Vocabulaireverzameling Eenheid 13: Wat doe je in je vrije tijd? in Groep 5: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 13: Wat doe je in je vrije tijd?' in 'Groep 5' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) vrije tijd
Voorbeeld:
(verb) kijken, observeren, opletten;
(noun) horloge, wacht, bewaking
Voorbeeld:
(noun) programma, schema, computerprogramma;
(verb) programmeren, plannen
Voorbeeld:
(adjective) schoon, rein, zuiver;
(verb) schoonmaken, reinigen;
(adverb) schoon, helemaal
Voorbeeld:
(noun) club, vereniging, knuppel;
(verb) slaan, knuppelen
Voorbeeld:
(verb) dansen, fladderen;
(noun) dans, dansfeest
Voorbeeld:
(verb) zingen, kwinkeleren, fluiten
Voorbeeld:
(noun) vraag, vraagstuk, kwestie;
(verb) ondervragen, bevragen, betwijfelen
Voorbeeld:
(noun) onderzoek, enquête, overzicht;
(verb) overzien, inspecteren, bekijken
Voorbeeld:
(noun) tekenfilm, cartoon, spotprent
Voorbeeld:
(verb) vragen, informeren, verzoeken;
(noun) vraag, verzoek
Voorbeeld:
(phrase) gaan kamperen, kamperen
Voorbeeld:
(verb) tekenen, trekken, aantrekken;
(noun) gelijkspel, trek, aantrekkingskracht
Voorbeeld:
(noun) bos, woud;
(verb) bebossen, aanplanten
Voorbeeld:
(noun) kamp, fractie;
(verb) kamperen;
(adjective) overdreven, campy
Voorbeeld:
(verb) joggen, hardlopen, duwen;
(noun) jog, hardlooprondje, duw
Voorbeeld:
(verb) lezen, interpreteren, begrijpen;
(noun) lezing, leesbeurt
Voorbeeld:
(phrase) naar muziek luisteren
Voorbeeld: