Vocabulaireverzameling Aanraken en vasthouden in IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Aanraken en vasthouden' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) greep, vat, begrip;
(verb) grijpen, vastpakken, begrijpen
Voorbeeld:
(noun) greep, vastpakken, koppeling;
(verb) grijpen, vastpakken;
(adjective) cruciaal, beslissend
Voorbeeld:
(noun) grip, houvast, greep;
(verb) grijpen, vastpakken, aangrijpen
Voorbeeld:
(noun) sluiting, gesp, greep;
(verb) vastgrijpen, klemmen, vastmaken
Voorbeeld:
(noun) snufje, vleugje, kneep;
(verb) knijpen, knellen, stelen
Voorbeeld:
(noun) slag, streek, beroerte;
(verb) aaien, strelen, slaan
Voorbeeld:
(noun) huisdier, lieveling, oogappel;
(verb) aaien, strelen;
(adjective) huisdier-, tam
Voorbeeld:
(verb) manipuleren, bedienen, beïnvloeden
Voorbeeld:
(verb) vouwen, opvouwen, failliet gaan;
(noun) vouw, kudde, groep
Voorbeeld:
(verb) uitvouwen, ontvouwen, onthullen
Voorbeeld:
(verb) draaien, friemelen;
(noun) draai, beweging
Voorbeeld:
(verb) strelen, betasten, koesteren
Voorbeeld:
(noun) viool, vedel;
(verb) viool spelen, vedelen, friemelen
Voorbeeld:
(verb) grijpen, in beslag nemen, pakken
Voorbeeld:
(verb) aanpassen, verfijnen, verstrikken;
(noun) aanpassing, verfijning, trek
Voorbeeld:
(verb) ballen, klemmen;
(noun) greep, klem
Voorbeeld: