Vocabulaireverzameling Eenheid 6: Hoeveel lessen heb je vandaag? in Groep 5: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 6: Hoeveel lessen heb je vandaag?' in 'Groep 5' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) onderwerp, thema, vak;
(verb) onderwerpen, blootstellen;
(adjective) onderhevig aan, afhankelijk van
Voorbeeld:
(noun) wiskunde
Voorbeeld:
(noun) wetenschap, vakgebied
Voorbeeld:
(pronoun) het, dat;
(noun) het, de situatie
Voorbeeld:
(noun) kunst, vaardigheid
Voorbeeld:
(noun) muziek, bladmuziek, noten
Voorbeeld:
(noun) Engels;
(adjective) Engels
Voorbeeld:
(noun) Vietnamees, Vietnamese;
(adjective) Vietnamees
Voorbeeld:
(noun) reis, uitstapje, struikelpartij;
(verb) struikelen, vallen, reizen
Voorbeeld:
(noun) les, onderwijs, leerstuk
Voorbeeld:
(adverb) nog steeds, nog, toch;
(adjective) stil, onbeweeglijk;
(noun) stilstaand beeld, foto;
(verb) kalmeren, tot rust brengen
Voorbeeld:
(noun) leerling, scholier, pupil
Voorbeeld:
(adverb) weer, nogmaals, terug
Voorbeeld:
(verb) praten, spreken, lezing geven;
(noun) gesprek, praatje, lezing
Voorbeeld:
(noun) pauze, rusttijd
Voorbeeld:
(preposition) behalve, uitgezonderd;
(conjunction) behalve, tenzij;
(verb) uitzonderen, uitsluiten
Voorbeeld:
(noun) start, begin;
(verb) beginnen, starten, opzetten
Voorbeeld:
(noun) basisschool
Voorbeeld:
(noun) dienstregeling, tijdschema;
(verb) plannen, roosteren
Voorbeeld: