Vocabulaireverzameling Oxford 5000 - B2 - Letter T in Oxford 5000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Oxford 5000 - B2 - Letter T' in 'Oxford 5000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) aanpakken, tackle, ingreep;
(noun) takel, gerei, tackle
Voorbeeld:
(noun) label, etiket, stukje;
(verb) labelen, merken, tikken
Voorbeeld:
(noun) kraan, tik, klapje;
(verb) tikken, aantikken, aftappen
Voorbeeld:
(adjective) technologisch
Voorbeeld:
(plural noun) tienerjaren, adolescentie, tienerjaren (13-19)
Voorbeeld:
(noun) tempel, slaap
Voorbeeld:
(adverb) tijdelijk
Voorbeeld:
(noun) neiging, tendens, aanleg
Voorbeeld:
(noun) spanning, rek, stress
Voorbeeld:
(adjective) terminaal, eind-, dodelijk;
(noun) terminal, station, aansluiting
Voorbeeld:
(plural noun) voorwaarden, bepalingen, termen
Voorbeeld:
(adverb) verschrikkelijk, erg, slecht
Voorbeeld:
(verb) verschrikken, angst aanjagen
Voorbeeld:
(noun) grondgebied, gebied, territorium
Voorbeeld:
(noun) terreur, angst, terrorisme
Voorbeeld:
(noun) terrorisme
Voorbeeld:
(noun) terrorist
Voorbeeld:
(noun) testen, beproeving;
(verb) testend, beproevend
Voorbeeld:
(noun) leerboek, handboek;
(adjective) schoolvoorbeeld, klassiek
Voorbeeld:
(noun) diefstal
Voorbeeld:
(noun) therapeut
Voorbeeld:
(noun) stelling, these, scriptie
Voorbeeld:
(adjective) grondig, uitgebreid, volledig
Voorbeeld:
(adverb) grondig, nauwkeurig, volledig
Voorbeeld:
(noun) duim;
(verb) doorbladeren, doorlezen, liften
Voorbeeld:
(noun) timing, tijdsaanduiding, tijdmeting
Voorbeeld:
(noun) weefsel, zakdoekje, tissue
Voorbeeld:
(noun) ton, metrische ton, veel
Voorbeeld:
(noun) ton
Voorbeeld:
(noun) toernooi
Voorbeeld:
(noun) spoor, teken, rest;
(verb) traceren, achterhalen, opsporen
Voorbeeld:
(noun) handel, trading;
(verb) handelend, verhandelend
Voorbeeld:
(noun) tragedie, ramp, treurspel
Voorbeeld:
(adjective) tragisch, droevig
Voorbeeld:
(noun) eigenschap, kenmerk
Voorbeeld:
(verb) overdragen, verzenden, uitzenden
Voorbeeld:
(noun) vervoer, transport
Voorbeeld:
(noun) val, fuik;
(verb) vangen, vastzetten, opsluiten
Voorbeeld:
(noun) schat, rijkdom, lieveling;
(verb) koesteren, hoogachten
Voorbeeld:
(noun) stam, groep, familie
Voorbeeld:
(noun) trekker, ontspanner, trigger;
(verb) activeren, veroorzaken, uitlokken
Voorbeeld:
(number) biljoen
Voorbeeld:
(noun) troep, eenheid, groep;
(verb) in een groep bewegen, stromen
Voorbeeld:
(noun) tsunami, vloedgolf
Voorbeeld: