Vocabulaireverzameling Eenheid 1: Wat is je adres? in Groep 5: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 1: Wat is je adres?' in 'Groep 5' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) adres, toespraak, rede;
(verb) toespreken, aanpakken, adresseren
Voorbeeld:
(noun) weg, pad, rijstrook
Voorbeeld:
(noun) weg, straat, koers
Voorbeeld:
(noun) straat, weg, straatbewoners
Voorbeeld:
(adjective) vlak, plat, dun;
(noun) appartement, flat;
(adverb) plat, horizontaal
Voorbeeld:
(noun) dorp
Voorbeeld:
(noun) land, staat, platteland
Voorbeeld:
(noun) toren;
(verb) uittorenen boven, bovenuit steken
Voorbeeld:
(noun) berg, hoop
Voorbeeld:
(noun) district, wijk, bestuurlijk district
Voorbeeld:
(noun) provincie, buiten de hoofdstad, gebied
Voorbeeld:
(noun) geboorteplaats, thuisstad
Voorbeeld:
(adverb) waar, waarheen, waarop;
(conjunction) waar, de plaats waar;
(noun) verblijfplaats, locatie
Voorbeeld:
(preposition) van, uit, vanaf
Voorbeeld:
(noun) leerling, scholier, pupil
Voorbeeld:
(verb) leven, wonen, verblijven;
(adjective) live, rechtstreeks, levend;
(adverb) live, rechtstreeks
Voorbeeld:
(adjective) druk, bezig, bezet;
(verb) bezig houden, occuperen
Voorbeeld:
(adverb) ver, veel, erg;
(adjective) ver
Voorbeeld:
(adjective) stil, rustig, kalm;
(verb) kalmeren, tot rust komen;
(adverb) stil, rustig
Voorbeeld:
(adjective) druk, overvol
Voorbeeld:
(adjective) groot, omvangrijk, breed;
(adverb) grootschalig, op grote schaal
Voorbeeld:
(adjective) klein, onbelangrijk;
(adverb) klein, fijn
Voorbeeld:
(adjective) mooi, knap;
(adverb) redelijk, tamelijk
Voorbeeld:
(adjective) mooi, prachtig
Voorbeeld:
(noun) gebouw, bouw, constructie
Voorbeeld:
(noun) veld, akker, gebied;
(verb) beantwoorden, afhandelen
Voorbeeld:
(adjective) lawaaierig, rumoerig
Voorbeeld:
(adjective) groot, omvangrijk, belangrijk;
(adverb) grootspraak, arrogant
Voorbeeld: