Vocabulaireverzameling Maatschappij in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Maatschappij' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) scheiding, afzondering, segregatie
Voorbeeld:
(noun) discriminatie, onderscheiding, onderscheidingsvermogen
Voorbeeld:
(noun) vooroordeel, nadeel, schade;
(verb) benadelen, schaden
Voorbeeld:
(noun) vooringenomenheid, vooroordeel, partijdigheid;
(verb) beïnvloeden, vooringenomen maken
Voorbeeld:
(noun) ongelijkheid
Voorbeeld:
(noun) revolutie, ingrijpende verandering, omwenteling
Voorbeeld:
(noun) mobiliteit, beweeglijkheid, doorstroom
Voorbeeld:
(noun) solidariteit, eenheid
Voorbeeld:
(noun) welzijn, welvaart, uitkering
Voorbeeld:
(noun) ethos, levenshouding
Voorbeeld:
(noun) etniciteit, etnische afkomst
Voorbeeld:
(noun) demografie, bevolkingsgroep;
(adjective) demografisch
Voorbeeld:
(noun) elite, toplaag;
(adjective) elite, exclusief
Voorbeeld:
(noun) proletariaat
Voorbeeld:
(noun) bourgeoisie, burgerij, kapitalistische klasse
Voorbeeld:
(noun) conformiteit, naleving, aanpassing
Voorbeeld:
(noun) aristocratie, adel, adelregering
Voorbeeld:
(noun) actieve burger
Voorbeeld:
(noun) marginalisering, uitsluiting
Voorbeeld:
(noun) Generatie X
Voorbeeld:
(noun) Generatie Y, millennials
Voorbeeld:
(noun) Generatie Z
Voorbeeld:
(noun) antropoloog
Voorbeeld:
(noun) verbondenheid, erbij horen, bezittingen
Voorbeeld:
(noun) middenklasse;
(adjective) middenklasse
Voorbeeld:
(noun) lagere klasse, onderklasse;
(adjective) lagere klasse, onderklasse
Voorbeeld:
(noun) hogere klasse, bovenklasse;
(adjective) van de hogere klasse, bovenklasse
Voorbeeld:
(noun) arbeidersklasse;
(adjective) arbeiders-, van de arbeidersklasse
Voorbeeld:
(noun) protest, bezwaar;
(verb) protesteren, bezwaar maken
Voorbeeld: