Avatar of Vocabulary Set Oxford 5000 - B2 - Letter E

Vocabulaireverzameling Oxford 5000 - B2 - Letter E in Oxford 5000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Oxford 5000 - B2 - Letter E' in 'Oxford 5000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

economics

/ˌiː.kəˈnɑː.mɪks/

(noun) economie, economische omstandigheden

Voorbeeld:

She is studying economics at university.
Ze studeert economie aan de universiteit.

economist

/iˈkɑː.nə.mɪst/

(noun) econoom

Voorbeeld:

The government consulted a leading economist on the new fiscal policy.
De regering raadpleegde een vooraanstaande econoom over het nieuwe begrotingsbeleid.

editorial

/ˌed.əˈtɔːr.i.əl/

(noun) hoofdartikel, editoriaal;

(adjective) redactioneel

Voorbeeld:

The newspaper published an editorial criticizing the new policy.
De krant publiceerde een hoofdartikel waarin het nieuwe beleid werd bekritiseerd.

efficiently

/ɪˈfɪʃ.ənt.li/

(adverb) efficiënt, doelmatig

Voorbeeld:

The new system processes data much more efficiently.
Het nieuwe systeem verwerkt gegevens veel efficiënter.

elbow

/ˈel.boʊ/

(noun) elleboog, bocht, elleboogstuk;

(verb) ellebogen, zich een weg banen

Voorbeeld:

He hit his elbow on the table.
Hij stootte zijn elleboog tegen de tafel.

electronics

/iˌlekˈtrɑː.nɪks/

(noun) elektronica, elektronische apparaten

Voorbeeld:

He is studying electronics at university.
Hij studeert elektronica aan de universiteit.

elegant

/ˈel.ə.ɡənt/

(adjective) elegant, gracieus, stijlvol

Voorbeeld:

She wore an elegant black dress to the party.
Ze droeg een elegante zwarte jurk naar het feest.

elementary

/ˌel.əˈmen.t̬ɚ.i/

(adjective) elementair, fundamenteel, eenvoudig

Voorbeeld:

He has only an elementary understanding of physics.
Hij heeft slechts een elementair begrip van natuurkunde.

eliminate

/iˈlɪm.ə.neɪt/

(verb) elimineren, verwijderen, uitsluiten

Voorbeeld:

The company aims to eliminate waste from its production process.
Het bedrijf streeft ernaar afval uit zijn productieproces te elimineren.

embrace

/ɪmˈbreɪs/

(verb) omhelzen, omarmen, accepteren;

(noun) omhelzing, omarming

Voorbeeld:

She leaned in to embrace her friend.
Ze leunde voorover om haar vriendin te omhelzen.

emission

/iˈmɪʃ.ən/

(noun) uitstoot, emissie, uitgave

Voorbeeld:

The factory reduced its carbon emissions.
De fabriek verminderde haar koolstofuitstoot.

emotionally

/ɪˈmoʊ.ʃən.əl.i/

(adverb) emotioneel

Voorbeeld:

She reacted very emotionally to the news.
Ze reageerde heel emotioneel op het nieuws.

empire

/ˈem.paɪr/

(noun) rijk, imperium, concern

Voorbeeld:

The Roman Empire lasted for centuries.
Het Romeinse Rijk duurde eeuwenlang.

enjoyable

/ɪnˈdʒɔɪ.ə.bəl/

(adjective) aangenaam, plezierig

Voorbeeld:

We had a very enjoyable evening.
We hadden een zeer aangename avond.

entertaining

/en.t̬ɚˈteɪ.nɪŋ/

(adjective) vermakelijk, onderhoudend

Voorbeeld:

The movie was very entertaining.
De film was erg vermakelijk.

entrepreneur

/ˌɑːn.trə.prəˈnɝː/

(noun) ondernemer

Voorbeeld:

The young entrepreneur launched her startup with innovative ideas.
De jonge ondernemer lanceerde haar startup met innovatieve ideeën.

envelope

/ˈɑːn.və.loʊp/

(noun) envelop, omhulsel, omhulling

Voorbeeld:

She sealed the letter in an envelope.
Ze sloot de brief in een envelop.

equip

/ɪˈkwɪp/

(verb) uitrusten, voorzien, bekwamen

Voorbeeld:

The school will equip all students with laptops.
De school zal alle studenten uitrusten met laptops.

equivalent

/ɪˈkwɪv.əl.ənt/

(adjective) gelijkwaardig, equivalent, gelijk;

(noun) equivalent, gelijkwaardig

Voorbeeld:

One dollar is equivalent to 100 cents.
Eén dollar is gelijk aan 100 cent.

era

/ˈer.ə/

(noun) tijdperk, era

Voorbeeld:

The Victorian era was a time of great change.
Het Victoriaanse tijdperk was een tijd van grote verandering.

erupt

/ɪˈrʌpt/

(verb) uitbarsten, uitbreken, losbarsten

Voorbeeld:

The volcano is expected to erupt soon.
De vulkaan zal naar verwachting spoedig uitbarsten.

essentially

/ɪˈsen.ʃəl.i/

(adverb) in wezen, essentieel, fundamenteel

Voorbeeld:

Essentially, we need to cut costs to survive.
In wezen moeten we de kosten verlagen om te overleven.

ethic

/ˈeθ.ɪk/

(noun) ethiek, moraal

Voorbeeld:

The company has a strong work ethic.
Het bedrijf heeft een sterke werkethiek.

ethnic

/ˈeθ.nɪk/

(adjective) etnisch, afkomstig, traditioneel

Voorbeeld:

The city is known for its diverse ethnic neighborhoods.
De stad staat bekend om haar diverse etnische wijken.

evaluation

/ɪˌvæl.juˈeɪ.ʃən/

(noun) evaluatie, beoordeling

Voorbeeld:

The evaluation of the project's success is still ongoing.
De evaluatie van het succes van het project is nog steeds gaande.

evident

/ˈev.ə.dənt/

(adjective) duidelijk, evident, klaarblijkelijk

Voorbeeld:

It was evident that she was upset.
Het was duidelijk dat ze van streek was.

evolution

/ˌiː.vəˈluː.ʃən/

(noun) evolutie, ontwikkeling

Voorbeeld:

The evolution of humans from apes is a widely accepted scientific theory.
De evolutie van mensen uit apen is een breed geaccepteerde wetenschappelijke theorie.

evolve

/ɪˈvɑːlv/

(verb) evolueren, zich ontwikkelen, ontwikkelen

Voorbeeld:

The company has evolved from a small startup into a multinational corporation.
Het bedrijf is geëvolueerd van een kleine startup naar een multinationale onderneming.

exceed

/ɪkˈsiːd/

(verb) overtreffen, overschrijden

Voorbeeld:

The cost must not exceed $100.
De kosten mogen niet meer dan $100 bedragen.

exception

/ɪkˈsep.ʃən/

(noun) uitzondering

Voorbeeld:

Everyone attended the meeting, with the exception of John.
Iedereen woonde de vergadering bij, met uitzondering van John.

excessive

/ekˈses.ɪv/

(adjective) buitensporig, overmatig, te veel

Voorbeeld:

The company was criticized for its excessive spending.
Het bedrijf werd bekritiseerd om zijn buitensporige uitgaven.

exclude

/ɪkˈskluːd/

(verb) uitsluiten, buitensluiten, weglaten

Voorbeeld:

The club decided to exclude members who hadn't paid their dues.
De club besloot leden die hun contributie niet hadden betaald te uitsluiten.

exhibit

/ɪɡˈzɪb.ɪt/

(verb) tentoonstellen, exposeren, vertonen;

(noun) exponaat, tentoonstelling

Voorbeeld:

The museum will exhibit ancient artifacts next month.
Het museum zal volgende maand oude artefacten tentoonstellen.

exit

/ˈek.sɪt/

(noun) uitgang, uitrit, vertrek;

(verb) verlaten, uitgaan

Voorbeeld:

Please use the nearest exit in case of emergency.
Gebruik alstublieft de dichtstbijzijnde uitgang in geval van nood.

exotic

/ɪɡˈzɑː.t̬ɪk/

(adjective) exotisch, vreemd, bijzonder

Voorbeeld:

She loves to travel and experience exotic cultures.
Ze houdt ervan om te reizen en exotische culturen te ervaren.

expansion

/ɪkˈspæn.ʃən/

(noun) expansie, uitbreiding, vergroting

Voorbeeld:

The rapid expansion of the universe is a key concept in cosmology.
De snelle expansie van het universum is een sleutelconcept in de kosmologie.

expertise

/ˌek.spɝːˈtiːz/

(noun) expertise, deskundigheid, vakkennis

Voorbeeld:

The company is known for its expertise in software development.
Het bedrijf staat bekend om zijn expertise in softwareontwikkeling.

exploit

/ɪkˈsplɔɪt/

(verb) exploiteren, benutten, uitbuiten;

(noun) daad, prestatie

Voorbeeld:

The company needs to exploit new markets.
Het bedrijf moet nieuwe markten exploiteren.

exposure

/ɪkˈspoʊ.ʒɚ/

(noun) blootstelling, expositie, onthulling

Voorbeeld:

Prolonged exposure to the sun can be harmful.
Langdurige blootstelling aan de zon kan schadelijk zijn.

extension

/ɪkˈsten.ʃən/

(noun) verlenging, uitbreiding, aanbouw

Voorbeeld:

The company announced an extension of its warranty period.
Het bedrijf kondigde een verlenging van de garantieperiode aan.

extensive

/ɪkˈsten.sɪv/

(adjective) uitgebreid, uitgestrekt, omvangrijk

Voorbeeld:

The house has extensive gardens.
Het huis heeft uitgebreide tuinen.

extensively

/ɪkˈsten.sɪv.li/

(adverb) uitgebreid, uitvoerig, grondig

Voorbeeld:

The damage spread extensively throughout the building.
De schade verspreidde zich uitgebreid door het hele gebouw.

extract

/ɪkˈstrækt/

(verb) extraheren, uittrekken, verwijderen;

(noun) extract, aftreksel, fragment

Voorbeeld:

The dentist had to extract a tooth.
De tandarts moest een tand trekken.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland