Avatar of Vocabulary Set Relationele actie

Vocabulaireverzameling Relationele actie in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Relationele actie' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

marry

/ˈmer.i/

(verb) trouwen, huwen, uithuwelijken

Voorbeeld:

They decided to marry after a long courtship.
Ze besloten te trouwen na een lange verkering.

engage

/ɪnˈɡeɪdʒ/

(verb) betrekken, boeien, aantrekken;

(adjective) bezet, verwikkeld

Voorbeeld:

The story was so captivating that it fully engaged my attention.
Het verhaal was zo boeiend dat het mijn aandacht volledig vasthield.

commit

/kəˈmɪt/

(verb) plegen, begaan, verbinden

Voorbeeld:

He was arrested for attempting to commit fraud.
Hij werd gearresteerd wegens poging tot het plegen van fraude.

support

/səˈpɔːrt/

(verb) ondersteunen, steunen, onderhouden;

(noun) ondersteuning, steun, draagvlak

Voorbeeld:

She works hard to support her family.
Ze werkt hard om haar gezin te onderhouden.

trust

/trʌst/

(noun) vertrouwen, trust, fiducie;

(verb) vertrouwen, toevertrouwen, aanvertrouwen

Voorbeeld:

She placed her complete trust in her lawyer.
Ze stelde haar volledige vertrouwen in haar advocaat.

get along

/ɡet əˈlɔŋ/

(phrasal verb) opschieten, overeenkomen, vooruitgaan

Voorbeeld:

I really get along with my new colleagues.
Ik kan echt goed opschieten met mijn nieuwe collega's.

care for

/ker fɔːr/

(phrasal verb) zorgen voor, verzorgen, houden van

Voorbeeld:

She decided to care for her elderly parents.
Ze besloot te zorgen voor haar bejaarde ouders.

get together

/ɡet təˈɡeð.ər/

(phrasal verb) afspreken, samenkomen, bij elkaar komen

Voorbeeld:

Let's get together for coffee next week.
Laten we volgende week afspreken voor koffie.

hang out

/hæŋ aʊt/

(phrasal verb) rondhangen, uithangen, ophangen

Voorbeeld:

We often hang out at the coffee shop on weekends.
We hangen vaak rond in de coffeeshop in het weekend.

break up

/breɪk ʌp/

(phrasal verb) uit elkaar gaan, een relatie beëindigen, uiteenvallen

Voorbeeld:

They decided to break up after five years together.
Ze besloten om uit elkaar te gaan na vijf jaar samen.

divorce

/dɪˈvɔːrs/

(noun) scheiding;

(verb) scheiden

Voorbeeld:

Their divorce was finalized last month.
Hun scheiding werd vorige maand afgerond.

fight

/faɪt/

(noun) gevecht, ruzie, wedstrijd;

(verb) vechten, strijden

Voorbeeld:

The two boxers were ready for a big fight.
De twee boksers waren klaar voor een groot gevecht.

separate

/ˈsep.ɚ.ət/

(verb) scheiden, afzonderen, uit elkaar gaan;

(adjective) gescheiden, apart

Voorbeeld:

The fence separates the two properties.
Het hek scheidt de twee eigendommen.

split up

/splɪt ˈʌp/

(phrasal verb) uit elkaar gaan, scheiden, opsplitsen

Voorbeeld:

They decided to split up after ten years together.
Ze besloten uit elkaar te gaan na tien jaar samen.

cheat

/tʃiːt/

(verb) valsspelen, bedriegen, vreemdgaan;

(noun) valsspeler, bedrieger

Voorbeeld:

He was caught trying to cheat on the exam.
Hij werd betrapt toen hij probeerde te valsspelen bij het examen.

betray

/bɪˈtreɪ/

(verb) verraden, onthullen

Voorbeeld:

His nervous laughter betrayed his true feelings.
Zijn nerveuze lach verraadde zijn ware gevoelens.

abandon

/əˈbæn.dən/

(verb) verlaten, achterlaten, opgeven;

(noun) overgave, onbezonnenheid

Voorbeeld:

We had to abandon the car.
We moesten de auto achterlaten.

make up

/ˈmeɪk ʌp/

(phrasal verb) verzinnen, bedenken, het bijleggen;

(noun) make-up, cosmetica

Voorbeeld:

He tried to make up a story about why he was late.
Hij probeerde een verhaal te verzinnen over waarom hij te laat was.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland