Vocabulaireverzameling Emotionele toestand in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Emotionele toestand' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) moe, vermoeid, zat
Voorbeeld:
(adjective) stemmingswisselig, humeurig, stemmig
Voorbeeld:
(adjective) uitgeput, doodmoe;
(past participle) uitgeput, opgebruikt
Voorbeeld:
(adjective) verveeld, vervelen
Voorbeeld:
(adjective) geërgerd, geïrriteerd
Voorbeeld:
(adjective) depressief, neerslachtig, gedeprimeerd
Voorbeeld:
(adjective) bezorgd, ongerust
Voorbeeld:
(verb) van streek maken, ontroeren, omstoten;
(adjective) van streek, boos, overstuur;
(noun) verrassing, omwenteling
Voorbeeld:
(adjective) boos, woedend
Voorbeeld:
(adjective) gestrest, gespannen;
(past participle) benadrukt, geaccentueerd
Voorbeeld:
(adjective) opvliegend, kort aangebonden
Voorbeeld:
(adjective) ontmoedigd, gedemotiveerd
Voorbeeld:
(adjective) teleurgesteld
Voorbeeld:
(adjective) verdrietig, triest, droevig
Voorbeeld:
(adjective) geschokt, verbijsterd;
(verb) schokken, verbijsteren
Voorbeeld:
(adjective) ongemakkelijk, ongerust, onrustig
Voorbeeld:
(adjective) ontevreden, onvoldaan
Voorbeeld:
(adjective) beschaamd, schaamtevol
Voorbeeld:
(adjective) eenzaam, afgelegen
Voorbeeld:
(adjective) doodsbang, verschrikt
Voorbeeld:
(adjective) geschokt, verontwaardigd
Voorbeeld:
(adjective) blij, gelukkig, voorspoedig
Voorbeeld:
(adjective) geamuseerd, vermaakt
Voorbeeld:
(adjective) enthousiast, opgewonden
Voorbeeld:
(adjective) tevreden, voldaan
Voorbeeld:
(adjective) blij, tevreden, verheugd
Voorbeeld:
(adjective) opgewekt, vrolijk, blij
Voorbeeld:
(adjective) hoopvol, optimistisch;
(noun) hoopvolle, kandidaat
Voorbeeld:
(adjective) dankbaar
Voorbeeld:
(adjective) vervuld, tevreden;
(past participle) vervullen, nakomen
Voorbeeld:
(adjective) hulpeloos, machteloos
Voorbeeld:
(adjective) vreugdevol, blij, gelukkig
Voorbeeld: