Vocabulaireverzameling Computer in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Computer' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) toegang, ingang, gebruiksmogelijkheid;
(verb) toegang krijgen tot, openen, betreden
Voorbeeld:
(noun) monitor, beeldscherm, varaan;
(verb) monitoren, bewaken
Voorbeeld:
(noun) GIF
Voorbeeld:
(noun) insect, kever, afluisterapparaat;
(verb) storen, irriteren, afluisteren
Voorbeeld:
(noun) icoon, symbool, pictogram
Voorbeeld:
(abbreviation) USB, Universal Serial Bus
Voorbeeld:
(noun) dvd
Voorbeeld:
(noun) bureaublad, desktopcomputer, desktop
Voorbeeld:
(noun) klembord
Voorbeeld:
(noun) cache, voorraad, verstopplaats;
(verb) cachen, verbergen, opslaan
Voorbeeld:
(noun) webcam
Voorbeeld:
(noun) screensaver
Voorbeeld:
(noun) software, programmatuur
Voorbeeld:
(noun) gereedschap, ijzerwaren, hardware
Voorbeeld:
(noun) moederbord
Voorbeeld:
(noun) login, aanmelding;
(verb) inloggen
Voorbeeld:
(verb) snuffelen, rondkijken, surfen;
(noun) rondsnuffeling, kijkje
Voorbeeld:
(verb) installeren, plaatsen, aanstellen
Voorbeeld:
(verb) resetten, opnieuw instellen, zetten;
(noun) reset, herstart
Voorbeeld:
(verb) printen, afdrukken, schrijven in blokletters;
(noun) afdruk, print, spoor
Voorbeeld:
(verb) redden, behouden, sparen;
(noun) redding, behoudenis, besparing
Voorbeeld:
(phrasal verb) sluiten, stopzetten, afsluiten
Voorbeeld:
(noun) formaat, opmaak;
(verb) opmaken, formatteren, initialiseren
Voorbeeld:
(trademark) Photoshop, Adobe Photoshop;
(verb) Photoshoppen, bewerken met Photoshop
Voorbeeld:
(verb) verfrissen, opfrissen, vernieuwen
Voorbeeld:
(noun) pasta, brij, lijm;
(verb) plakken, lijmen, invoegen
Voorbeeld:
(noun) aanvraag, sollicitatie, toepassing
Voorbeeld:
(noun) programma, schema, uitzending;
(verb) programmeren, instellen, plannen
Voorbeeld: