Vocabulaireverzameling Eenheid 5: Wonderen van Vietnam in Graad 9: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 5: Wonderen van Vietnam' in 'Graad 9' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) administratief, bestuurlijk
Voorbeeld:
(adjective) verbazingwekkend, verbluffend, verrassend
Voorbeeld:
(noun) achterdoek, decor, achtergrond
Voorbeeld:
(adjective) adembenemend, indrukwekkend
Voorbeeld:
(noun) grot, spelonk;
(verb) uithollen, een grot vormen
Voorbeeld:
(noun) citadel, vesting, bolwerk
Voorbeeld:
(adjective) complex, ingewikkeld, moeilijk te begrijpen;
(noun) complex, gebouwencomplex, minderwaardigheidscomplex
Voorbeeld:
(verb) behouden, conserveren, beschermen;
(noun) jam, vruchtenjam
Voorbeeld:
(noun) deelnemer, kandidaat
Voorbeeld:
(adjective) enthousiast, opgewonden
Voorbeeld:
(noun) fort, vesting, bolwerk
Voorbeeld:
(adjective) geologisch
Voorbeeld:
(noun) erfgoed, erfenis, cultureel erfgoed
Voorbeeld:
(noun) eer, respect, integriteit;
(verb) eren, respecteren, nakomen
Voorbeeld:
(noun) kalksteen
Voorbeeld:
(adjective) kunstmatig, door de mens gemaakt
Voorbeeld:
(verb) meten, opmeten, bedragen;
(noun) maatstaf, meetmethode, maatregel
Voorbeeld:
(noun) monument, gedenkteken, blijvend bewijs
Voorbeeld:
(noun) paleis, herenhuis
Voorbeeld:
(noun) paradijs, hemel
Voorbeeld:
(adjective) schilderachtig, pittoresk
Voorbeeld:
(noun) pelgrim, Pilgrims, eerste kolonisten
Voorbeeld:
(noun) erkenning, herkenning
Voorbeeld:
(noun) regering, regeerperiode, heerschappij;
(verb) regeren, heersen, domineren
Voorbeeld:
(adjective) religieus, nauwgezet, gewetensvol
Voorbeeld:
(verb) herstellen, terugbrengen, teruggeven
Voorbeeld:
(noun) riksja
Voorbeeld:
(adjective) rond, volledig;
(noun) ronde, schot, kogel;
(verb) rondgaan, afronden;
(adverb) rond, omheen;
(preposition) rond, om
Voorbeeld:
(noun) beeldhouwkunst, sculptuur, beeldhouwwerk;
(verb) beeldhouwen, sculpteren
Voorbeeld:
(noun) setting, omgeving, decor
Voorbeeld:
(adjective) ernstig, hevig, streng
Voorbeeld:
(noun) souvenir, aandenken
Voorbeeld:
(adjective) spectaculair, indrukwekkend, groots
Voorbeeld:
(noun) structuur, opbouw, bouwwerk;
(verb) structureren, opbouwen
Voorbeeld:
(noun) thema, onderwerp, melodie;
(verb) thematiseren, een thema geven
Voorbeeld:
(noun) graf, tombe;
(verb) begraven, ter aarde bestellen
Voorbeeld: