Vocabulaireverzameling Afronden, Annuleren of Uitstellen (Off) in Phrasal Verbs met 'Off' & 'In': Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Afronden, Annuleren of Uitstellen (Off)' in 'Phrasal Verbs met 'Off' & 'In'' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /biːt ɔːf/
(phrasal verb) aftrekken, masturberen, afweren
Voorbeeld:
He was caught beating off in the bathroom.
Hij werd betrapt terwijl hij zich aftrok in de badkamer.
/kɔːl ˈɔːf/
(phrasal verb) afgelasten, annuleren, terugroepen
Voorbeeld:
They had to call off the outdoor concert due to heavy rain.
Ze moesten het openluchtconcert afgelasten vanwege de hevige regen.
/tʃek ɔf/
(phrasal verb) afvinken, aankruisen
Voorbeeld:
Don't forget to check off each task as you finish it.
Vergeet niet elke taak af te vinken zodra je hem af hebt.
/krɔs ɔf/
(phrasal verb) doorstrepen, afvinken
Voorbeeld:
I can finally cross off 'finish report' from my to-do list.
Ik kan eindelijk 'rapport afmaken' van mijn takenlijst doorstrepen.
/kraɪ ɔf/
(phrasal verb) afzeggen, terugtrekken
Voorbeeld:
He had to cry off from the meeting at the last minute.
Hij moest op het laatste moment afzeggen voor de vergadering.
/ˈfɪn.ɪʃ ɑːf/
(phrasal verb) afmaken, voltooien, doden
Voorbeeld:
I need to finish off this report before I leave.
Ik moet dit rapport afmaken voordat ik wegga.
/liːv ɔf/
(phrasal verb) ophouden met, stoppen met, weglaten
Voorbeeld:
Please leave off that noise; I'm trying to concentrate.
Alsjeblieft, stop met dat lawaai; ik probeer me te concentreren.
/ˈpɑːl.ɪʃ ɑːf/
(phrasal verb) opeten, afmaken, uitschakelen
Voorbeeld:
He managed to polish off the entire pizza by himself.
Hij slaagde erin de hele pizza in zijn eentje op te eten.
/pʊt ɔf/
(phrasal verb) uitstellen, opschorten, afstoten
Voorbeeld:
Don't put off until tomorrow what you can do today.
Stel niet uit tot morgen wat je vandaag kunt doen.
/reɪn ɔf/
(phrasal verb) afgelasten door regen, uitstellen door regen
Voorbeeld:
The football match was rained off due to heavy downpour.
De voetbalwedstrijd werd afgelast vanwege de hevige regenval.
/rɪŋ ɔf/
(phrasal verb) ophangen, de verbinding verbreken
Voorbeeld:
I had to ring off because my battery was dying.
Ik moest ophangen omdat mijn batterij leeg raakte.
/raʊnd ˈɔf/
(phrasal verb) afronden, voltooien
Voorbeeld:
Let's round off the meeting with a quick summary.
Laten we de vergadering afronden met een snelle samenvatting.
/saɪn ˈɔf/
(phrasal verb) goedkeuren, aftekenen, afsluiten
Voorbeeld:
The manager needs to sign off on the budget before we proceed.
De manager moet de begroting goedkeuren voordat we verdergaan.