Vocabulaireverzameling Mening in SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Mening' in 'SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) standpunt, gezichtspunt
Voorbeeld:
(noun) perspectief, standpunt, dieptewerking
Voorbeeld:
(noun) standpunt, gezichtspunt, uitzichtpunt
Voorbeeld:
(noun) veroordeling, overtuiging, geloof
Voorbeeld:
(noun) indruk, imitatie, nadoening
Voorbeeld:
(noun) inslag, voorkeur, standpunt;
(verb) hellen, schuin staan, verdraaien
Voorbeeld:
(noun) vooroordeel, vooropgezet idee
Voorbeeld:
(noun) bezwaar, tegenwerping
Voorbeeld:
(noun) onenigheid, verdeeldheid, wanklank;
(verb) verschillen, wringen;
(trademark) Discord, Discord-platform
Voorbeeld:
(noun) moreel, geestdrift
Voorbeeld:
(noun) unanimiteit, eenstemmigheid
Voorbeeld:
(noun) consensus, overeenstemming
Voorbeeld:
(noun) bestraffing, tuchtiging
Voorbeeld:
(noun) afkeer, tegenzin;
(verb) afkeer hebben van, niet lusten
Voorbeeld:
(noun) lasteraar, criticus
Voorbeeld:
(noun) pessimist, dwarsligger
Voorbeeld:
(noun) dwarsligger, contrarian;
(adjective) contrariaans, afwijkend
Voorbeeld:
(noun) andersdenkende, dissident
Voorbeeld:
(adjective) antagonistisch, vijandig
Voorbeeld:
(noun) discretie, voorzichtigheid, beoordelingsvrijheid
Voorbeeld:
(noun) ontvangst, receptie, feest
Voorbeeld:
(adjective) preferentieel, voorkeurs-
Voorbeeld:
(adjective) onberispelijk, onwraakbaar
Voorbeeld:
(adjective) onpartijdig, neutraal, objectief
Voorbeeld:
(adjective) onpartijdig, onbevooroordeeld, neutraal
Voorbeeld:
(adjective) afkerig, avers, vijandig
Voorbeeld:
(noun) ongunst, afkeuring;
(verb) benadelen, afkeuren
Voorbeeld:
(verb) kiezen, opteren
Voorbeeld:
(verb) verachten, minachten
Voorbeeld:
(noun) fout, gebrek, schuld;
(verb) bekritiseren, aanmerken
Voorbeeld:
(noun) opmerking, uitspraak;
(verb) opmerken, zeggen
Voorbeeld:
(verb) worstelen, strijden, beweren
Voorbeeld:
(noun) kritiek, beoordeling;
(verb) bekritiseren, beoordelen
Voorbeeld:
(verb) prijzen, toejuichen, roemen;
(noun) lof, toejuiching, bijval
Voorbeeld:
(verb) prijzen, loven;
(noun) lofzang, lof
Voorbeeld:
(verb) verheerlijken, verheffen, prijzen
Voorbeeld:
(verb) verwerpen, afwijzen
Voorbeeld:
(verb) instemmen, het eens zijn, samenvallen
Voorbeeld:
(verb) instemmen, toestemmen
Voorbeeld:
(verb) aanbidden, vergoding
Voorbeeld:
(verb) beëindigen, afsluiten, concluderen
Voorbeeld: