Vocabulaireverzameling Oorlog in IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Oorlog' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) armada, vloot, grote groep
Voorbeeld:
(noun) huurling, beroepssoldaat;
(adjective) mercenair, geldzuchtig, gewinziek
Voorbeeld:
(noun) wapenstilstand
Voorbeeld:
(noun) barricade, versperring;
(verb) barricaderen, afzetten
Voorbeeld:
(noun) bataljon, grote groep, menigte
Voorbeeld:
(noun) peloton, team;
(verb) pelotonneren, verdelen
Voorbeeld:
(noun) spionage
Voorbeeld:
(noun) staatsgreep, coup, prestatie
Voorbeeld:
(noun) guerrilla, guerrillastrijder;
(adjective) guerrilla, guerrillastrijd
Voorbeeld:
(noun) aanval, bestorming, stroom
Voorbeeld:
(noun) bewapening, wapens, uitrusting
Voorbeeld:
(noun) artillerie, geschut, geschutseenheid
Voorbeeld:
(noun) arsenaal, wapenopslagplaats, wapenfabriek
Voorbeeld:
(noun) afschrikmiddel, afschrikking;
(adjective) afschrikkend, ontmoedigend
Voorbeeld:
(noun) munitie, argumenten, bewijsmateriaal
Voorbeeld:
(noun) katapult;
(verb) katapulteren, slingeren
Voorbeeld:
(noun) bazooka, raketwerper
Voorbeeld:
(noun) lans;
(verb) opensnijden, doorsteken
Voorbeeld:
(noun) granaatscherven, schrapnel
Voorbeeld:
(noun) musket
Voorbeeld:
(noun) mortel, mortier, vijzel;
(verb) mortelen, vastzetten met mortel
Voorbeeld:
(noun) vechtpartij, ruzie, openbare ordeverstoring
Voorbeeld:
(noun) luchtaanval, bombardement
Voorbeeld:
(noun) gruweldaad, wreedheid, gruwel
Voorbeeld:
(noun) bruggenhoofd, basis
Voorbeeld:
(noun) geëvacueerde, ontheemde
Voorbeeld:
(noun) garnizoen, bezetting, garnizoensplaats;
(verb) stationeren, bezetten
Voorbeeld:
(noun) blitz, bliksemoorlog, campagne;
(verb) blitz, overweldigen
Voorbeeld:
(verb) plunderen, beroven;
(noun) plundering, beroving
Voorbeeld:
(verb) plunderen, beroven;
(noun) plundering, roof
Voorbeeld:
(verb) bestoken, beschieten
Voorbeeld:
(verb) omtrekken, flankeren, overtreffen
Voorbeeld:
(verb) vernietigen, vagen, verpletteren
Voorbeeld:
(verb) verslaan, overwinnen
Voorbeeld: