʊm.lænd/

(noun) thuisland, vaderland

Voorbeeld:

He returned to his homeland after many years abroad.
Hij keerde na vele jaren in het buitenland terug naar zijn thuisland.

embargo

/ɪmˈbɑːr.ɡoʊ/

(noun) embargo, handelsverbod, publicatieverbod;

(verb) embargoën, verbieden

Voorbeeld:

The government imposed an embargo on arms sales to the region.
De regering legde een embargo op wapenverkoop aan de regio.

bipartisanship

/ˌbaɪˈpɑːr.t̬ə.zən.ʃɪp/

(noun) bipartisanisme, tweepartijensamenwerking

Voorbeeld:

The new law was passed with a rare show of bipartisanship.
De nieuwe wet werd aangenomen met een zeldzaam vertoon van bipartisanisme.

municipal

/mjuːˈnɪs.ə.pəl/

(adjective) gemeentelijk, stedelijk

Voorbeeld:

The municipal government is responsible for local services.
De gemeentelijke overheid is verantwoordelijk voor lokale diensten.

electoral

/iˈlek.tɚ.əl/

(adjective) electoraal, kies-

Voorbeeld:

The country is preparing for a major electoral reform.
Het land bereidt zich voor op een grote electorale hervorming.

self-governing

/ˌselfˈɡʌvərnɪŋ/

(adjective) zelfbesturend, autonoom

Voorbeeld:

The colony became a self-governing territory.
De kolonie werd een zelfbesturend gebied.

transnational

/ˌtrænzˈnæʃ.ən.əl/

(adjective) transnationaal, grensoverschrijdend

Voorbeeld:

Transnational corporations often have offices and operations in many different countries.
Transnationale bedrijven hebben vaak kantoren en activiteiten in veel verschillende landen.

geopolitical

/ˌdʒiː.oʊ.pəˈlɪt̬.ɪ.kəl/

(adjective) geopolitiek

Voorbeeld:

The region is of great geopolitical importance due to its oil reserves.
De regio is van groot geopolitiek belang vanwege de oliereserves.

federal

/ˈfed.ɚ.əl/

(adjective) federaal, centraal

Voorbeeld:

The United States has a federal system of government.
De Verenigde Staten hebben een federaal regeringssysteem.

interstate

/ˈɪn.t̬ɚ.steɪt/

(adjective) interstatelijk, tussen staten;

(noun) interstate, snelweg

Voorbeeld:

The new highway is an interstate route.
De nieuwe snelweg is een interstatelijke route.

authoritarian

/əˌθɔːr.əˈter.i.ən/

(adjective) autoritair;

(noun) autoritair persoon

Voorbeeld:

The country has been ruled by an authoritarian regime for decades.
Het land wordt al decennia geregeerd door een autoritair regime.

consular

/ˈkɑːn.sjə.lɚ/

(adjective) consulair

Voorbeeld:

She works in the consular section of the embassy.
Ze werkt op de consulaire afdeling van de ambassade.

pass

/pæs/

(verb) passeren, voorbijgaan, slagen;

(noun) voldoende, geslaagd, pas

Voorbeeld:

A car passed us on the highway.
Een auto passeerde ons op de snelweg.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland