Vocabulaireverzameling Eenheid 4: Mijn buurt in Groep 6: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 4: Mijn buurt' in 'Groep 6' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) paleis, herenhuis
Voorbeeld:
(noun) tempel, slaap
Voorbeeld:
(noun) verkeerslicht, stoplicht
Voorbeeld:
(noun) treinstation, spoorwegstation
Voorbeeld:
(noun) café, koffiehuis
Voorbeeld:
(noun) vierkant, plein, kwadraat;
(adjective) vierkant, eerlijk, rechtvaardig;
(verb) kwadrateren, rechtmaken, uitlijnen;
(adverb) recht, precies
Voorbeeld:
(noun) kunstgalerie, galerie
Voorbeeld:
(noun) kathedraal
Voorbeeld:
(noun) museum
Voorbeeld:
(noun) fabriek
Voorbeeld:
(noun) theater, theaterkunst, toneel
Voorbeeld:
(noun) middelbare school, secundaire school
Voorbeeld:
(noun) apotheek, farmacie, apothekerskunst
Voorbeeld:
(noun) benzinestation, tankstation
Voorbeeld:
(noun) gezondheidscentrum
Voorbeeld:
(noun) supermarkt, kruidenierswinkel, boodschappen
Voorbeeld:
(noun) brandweerkazerne
Voorbeeld:
(noun) warenhuis
Voorbeeld:
(noun) bushalte
Voorbeeld:
(noun) kapper, barbier;
(verb) knippen, scheren
Voorbeeld:
(noun) schoonheidssalon
Voorbeeld:
(adjective) geweldig, verbazingwekkend
Voorbeeld:
(adjective) geweldig, prachtig, fantastisch
Voorbeeld:
(adjective) groot, omvangrijk, breed;
(adverb) grootschalig, op grote schaal
Voorbeeld:
(adjective) kunstmatig, door de mens gemaakt
Voorbeeld:
(adjective) droog, dor, dorstig;
(verb) drogen
Voorbeeld:
(adjective) mooi, prachtig
Voorbeeld:
(adjective) lawaaierig, rumoerig
Voorbeeld:
(adjective) stil, rustig, kalm;
(verb) kalmeren, tot rust komen;
(adverb) stil, rustig
Voorbeeld:
(adjective) druk, bezig, bezet;
(verb) bezig houden, occuperen
Voorbeeld:
(adjective) druk, overvol
Voorbeeld:
(adjective) modern, hedendaags, geavanceerd
Voorbeeld:
(adjective) vredig, rustig, vredelievend
Voorbeeld:
(adjective) spannend, opwindend
Voorbeeld:
(adjective) duur, kostbaar
Voorbeeld:
(adjective) handig, gemakkelijk, gebruiksvriendelijk
Voorbeeld:
(adjective) fantastisch, geweldig, verbeeldingsvol
Voorbeeld:
(adjective) heerlijk, lekker, aangenaam
Voorbeeld:
(adjective) oud, oudtijds, bejaard
Voorbeeld:
(adjective) uniek, enig in zijn soort, bijzonder
Voorbeeld:
(adjective) vervuild, besmet;
(past participle) vervuild, besmet
Voorbeeld:
(adjective) historisch, geschiedkundig
Voorbeeld:
(adjective) ruim, spacieus
Voorbeeld:
(adjective) interessant, boeiend
Voorbeeld:
(adjective) schoon, rein, zuiver;
(verb) schoonmaken, reinigen;
(adverb) schoon, helemaal
Voorbeeld:
(adjective) regenachtig
Voorbeeld:
(adjective) zonnig, opgewekt, optimistisch
Voorbeeld:
(adjective) vriendelijk, aardig, onschadelijk
Voorbeeld:
(adjective) lekker, smakelijk
Voorbeeld:
(adjective) behulpzaam, nuttig
Voorbeeld:
(adjective) perfect, ideaal, volmaakt;
(verb) perfectioneren, volmaken, verbeteren
Voorbeeld:
(adjective) lokaal, plaatselijk;
(noun) lokale bewoner, plaatselijke, stoptrein
Voorbeeld: