Avatar of Vocabulary Set Mening

Vocabulaireverzameling Mening in SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Mening' in 'SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

standpoint

/ˈstænd.pɔɪnt/

(noun) standpunt, gezichtspunt

Voorbeeld:

From an economic standpoint, the decision was sound.
Vanuit een economisch standpunt was de beslissing verstandig.

perspective

/pɚˈspek.tɪv/

(noun) perspectief, standpunt, dieptewerking

Voorbeeld:

Her unique perspective on the issue offered new insights.
Haar unieke perspectief op de kwestie bood nieuwe inzichten.

viewpoint

/ˈvjuː.pɔɪnt/

(noun) standpunt, gezichtspunt, uitzichtpunt

Voorbeeld:

From my viewpoint, the decision was fair.
Vanuit mijn standpunt was de beslissing eerlijk.

conviction

/kənˈvɪk.ʃən/

(noun) veroordeling, overtuiging, geloof

Voorbeeld:

The jury returned a conviction after only two hours of deliberation.
De jury kwam na slechts twee uur beraadslaging tot een veroordeling.

impression

/ɪmˈpreʃ.ən/

(noun) indruk, imitatie, nadoening

Voorbeeld:

My first impression of him was that he was very kind.
Mijn eerste indruk van hem was dat hij erg aardig was.

slant

/slænt/

(noun) inslag, voorkeur, standpunt;

(verb) hellen, schuin staan, verdraaien

Voorbeeld:

The news report had a clear political slant.
Het nieuwsbericht had een duidelijke politieke inslag.

preconception

/ˌpriː.kənˈsep.ʃən/

(noun) vooroordeel, vooropgezet idee

Voorbeeld:

It's important to approach new cultures without preconceptions.
Het is belangrijk om nieuwe culturen te benaderen zonder vooroordelen.

objection

/əbˈdʒek.ʃən/

(noun) bezwaar, tegenwerping

Voorbeeld:

My main objection is the cost.
Mijn voornaamste bezwaar is de kosten.

discord

/ˈdɪs.kɔːrd/

(noun) onenigheid, verdeeldheid, wanklank;

(verb) verschillen, wringen;

(trademark) Discord, Discord-platform

Voorbeeld:

There was much discord among the committee members.
Er was veel onenigheid onder de commissieleden.

morale

/məˈræl/

(noun) moreel, geestdrift

Voorbeeld:

The team's morale was high after their big win.
Het moreel van het team was hoog na hun grote overwinning.

unanimity

/ˌjuː.nəˈnɪm.ə.t̬i/

(noun) unanimiteit, eenstemmigheid

Voorbeeld:

The decision was made with complete unanimity.
De beslissing werd genomen met volledige unanimiteit.

consensus

/kənˈsen.səs/

(noun) consensus, overeenstemming

Voorbeeld:

There is a growing consensus among scientists that climate change is real.
Er is een groeiende consensus onder wetenschappers dat klimaatverandering reëel is.

chastisement

/tʃæsˈtaɪz.mənt/

(noun) bestraffing, tuchtiging

Voorbeeld:

The child received a severe chastisement for his disobedience.
Het kind kreeg een strenge bestraffing voor zijn ongehoorzaamheid.

distaste

/dɪsˈteɪst/

(noun) afkeer, tegenzin;

(verb) afkeer hebben van, niet lusten

Voorbeeld:

She has a strong distaste for gossip.
Ze heeft een sterke afkeer van roddels.

detractor

/dɪˈtræk.tɚ/

(noun) lasteraar, criticus

Voorbeeld:

Despite the film's success, it still has many detractors.
Ondanks het succes van de film heeft deze nog steeds veel critici.

naysayer

/ˈneɪˌseɪ.ɚ/

(noun) pessimist, dwarsligger

Voorbeeld:

Despite the warnings from naysayers, the mission was a success.
Ondanks de waarschuwingen van pessimisten was de missie een succes.

contrarian

/kənˈtrer.i.ən/

(noun) dwarsligger, contrarian;

(adjective) contrariaans, afwijkend

Voorbeeld:

He's always been a contrarian, arguing against popular beliefs.
Hij is altijd een dwarsligger geweest, die tegen populaire overtuigingen inging.

dissenter

/dɪˈsen.t̬ɚ/

(noun) andersdenkende, dissident

Voorbeeld:

The lone dissenter in the group voiced his objections to the proposal.
De enige afwijkende in de groep uitte zijn bezwaren tegen het voorstel.

antagonistic

/ænˌtæɡ.ənˈɪs.tɪk/

(adjective) antagonistisch, vijandig

Voorbeeld:

He has always been antagonistic toward new ideas.
Hij is altijd antagonistisch geweest tegenover nieuwe ideeën.

discretion

/dɪˈskreʃ.ən/

(noun) discretie, voorzichtigheid, beoordelingsvrijheid

Voorbeeld:

She handled the sensitive matter with great discretion.
Ze behandelde de gevoelige kwestie met grote discretie.

reception

/rɪˈsep.ʃən/

(noun) ontvangst, receptie, feest

Voorbeeld:

The reception of the new policy was mixed.
De ontvangst van het nieuwe beleid was gemengd.

preferential

/ˌpref.ərˈen.ʃəl/

(adjective) preferentieel, voorkeurs-

Voorbeeld:

Some customers receive preferential treatment.
Sommige klanten krijgen een voorkeursbehandeling.

unexceptionable

/ˌʌn.ɪkˈsep.ʃən.ə.bəl/

(adjective) onberispelijk, onwraakbaar

Voorbeeld:

Her conduct throughout the trial was unexceptionable.
Haar gedrag tijdens het proces was onberispelijk.

impartial

/ɪmˈpɑːr.ʃəl/

(adjective) onpartijdig, neutraal, objectief

Voorbeeld:

A judge must remain impartial throughout the trial.
Een rechter moet onpartijdig blijven gedurende het proces.

unbiased

/ʌnˈbaɪəst/

(adjective) onpartijdig, onbevooroordeeld, neutraal

Voorbeeld:

A good journalist should always strive to be unbiased in their reporting.
Een goede journalist moet altijd streven naar onpartijdigheid in zijn verslaggeving.

averse

/əˈvɝːs/

(adjective) afkerig, avers, vijandig

Voorbeeld:

He is not averse to hard work.
Hij is niet afkerig van hard werken.

disfavor

/dɪsˈfeɪ.vɚ/

(noun) ongunst, afkeuring;

(verb) benadelen, afkeuren

Voorbeeld:

The minister fell into disfavor with the king.
De minister viel in ongunst bij de koning.

opt

/ɑːpt/

(verb) kiezen, opteren

Voorbeeld:

You can opt for a refund or a replacement.
U kunt kiezen voor een terugbetaling of een vervanging.

despise

/dɪˈspaɪz/

(verb) verachten, minachten

Voorbeeld:

She despises him for his dishonesty.
Ze veracht hem om zijn oneerlijkheid.

fault

/fɑːlt/

(noun) fout, gebrek, schuld;

(verb) bekritiseren, aanmerken

Voorbeeld:

It's not my fault that the car broke down.
Het is niet mijn schuld dat de auto kapot ging.

remark

/rɪˈmɑːrk/

(noun) opmerking, uitspraak;

(verb) opmerken, zeggen

Voorbeeld:

He made a rude remark about her dress.
Hij maakte een onbeschofte opmerking over haar jurk.

contend

/kənˈtend/

(verb) worstelen, strijden, beweren

Voorbeeld:

She had to contend with a serious illness.
Ze moest worstelen met een ernstige ziekte.

critique

/krɪˈtiːk/

(noun) kritiek, beoordeling;

(verb) bekritiseren, beoordelen

Voorbeeld:

The professor provided a thorough critique of the student's essay.
De professor gaf een grondige kritiek op het essay van de student.

acclaim

/əˈkleɪm/

(verb) prijzen, toejuichen, roemen;

(noun) lof, toejuiching, bijval

Voorbeeld:

The critics acclaimed her performance as a masterpiece.
De critici prezen haar optreden als een meesterwerk.

laud

/lɑːd/

(verb) prijzen, loven;

(noun) lofzang, lof

Voorbeeld:

The critics lauded her performance in the play.
De critici prezen haar optreden in het toneelstuk.

exalt

/ɪɡˈzɑːlt/

(verb) verheerlijken, verheffen, prijzen

Voorbeeld:

The choir will exalt the Lord with their songs.
Het koor zal de Heer verheerlijken met hun liederen.

repudiate

/rɪˈpjuː.di.eɪt/

(verb) verwerpen, afwijzen

Voorbeeld:

She decided to repudiate the accusations made against her.
Ze besloot de beschuldigingen tegen haar te verwerpen.

concur

/kənˈkɝː/

(verb) instemmen, het eens zijn, samenvallen

Voorbeeld:

I concur with your assessment of the situation.
Ik ben het eens met uw beoordeling van de situatie.

acquiesce

/ˌæk.wiˈes/

(verb) instemmen, toestemmen

Voorbeeld:

She will acquiesce to their demands.
Zij zal instemmen met hun eisen.

idolize

/ˈaɪ.dəl.aɪz/

(verb) aanbidden, vergoding

Voorbeeld:

Many young children idolize professional athletes.
Veel jonge kinderen aanbidden professionele atleten.

conclude

/kənˈkluːd/

(verb) beëindigen, afsluiten, concluderen

Voorbeeld:

The meeting concluded with a vote.
De vergadering eindigde met een stemming.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland