Avatar of Vocabulary Set Oxford 5000 - B2 - Letter T

Vocabulaireverzameling Oxford 5000 - B2 - Letter T in Oxford 5000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Oxford 5000 - B2 - Letter T' in 'Oxford 5000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

tackle

/ˈtæk.əl/

(verb) aanpakken, tackle, ingreep;

(noun) takel, gerei, tackle

Voorbeeld:

The government is trying to tackle inflation.
De regering probeert de inflatie aan te pakken.

tag

/tæɡ/

(noun) label, etiket, stukje;

(verb) labelen, merken, tikken

Voorbeeld:

The price tag was still on the shirt.
Het prijskaartje zat nog aan het shirt.

tap

/tæp/

(noun) kraan, tik, klapje;

(verb) tikken, aantikken, aftappen

Voorbeeld:

Please turn off the tap after washing your hands.
Draai de kraan dicht na het wassen van je handen.

technological

/ˌtek.nəˈlɑː.dʒɪ.kəl/

(adjective) technologisch

Voorbeeld:

The company is investing heavily in new technological advancements.
Het bedrijf investeert zwaar in nieuwe technologische ontwikkelingen.

teens

/tiːnz/

(plural noun) tienerjaren, adolescentie, tienerjaren (13-19)

Voorbeeld:

She spent her teens living abroad.
Ze bracht haar tienerjaren in het buitenland door.

temple

/ˈtem.pəl/

(noun) tempel, slaap

Voorbeeld:

The ancient temple was dedicated to the sun god.
De oude tempel was gewijd aan de zonnegod.

temporarily

/ˈtem.pə.rer.əl.i/

(adverb) tijdelijk

Voorbeeld:

The road is closed temporarily for repairs.
De weg is tijdelijk afgesloten voor reparaties.

tendency

/ˈten.dən.si/

(noun) neiging, tendens, aanleg

Voorbeeld:

He has a tendency to procrastinate.
Hij heeft een neiging tot uitstelgedrag.

tension

/ˈten.ʃən/

(noun) spanning, rek, stress

Voorbeeld:

The tension in the rope was immense.
De spanning in het touw was immens.

terminal

/ˈtɝː.mə.nəl/

(adjective) terminaal, eind-, dodelijk;

(noun) terminal, station, aansluiting

Voorbeeld:

The bus arrived at the terminal station.
De bus arriveerde bij het eindstation.

terms

/tɜrmz/

(plural noun) voorwaarden, bepalingen, termen

Voorbeeld:

We agreed to the terms of the contract.
We gingen akkoord met de voorwaarden van het contract.

terribly

/ˈter.ə.bli/

(adverb) verschrikkelijk, erg, slecht

Voorbeeld:

I'm terribly sorry for the inconvenience.
Het spijt me verschrikkelijk voor het ongemak.

terrify

/ˈter.ə.faɪ/

(verb) verschrikken, angst aanjagen

Voorbeeld:

The thought of public speaking used to terrify me.
De gedachte aan spreken in het openbaar joeg me vroeger de stuipen op het lijf.

territory

/ˈter.ə.tɔːr.i/

(noun) grondgebied, gebied, territorium

Voorbeeld:

The country expanded its territory through conquest.
Het land breidde zijn grondgebied uit door verovering.

terror

/ˈter.ɚ/

(noun) terreur, angst, terrorisme

Voorbeeld:

The sound of the explosion filled them with terror.
Het geluid van de explosie vulde hen met terreur.

terrorism

/ˈter.ər.ɪ.zəm/

(noun) terrorisme

Voorbeeld:

The government has vowed to combat terrorism in all its forms.
De regering heeft gezworen terrorisme in al zijn vormen te bestrijden.

terrorist

/ˈter.ɚ.ɪst/

(noun) terrorist

Voorbeeld:

The government vowed to bring the terrorists to justice.
De regering zwoer de terroristen voor het gerecht te brengen.

testing

/ˈtes.tɪŋ/

(noun) testen, beproeving;

(verb) testend, beproevend

Voorbeeld:

The new software is currently undergoing rigorous testing.
De nieuwe software ondergaat momenteel strenge tests.

textbook

/ˈtekst.bʊk/

(noun) leerboek, handboek;

(adjective) schoolvoorbeeld, klassiek

Voorbeeld:

We need to buy a new textbook for our history class.
We moeten een nieuw leerboek kopen voor onze geschiedenisles.

theft

/θeft/

(noun) diefstal

Voorbeeld:

The police are investigating the theft of a car.
De politie onderzoekt de diefstal van een auto.

therapist

/ˈθer.ə.pɪst/

(noun) therapeut

Voorbeeld:

She decided to see a therapist to help with her anxiety.
Ze besloot een therapeut te bezoeken om haar angst te helpen.

thesis

/ˈθiː.sɪs/

(noun) stelling, these, scriptie

Voorbeeld:

Her main thesis was that the economic crisis was caused by deregulation.
Haar belangrijkste stelling was dat de economische crisis werd veroorzaakt door deregulering.

thorough

/ˈθɝː.ə/

(adjective) grondig, uitgebreid, volledig

Voorbeeld:

She did a thorough job cleaning the house.
Ze heeft het huis grondig schoongemaakt.

thoroughly

/ˈθɝː.ə.li/

(adverb) grondig, nauwkeurig, volledig

Voorbeeld:

She cleaned the house thoroughly from top to bottom.
Ze maakte het huis grondig schoon van boven naar beneden.

thumb

/θʌm/

(noun) duim;

(verb) doorbladeren, doorlezen, liften

Voorbeeld:

He gave a thumbs-up to show approval.
Hij gaf een duim omhoog om goedkeuring te tonen.

timing

/ˈtaɪ.mɪŋ/

(noun) timing, tijdsaanduiding, tijdmeting

Voorbeeld:

The timing of the announcement was perfect.
De timing van de aankondiging was perfect.

tissue

/ˈtɪʃ.uː/

(noun) weefsel, zakdoekje, tissue

Voorbeeld:

Muscle tissue is responsible for movement.
Spierweefsel is verantwoordelijk voor beweging.

ton

/tʌn/

(noun) ton, metrische ton, veel

Voorbeeld:

The truck can carry up to five tons of cargo.
De vrachtwagen kan tot vijf ton lading vervoeren.

tonne

/tʌn/

(noun) ton

Voorbeeld:

The truck can carry up to 10 tonnes of cargo.
De vrachtwagen kan tot 10 ton lading vervoeren.

tournament

/ˈtɝː.nə.mənt/

(noun) toernooi

Voorbeeld:

The chess tournament attracted players from all over the world.
Het schaaktoernooi trok spelers van over de hele wereld aan.

trace

/treɪs/

(noun) spoor, teken, rest;

(verb) traceren, achterhalen, opsporen

Voorbeeld:

The police found no trace of the suspect.
De politie vond geen spoor van de verdachte.

trading

/ˈtreɪ.dɪŋ/

(noun) handel, trading;

(verb) handelend, verhandelend

Voorbeeld:

The company is involved in international trading.
Het bedrijf is betrokken bij internationale handel.

tragedy

/ˈtrædʒ.ə.di/

(noun) tragedie, ramp, treurspel

Voorbeeld:

The earthquake was a terrible tragedy for the region.
De aardbeving was een verschrikkelijke tragedie voor de regio.

tragic

/ˈtrædʒ.ɪk/

(adjective) tragisch, droevig

Voorbeeld:

The news of the accident was truly tragic.
Het nieuws van het ongeluk was echt tragisch.

trait

/treɪt/

(noun) eigenschap, kenmerk

Voorbeeld:

Her most striking trait is her kindness.
Haar meest opvallende eigenschap is haar vriendelijkheid.

transmit

/trænsˈmɪt/

(verb) overdragen, verzenden, uitzenden

Voorbeeld:

The disease can be transmitted through contaminated water.
De ziekte kan worden overgedragen via besmet water.

transportation

/ˌtræn.spɚˈteɪ.ʃən/

(noun) vervoer, transport

Voorbeeld:

Public transportation is essential for city residents.
Openbaar vervoer is essentieel voor stadsbewoners.

trap

/træp/

(noun) val, fuik;

(verb) vangen, vastzetten, opsluiten

Voorbeeld:

The hunter set a trap for the rabbit.
De jager zette een val voor het konijn.

treasure

/ˈtreʒ.ɚ/

(noun) schat, rijkdom, lieveling;

(verb) koesteren, hoogachten

Voorbeeld:

The pirates buried their treasure on a remote island.
De piraten begroeven hun schat op een afgelegen eiland.

tribe

/traɪb/

(noun) stam, groep, familie

Voorbeeld:

The indigenous tribe has lived in this region for centuries.
De inheemse stam leeft al eeuwen in deze regio.

trigger

/ˈtrɪɡ.ɚ/

(noun) trekker, ontspanner, trigger;

(verb) activeren, veroorzaken, uitlokken

Voorbeeld:

He pulled the trigger and the gun fired.
Hij haalde de trekker over en het geweer vuurde.

trillion

/ˈtrɪl.jən/

(number) biljoen

Voorbeeld:

The national debt is now several trillion dollars.
De staatsschuld bedraagt nu enkele biljoen dollar.

troop

/truːp/

(noun) troep, eenheid, groep;

(verb) in een groep bewegen, stromen

Voorbeeld:

The troop marched tirelessly through the desert.
De troep marcheerde onvermoeibaar door de woestijn.

tsunami

/tsuːˈnɑː.mi/

(noun) tsunami, vloedgolf

Voorbeeld:

The coastal town was devastated by a powerful tsunami.
De kustplaats werd verwoest door een krachtige tsunami.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland