Avatar of Vocabulary Set Dier

Vocabulaireverzameling Dier in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Dier' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

mammal

/ˈmæm.əl/

(noun) zoogdier

Voorbeeld:

Humans are mammals.
Mensen zijn zoogdieren.

bird

/bɝːd/

(noun) vogel, meid, vrouw;

(verb) de middelvinger opsteken

Voorbeeld:

The little bird sang sweetly on the branch.
Het kleine vogeltje zong lieflijk op de tak.

fish

/fɪʃ/

(noun) vis;

(verb) vissen, vissen naar, uitvragen

Voorbeeld:

We caught a big fish in the lake.
We vingen een grote vis in het meer.

insect

/ˈɪn.sekt/

(noun) insect

Voorbeeld:

A bee is a type of insect.
Een bij is een soort insect.

prey

/preɪ/

(noun) prooi, slachtoffer;

(verb) jagen op, prooien op, uitbuiten

Voorbeeld:

The lion stalked its prey through the tall grass.
De leeuw besloop zijn prooi door het hoge gras.

species

/ˈspiː.ʃiːz/

(noun) soort

Voorbeeld:

The giant panda is an endangered species.
De reuzenpanda is een bedreigde soort.

breed

/briːd/

(verb) fokken, voortplanten, veroorzaken;

(noun) ras, soort, type

Voorbeeld:

They breed horses for racing.
Ze fokken paarden voor de racesport.

nest

/nest/

(noun) nest, toevluchtsoord, schuilplaats;

(verb) nestelen, zich vestigen

Voorbeeld:

The bird built its nest in the tall tree.
De vogel bouwde zijn nest in de hoge boom.

feather

/ˈfeð.ɚ/

(noun) veer;

(verb) bevederen, verzachten

Voorbeeld:

The bird preened its beautiful feathers.
De vogel poetste zijn prachtige veren.

fur

/fɝː/

(noun) vacht, bont, pels;

(verb) bekleden met bont, aanslaan

Voorbeeld:

The cat's fur was soft and shiny.
De vacht van de kat was zacht en glanzend.

claw

/klɑː/

(noun) klauw, schaar;

(verb) klauwen, krabben

Voorbeeld:

The cat sharpened its claws on the scratching post.
De kat scherpte zijn klauwen aan de krabpaal.

wing

/wɪŋ/

(noun) vleugel, gedeelte, factie;

(verb) voorzien van vleugels, in de vleugel raken, improviseren

Voorbeeld:

The bird flapped its wings and soared into the sky.
De vogel klapperde met zijn vleugels en zweefde de lucht in.

tail

/teɪl/

(noun) staart, achterkant, einde;

(verb) volgen, achtervolgen

Voorbeeld:

The dog wagged its tail excitedly.
De hond kwispelde enthousiast met zijn staart.

paw

/pɑː/

(noun) poot;

(verb) rommelen aan, krabben aan

Voorbeeld:

The dog lifted its paw to shake hands.
De hond tilde zijn poot op om een pootje te geven.

zoo

/zuː/

(noun) dierentuin, zoo

Voorbeeld:

We spent the whole day at the zoo, watching the lions and elephants.
We brachten de hele dag door in de dierentuin, kijkend naar de leeuwen en olifanten.

aquarium

/əˈkwer.i.əm/

(noun) aquarium, vissenkom, zeeaquarium

Voorbeeld:

The children loved watching the colorful fish in the aquarium.
De kinderen vonden het heerlijk om naar de kleurrijke vissen in het aquarium te kijken.

wild

/waɪld/

(adjective) wild, onbeheerst, onbewoond;

(noun) wildernis, natuur;

(adverb) wild, ongecontroleerd

Voorbeeld:

We saw a herd of wild horses galloping across the plains.
We zagen een kudde wilde paarden over de vlaktes galopperen.

domestic

/dəˈmes.tɪk/

(adjective) huiselijk, huishoudelijk, binnenlands;

(noun) huishoudster, dienstbode

Voorbeeld:

She is responsible for all domestic chores.
Zij is verantwoordelijk voor alle huishoudelijke taken.

flightless

/ˈflaɪt.ləs/

(adjective) niet-vliegend, loopvogel

Voorbeeld:

The penguin is a flightless bird that is an excellent swimmer.
De pinguïn is een loopvogel die een uitstekende zwemmer is.

endangered

/ɪnˈdeɪn.dʒɚd/

(adjective) bedreigd

Voorbeeld:

The giant panda is an endangered species.
De reuzenpanda is een bedreigde diersoort.

cold-blooded

/ˈkoʊldˌblʌdɪd/

(adjective) koudbloedig, poikilotherm, koelbloedig

Voorbeeld:

Reptiles are cold-blooded animals.
Reptielen zijn koudbloedige dieren.

warm-blooded

/ˈwɔːrmˌblʌdɪd/

(adjective) warmbloedig, hartstochtelijk, enthousiast

Voorbeeld:

Mammals and birds are warm-blooded animals.
Zoogdieren en vogels zijn warmbloedige dieren.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland