Avatar of Vocabulary Set Waarneming van de zintuigen

Vocabulaireverzameling Waarneming van de zintuigen in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Waarneming van de zintuigen' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

experience

/ɪkˈspɪr.i.əns/

(noun) ervaring, belevenis;

(verb) ervaren, ondervinden

Voorbeeld:

He has a lot of experience in teaching.
Hij heeft veel ervaring in het lesgeven.

taste

/teɪst/

(noun) smaak, voorkeur;

(verb) proeven, smaken

Voorbeeld:

The soup has a delicious taste.
De soep heeft een heerlijke smaak.

smell

/smel/

(noun) reuk, reukvermogen, geur;

(verb) ruiken, besnuffelen, geuren

Voorbeeld:

Dogs have a very keen sense of smell.
Honden hebben een zeer scherp reukvermogen.

see

/siː/

(verb) zien, waarnemen, begrijpen;

(noun) bisdom, zetel;

(exclamation) zie, begrijp

Voorbeeld:

Can you see the mountains from here?
Kun je de bergen van hier zien?

hear

/hɪr/

(verb) horen, vernieuwingen ontvangen

Voorbeeld:

I can hear the music playing downstairs.
Ik kan de muziek beneden horen spelen.

listen

/ˈlɪs.ən/

(verb) luisteren, gehoorzamen, aandacht schenken

Voorbeeld:

Please listen carefully to the instructions.
Gelieve aandachtig naar de instructies te luisteren.

sense

/sens/

(noun) zintuig, gevoel, besef;

(verb) voelen, waarnemen

Voorbeeld:

Our five senses help us understand the world.
Onze vijf zintuigen helpen ons de wereld te begrijpen.

watch

/wɑːtʃ/

(verb) kijken, observeren, opletten;

(noun) horloge, wacht, bewaking

Voorbeeld:

I like to watch movies on weekends.
Ik kijk graag films in het weekend.

look

/lʊk/

(verb) kijken, zoeken, lijken;

(noun) blik, uitstraling, uiterlijk

Voorbeeld:

She looked at him and smiled.
Ze keek naar hem en glimlachte.

feel

/fiːl/

(verb) voelen, aanraken, vinden;

(noun) gevoel, aanraking, intuïtie

Voorbeeld:

I feel happy today.
Ik voel me vandaag gelukkig.

touch

/tʌtʃ/

(verb) aanraken, raken, aangrijpen;

(noun) aanraking, gevoel, vleugje

Voorbeeld:

Don't touch the wet paint.
Raak de natte verf niet aan.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland