Avatar of Vocabulary Set Eenheid 6: Gendergelijkheid

Vocabulaireverzameling Eenheid 6: Gendergelijkheid in Graad 10: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 6: Gendergelijkheid' in 'Graad 10' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

adorable

/əˈdɔːr.ə.bəl/

(adjective) schattig, lief, aanbiddelijk

Voorbeeld:

The puppy was absolutely adorable.
De puppy was absoluut schattig.

ban

/bæn/

(verb) verbieden, uitbannen;

(noun) verbod, ban

Voorbeeld:

The government decided to ban smoking in all public places.
De overheid besloot roken in alle openbare plaatsen te verbieden.

cosmonaut

/ˈkɑːz.mə.nɑːt/

(noun) kosmonaut

Voorbeeld:

The cosmonaut orbited the Earth for several days.
De kosmonaut draaide enkele dagen om de aarde.

domestic violence

/dəˌmes.tɪk ˈvaɪə.ləns/

(noun) huiselijk geweld

Voorbeeld:

The shelter provides support for victims of domestic violence.
Het opvanghuis biedt ondersteuning aan slachtoffers van huiselijk geweld.

equal

/ˈiː.kwəl/

(adjective) gelijk, opgewassen tegen, capabel;

(noun) gelijke;

(verb) gelijk zijn aan, overeenkomen met

Voorbeeld:

All men are created equal.
Alle mensen zijn gelijk geschapen.

equality

/iˈkwɑː.lə.t̬i/

(noun) gelijkheid, gelijkwaardigheid

Voorbeeld:

The fight for gender equality continues worldwide.
De strijd voor gendergelijkheid gaat wereldwijd door.

eyesight

/ˈaɪ.saɪt/

(noun) gezichtsvermogen, zicht

Voorbeeld:

Her eyesight is getting worse with age.
Haar gezichtsvermogen wordt slechter met de leeftijd.

firefighter

/ˈfaɪrˌfaɪ.t̬ɚ/

(noun) brandweerman, brandweervrouw

Voorbeeld:

The brave firefighter rescued the cat from the burning building.
De dappere brandweerman redde de kat uit het brandende gebouw.

fitness

/ˈfɪt.nəs/

(noun) conditie, fitheid, geschiktheid

Voorbeeld:

Regular exercise is essential for good fitness.
Regelmatige lichaamsbeweging is essentieel voor een goede conditie.

kindergarten

/ˈkɪn.dɚˌɡɑːr.tən/

(noun) kleuterschool, kindergarten

Voorbeeld:

My daughter is starting kindergarten next fall.
Mijn dochter begint volgend najaar met de kleuterschool.

low-paid

/ˌloʊˈpeɪd/

(adjective) laagbetaald

Voorbeeld:

Many essential workers are still low-paid.
Veel essentiële werknemers zijn nog steeds laagbetaald.

mental

/ˈmen.təl/

(adjective) mentaal, geestelijk, geestelijk ziek;

(noun) geestelijk zieke, patiënt met psychische aandoening

Voorbeeld:

She's suffering from mental fatigue.
Ze lijdt aan mentale vermoeidheid.

officer

/ˈɑː.fɪ.sɚ/

(noun) officier, ambtenaar;

(verb) voorzien van officieren, officieren aanstellen

Voorbeeld:

The police officer directed traffic.
De politieagent regelde het verkeer.

operation

/ˌɑː.pəˈreɪ.ʃən/

(noun) operatie, ingreep, werking

Voorbeeld:

The patient underwent a successful heart operation.
De patiënt onderging een succesvolle hartoperatie.

parachute

/ˈper.ə.ʃuːt/

(noun) parachute;

(verb) parachuteren, met een parachute droppen

Voorbeeld:

The soldier deployed his parachute and drifted safely to the ground.
De soldaat zette zijn parachute in en zweefde veilig naar de grond.

parachutist

/ˈper.əˌʃuː.t̬ɪst/

(noun) parachutist

Voorbeeld:

The parachutist landed safely in the designated area.
De parachutist landde veilig in het aangewezen gebied.

passion

/ˈpæʃ.ən/

(noun) passie, hartstocht, liefhebberij

Voorbeeld:

He spoke with great passion about his beliefs.
Hij sprak met grote passie over zijn overtuigingen.

patient

/ˈpeɪ.ʃənt/

(adjective) geduldig;

(noun) patiënt

Voorbeeld:

You need to be more patient with your younger siblings.
Je moet geduldiger zijn met je jongere broers en zussen.

physical

/ˈfɪz.ɪ.kəl/

(adjective) fysiek, lichamelijk, materieel;

(noun) medische keuring, fysieke controle

Voorbeeld:

Regular physical activity is important for health.
Regelmatige fysieke activiteit is belangrijk voor de gezondheid.

pilot

/ˈpaɪ.lət/

(noun) piloot, loods, pilotaflevering;

(verb) besturen, loodsen;

(adjective) pilot, proef

Voorbeeld:

The pilot announced that we were beginning our descent.
De piloot kondigde aan dat we begonnen met onze daling.

promote

/prəˈmoʊt/

(verb) bevorderen, promoten, promoveren

Voorbeeld:

The organization works to promote peace and understanding.
De organisatie werkt aan het bevorderen van vrede en begrip.

remarkable

/rɪˈmɑːr.kə.bəl/

(adjective) opmerkelijk, bijzonder, uitzonderlijk

Voorbeeld:

She has made remarkable progress in her studies.
Ze heeft opmerkelijke vooruitgang geboekt in haar studies.

rugby

/ˈrʌɡ.bi/

(noun) rugby

Voorbeeld:

He plays rugby for his local club.
Hij speelt rugby voor zijn plaatselijke club.

secretary

/ˈsek.rə.ter.i/

(noun) secretaresse, secretaris, minister

Voorbeeld:

My secretary handles all my appointments and correspondence.
Mijn secretaresse regelt al mijn afspraken en correspondentie.

shop assistant

/ˈʃɑːp əˌsɪstənt/

(noun) winkelbediende, verkoopmedewerker

Voorbeeld:

The shop assistant helped me find the right size.
De winkelbediende hielp me de juiste maat te vinden.

skillful

/ˈskɪl.fəl/

(adjective) bekwaam, vaardig

Voorbeeld:

She is a skillful pianist.
Zij is een bekwame pianiste.

Soviet

/ˈsoʊ.vi.ət/

(noun) sovjet, raad;

(adjective) Sovjet

Voorbeeld:

The local Soviet met to discuss community issues.
De lokale Sovjet kwam bijeen om gemeenschapsproblemen te bespreken.

surgeon

/ˈsɝː.dʒən/

(noun) chirurg

Voorbeeld:

The surgeon performed a complex operation.
De chirurg voerde een complexe operatie uit.

uneducated

/ʌnˈedʒ.ə.keɪ.t̬ɪd/

(adjective) onopgeleid, ongeletterd

Voorbeeld:

Many people in rural areas remain uneducated due to lack of schools.
Veel mensen op het platteland blijven onopgeleid door gebrek aan scholen.

victim

/ˈvɪk.təm/

(noun) slachtoffer, dupe

Voorbeeld:

The police are investigating the murder of a young victim.
De politie onderzoekt de moord op een jonge slachtoffer.

work-life balance

/ˌwɜːrk.laɪf ˈbæl.əns/

(noun) werk-privébalans

Voorbeeld:

Achieving a good work-life balance is crucial for well-being.
Het bereiken van een goede werk-privébalans is cruciaal voor welzijn.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland